zondag 4 januari 2026

SCHOONMAAKDAG.

Om half zes vanochtend moest ik er uit om te piesen en ik stierf van de dorst. Dat is elke ochtend hetzelfde liedje. Ik deed een plas en  pakte uit de koelkast een Spa-flesje gevuld met gemeentepils, nam een flinke slok en spoelde mijn mond daarmee. Beetje voor beetje slikte ik het water door, terwijl ik me half slapend weer naar mijn bed begaf. Ik plofte in bed trok het dekbed over me heen en ben direct weer vertrokken. Om acht uur: herhaling van zetten: piesen, dorst, drinken en weer slapen. Uiteindelijk besluit ik om tien over negen mijn bed uit te komen.  

Het is te koud om in mijn pyjama te blijven rondlopen. 16 graden is het hier nu. Dus ik trek een lekker warm gebreid vest aan. De thermostaat zet ik op 19 graden. Ik realiseer me nu pas dat het zondag is. Zondag, mijn schoonmaakdag. Zowel mijn huis als mijn lijf krijgen dan een 'grote beurt'. 

Maar ik ga niet schoonmaken op een lege maag. Ik zet een pittig bakkie koffie en eet er een reuzenkrentenbol bij met dik boter. Ik drink een glas sinaasappelsap met chia zaad en vul met wat meel en water het zuurdesemgist aan voor het zuurdesembroodje dat ik wekelijks bak. 

De eerste klus op mijn schoonmaakdag is het reinigen van de plee en de badkamer. Ik heb bij de Wibra wat schoonmaakspul gekocht waarmee ik niet alleen de wc maar ook de badkamer kan laten stralen. Ik moet niet vergeten het badkamerkleedje over het balkon uit te kloppen. 

Dan trek ik de Bosch stofzuiger het hele huis achter me aan totdat het redelijk stofvrij is. Voor het dweilen maak ik een sopje van Dash (ook Wibra), daarmee verwijder alle aangekoekte vuiltjes op het zeil in de keuken, het halletje en in de woon- en slaapkamer.

Dan ben ik zelf aan de beurt. Het is koud in de badkamer. Daarom zet ik de thermostaat iets hoger (op 20 graden). Ik pak eerst schone handdoeken en leg schone kleren klaar. Doe de vuile kleren in de wasmand. Ik stap vervolgens de douchecabine in, schuif hem dicht en zet de warmwaterknop open. Ik haal de douchekop van zijn houder. Binnen een minuut is het water lekker warm. Ik sproei eerst mijn hele lijf even af en hang de douchekop daarna weer op de houder om verder te gaan met het (2x) wassen van mijn haren. Met een stevige spons schrob ik mijn lijf schoon. Dit hele douche-ritueel duurt bij elkaar nauwelijks vijf minuten en ik herhaal ik dit (slechts) drie keer per week. Het is koud als ik onder de warme douche vandaan kom. Snel afdrogen ... niet vergeten tussen de tenen(!) en aankleden. O, nog deo. En wat ik op zondagochtend domweg altijd vergeet is tanden poetsen.

Het laatste onderdeel van deze 'reinigingdag' is het taaie ongerief waardoor alle mannen getroffen zijn: scheren. Mijn hals scheer ik nat met scheerschuim uit een spuitbus. Mijn baardje doe ik met een trimmer. Voor mijn wenkbrauwen, de oor-, neushaartjes heb ik een klein (lief) trimmertje.

Tenslotte de was. Eens per twee weken stop ik de trommel van de wasmachine vol. Zo ook vandaag. Het zal wel een week duren voor dit wasje droog is, maar ik kan niet wachten op betere weersomstandigheden. Aan mijn droogrek, in het halletje, van mijn woning zal het niet liggen, want dat is klasse!

Ik ben blij dat de boel voor vandaag weer aan kant is.     


zaterdag 3 januari 2026

AFSCHEID VAN ROOS.

 We waren meer dan drie jaar uit elkaar. Ik (68) zie haar ineens lopen op de markt. Min of meer strompelend achter zo'n rollator.

Ik ga naar haar toe. Ze keurt mandarijnen bij een groentekraampje. 

Ik zeg: 'Hallo Roos (67), hoe is het? Ze hoort haar naam of ze herkent mijn stem. Hoe dan ook, heel langzaam keert ze haar hoofd naar mij, kijkt, zegt niets en gaat dan door met de mandarijnen. 

'Hoe gaat het met je, Roos? herhaal ik, 'hoe gaat het ... of wil je niet met me praten?'

'Neen,' zegt ze, zonder me een blik waardig te keuren, 'liever niet.' En ze zegt tegen de markkoopman dat ze tien van die mandarijnen wil.

Zo af en toe speelt Roos nog wel door mijn hoofd. Het woeste onstuimige begin: ze leende me wat geld om een pilsje te kopen in de pauze van de koorrepetitie. Het ging snel. Diezelfde avond drinken we wat bij mij thuis. Zij een wijntje, rood, ik een pilsie (koud). Ik maak wat hapjes klaar in de keuken, kom ik terug in de kamer, ligt Roos poedelnaakt op mijn canapé. Haar ouwe lijf rozig van begeerte. Ze wenkt me: 'Kom ...., kom ..., kom ...'

Ik ging. We hadden drie fijne jaren. Voor mij heerlijk na vele jaren niks. 

Het treurige einde van die relatie: Roos was zo geil als boter (excusez les mots), heerlijk voor mij natuurlijk, maar opeens moest ik haar delen met de fysio. Ze wilde mij er toen als relatie al liever niet meer bij hebben. Ik was te jaloers naar haar zin. Als vriend mocht ik nog wèl een beetje meedoen: één dagdeel per maand. Daar paste ik voor. We bleven bij elkaar weg zonder afscheid te nemen.

De avond na dat weerzien op de markt belt Roos.  

'Sorry, dat ik zo kortaf was, vanmiddag.'

'Kortaf?' 

'Ja, kortaf. Ik wilde gewoon dat je er niet was. In die gemene stukjes van je heb je me zo vreselijk beledigd ....'

Ik fileer haar in mijn stukjes. Dat ze een ziekelijke leugenaar is. Ik noem haar een oud, lelijk vrouwtje met een bochel. Ze is onbetrouwbaar. Simuleert depressies en migraineaanvallen. En ik maar masseren en met coldpacs achter haar aanhollen. 

'Je was zo gemeen,' zegt Roos. 'Maar in de loop van de middag herinner ik me weer hoe lief en zorgzaam je ook kon zijn. Dat je me zware klussen uit handen nam. De wandelingen, de spelletjesmiddagen en ... hoe léúk je ook over me schreef'. 

'Je zag me vanmorgen, met dat karretje, zo gaat het nu dus met mij', zegt Roos. 

We spraken nog wel af. Dronken thee en namen afscheid van elkaar. Voor altijd.                            

vrijdag 2 januari 2026

BESTEWENSENHUGH.

Um zu kotzen ist es. Die stapel, deels door meeuwen en eksters open gesjorde vuilnisbakzakken voor de deur van het woningcomplex waar ik woon, groeit elke dag. Elke dag ook wordt de stank iets rottiger. Al twee weken rijden de vuilniswagens hier alleen maar hard voorbij. Mijn eigen vuil, zeker twee zakken per week heb ik voorlopig maar in mijn eigen berging gezet. Zolang het daar nog niet gaat stinken en het ongedierte loopt er nog niet rond, mag het daar van mij blijven  staan. Ik heb net zak 5 en 6 daar neer gezet.   

Als ik daarna weer terug naar mijn woning ga, stapt buurvrouw Dorita uit de lift. Ze heeft haar arm gebroken, hoorde ik in de wandelgangen. Ik wil even een praatje daarover met haar maken maar daar heeft ze geen tijd voor. Er staat een taxi voor haar klaar. 

Nu de lift er toch staat neem ik hem maar eens. Normaal ga ik nooit met de lift. Hup naar vier. De lift is gevuld met een afschuwelijke lucht. Een parfum vrees ik. Het is een kunstmatige geur waar de oudere (60+) vrouw, zoals Dorita bijvoorbeeld, vaak en graag voor kiest. Het is een verstikkende geur, die, zo lijkt het haast wel, bij het passeren van iemand met dat parfum op, nog enkele meters bij je blijft hangen. Ik krijg het er doorgaans flink benauwd van. Nu, in deze lift voel ik me stevig ingepakt en vastgezet door dat spul.

Op weg naar de sportschool hagelt het. Ik zal wel de enige zijn die gaat sporten vandaag. Maar neen. Pieter staat in het kleedhok. Pieter, de verslaafde Queen-fan, verslaafd aan Queen, bedoel ik, niet verslaafd aan bepaalde middelen. Hij staat voor de spiegel heel secuur zijn haren te kammen, zoals het een echte ijdeltuit betaamt. Hij is net wezen zwemmen. Leuke kerel. Heeft een sportersraad voor onze sportschool opgezet. Er is geregeld overleg met Optisport over 'sportersbelangen'. Ik roep nog 'Happy New Year' de kleedkamer in en hoor drie keer de 'Beste wensen' terugkaatsen. 

Ik hoop dat de vrouwen beter vertegenwoordig zijn vanmorgen. Ik zou het wel leuk vinden als mss E. er weer eens was. Maar helaas ... pindakaas. Desalniettemin toch nog wel lekker getraind. 

Mijn buurvrouw Hannie komt haar voordeur uit, als ik net mijn huis wil binnen stappen. Haar dochter, een schat van een meid overigens,  heeft haar autootje helemaal aan het einde van de straat neergezet, huil, huil ... ze wil nog veel meer tegen me aanhuilen maar ik onderbreek haar met mijn 'beste wensen-hugh'. Ik krijg er ook zo een van haar. 

Voor de tiende keer doen we het alweer. 

donderdag 1 januari 2026

LAATSTE DAG 2025.

Ook op oudejaarsdag ben ik wezen sporten. Ik doe in de kleedkamer mijn jasje uit, pak mijn handdoek uit die tas en berg die tas op in een kluisje. Ik sluit het kluisje altijd af met een geheime code, net als iedereen. Dan loop ik naar de grote sportzaal, pak daar van een tafel een klein geel schoonmaakdoekje en bevochtig dat met een plantenspuit. Er staan vier plantenspuiten op die tafel, waarvan er meestal drie helemaal leeg zijn en een bijna, zodat ik al een paar keer terug moest naar de kleedruimte om mijn schoonmaakdoekje daar onder de kraan te bevochtigen. Als ik de zaal inloop op weg naar mijn eerste oefenapparaat, de handfiets, zie ik meestal al in één oogopslag welke bekenden er al actief zijn. Als het niet druk is, zoals vandaag is het een makkie. De meeste sporters hadden blijkbaar een snipperdag genomen. Wat ik jammer vind, eigenlijk heel jammer vind, is dat mss. E. er vandaag alweer niet is. Ik mis haar echt. Ze is niet alleen mijn favoriete medesportster ze is ook mijn leukste buurvrouw. We zoeken elkaar steevast op om even gezellig te babbelen over film, theater en meer. Ook zwaardere gesprekjes gaan we niet uit de weg. We kunnen beiden goed luisteren en dat is mooi meegenomen. Soms vergeten we al pratend helemaal de tijd en gaan we veel te lang door op ons toestel.

Zoals elke maandag was Don er deze 30e december ook. Hem negeer ik liever. Hij is een PVV'er en daar ben ik allergisch voor. Maar hij zegt me altijd, voordat ik hem kan negeren, heel vriendelijk gedag.  Dan knik ik wat flauwtjes naar hem. Die twee andere fascisten waar Don hier meestal mee is zijn er vandaag niet.

Ik weet niet wie of waar het was maar deze ochtend zat er lange tijd een vreselijk irritante hinnik in de sportzaal. Maar dat hield gelukkig na een uurtje vanzelf op.

Toen ik vandaag klaar was met mijn oefeningen gooide ik mijn gele schoonmaakdoekje in de daarvoor bestemde wasmand en liep de kleedkamer in. Don zat daar al en begroette mij pesterig, luidruchtig: 'Ha, Jossie!’.

Ik heb hem nog eens gezegd, wat hij beslist al wist, dat ik zo niet genoemd wil worden. Mijn naam is Jos.

Vandaag is Optisport  gesloten. 2 januari ga ik er weer tegenaan. 

 


woensdag 31 december 2025

WEL EENS GEDAAN?

 Op 13 september 1963, ik was 13 jaar oud, verhuisde ik van de  Rotterdamse Arbeidersbuurt Spangen naar Hordijkerveld. Een splinternieuwe Rotterdamse wijk op Zuid. Op die 13e september raakte ik in één klap al mijn school- en buurtvriendjes kwijt. Het lukte me niet zo snel om  nieuwe vriendjes te maken. Ik zat maar thuis, deed mijn huiswerk, speelde patience en hielp mijn moeder met het huishouden. 

Toevallig ook op 13 september 1963 kreeg ik er een broertje bij. Herman. Maar daar had ik natuurlijk niks mee, met zo'n baby. Behalve hem zo af en toe eens verschonen of een flesje geven.

Toen kwam Jan van 't Hof in mijn leven. Net als ik een eenling. Hij kwam bij mij op de hbs. In klas 2b. In de pauze liepen we met elkaar te praten op het schoolplein. 

'Heb jij het wel eens gedaan?' vroeg Jan.

'Wat?' vroeg ik.

'Nou, gewoon, of je het wel eens gedaan hebt!?'

'Nee', zeg ik.

'Ik ook niet.' zegt Jan.

Daar waren we eerlijk over.

Jan heeft er helemáál geen moeite mee over seks te praten. Hij vertelt me over welke meisjes op school hij fantaseert en wat hij in zijn verbeelding zoal met hen doet. Hij zegt dat hij zich soms wel vier of vijf keer op een dag aftrekt. 

Daarvan krijg ik het gevoel, dat ik niet helemaal spoor, aangezien ik het hoogstens één of twee keer per dag doe.

Als ik dat zeg, zegt Jan dat ik waarschijnlijk een lager libido heb, waar ik dan weer geen jota van snap. 

'Kan best zijn,' zeg ik. 'Ik heb geen flauw idee hoe vaak anderen het doen'. Ik weet alleen dat voor mij twee keer per dag genoeg is.

Op en dag vertelt Jan, dat hij het gedaan heeft met een meisje uit Crooswijk. Ik raak daar een beetje van in de war. Jan vertelt dan heel precies wat hij met haar gedaan heeft. Ik heb het vermoeden dat hij een potje staat te liegen. Dat zou ik best wel fijn vinden, als hij loog. Maar ik denk later toch dat hij de waarheid sprak. Want sommige dingen die hij vertelt ... die verzin je niet. 

Dan, een paar dagen later, zegt hij, dat hij met het meisje heeft gepraat.  

Ze wil het ook wel met mij doen, heeft ze tegen hem gezegd.

Neen! zeg ik.

'Ja, echt', zegt Jan.

Ik weet niet of hij bedoelt met z'n drieën òf ik alléén met het meisje.

Ik ben niet zo vlot dat ik het gelijk vraag aan Jan.

Diezelfde dag nog steken we de Maas over via de Maasbrug en lopen we dwars door het Centrum naar Crooswijk. 

In een smal straatje met oude huizen, woont het meisje van Jan.

Het schemert al. 

dinsdag 30 december 2025

KETELBINKIE.

 Op de tweede kerstdag gaan m'n zus Manda, haar vrouw Nel, mijn buurvrouw mss. M en ik eten bij Ketelbinkie. Voor dat eten kunnen we pas om acht uur aanschuiven.

Om de dag een beetje te breken, maak ik 's ochtends een wandeling in het Kralingse bos. 

Op de automatische piloot, kijk ik, als ik aan het eind van de ochtend uitgewandeld ben, nog even in mijn brievenbus. Er ligt zowaar nog een kaart. Te zien aan het handschrift is de afzender een vrouw. Ik maak de enveloppe nog niet open. Want mss M. staat zo, om 13.00 uur, bij me voor de deur. 

Om de tijd te doden, spelen we scrabble en memory ... en we drinken en snoepen wat (stukje kerstkrans met amandelspijs ... mmmm.)

Mss M. wint deze middag alles. Uit alle macht probeer ik te doen alsof ik goed tegen mijn verlies kan. Maar mss M. heeft zoals gewoonlijk alles door.

Om acht uur 's avonds zitten we 'klaar' bij Ketelbinkie. De 'tent' zit helemaal vol. De bediening is goed en het eten perfect ... alleen ik verslik me haast in mij voortanden, die voor de zoveelste keer dit jaar afbreken. Alweer als ik een ha neem van een sneetje van een hard gebakken stokbrood. Ik kan mijn huilen niet bedwingen, even niet ... 

Het  eten is voortreffelijk, de porties zijn goed te behappen: niet te veel niet te weinig.

Ik heb weer mazzel dat ik met de auto (van Nel) thuis gebracht word. Mss M., mijn buurvouw, ook natuurlijk. Want zij woont een minuut bij mij vandaan. Het is wel prettig op net zo'n kouwe avond als gisteren.

Als ik mijn woonkamer binnen stap zie ik dat die late kerstkaart nog ongeopend op m'n salontafel ligt. Ik maak hem open. Er zit zo'n Kruidvat-kerstkaart in, met een zelf gemaakt foto. Met als enige tekst: 'Happy 2026'. 

Een prachtige, wat oudere vrouw zit op haar canapé. Ze leest één van m'n stukjes. Maar ... dat is Sonja ... naakt!

maandag 29 december 2025

PAUZEMUZIEK.

De eerste kerstdag is voor mij familiedag. Ik ben in Dordrecht, de woonplaats van mijn zonen, schoondochter en kleinzonen. Die dag is (oma) Winny, mijn ex, daar ook. 

De inwendige mens wordt deze dag verzorgd door Ralf en Freek, mijn zonen. Een makkie dus, eenmalig, voor de dames. Voor het eten en drinken zijn overduidelijk kosten noch moeite gespaard. Het is allemaal ook verrukkelijk. 

We maken van deze eerste kerstdag ook 'boxing-day'. Kadootjes dus. Er worden restaurant-, boeken-, theater- en biosbonnen geschonken.

Ik heb voor iedereen hier een goed boek gekocht. Ook voor mezelf dus. Doch veruit het meest prominente kado van deze boxing-day is de electrische gitaar (inclusief versterker), die kleinzoon Makkie gekregen heeft van zijn vader. Papa Ralf heeft hem alvast een stel akkoorden geleerd, waarmee hij de hele eerste kerstdag flink vooruit kan.  Het klinkt goed, oorverdovend goed zo af en toe, die act van Makkie-guitar, als muzikaal intermezzo tussen spelletjes, gesprekken, dessert, hoofdgerecht en toetje door.

In de gesprekken, die we in principe, qua inhoud, positief willen houden, komt voor ons als grootste pluspunt van 2025 naar voren, de volhardende Europese steun aan Oekraïne.

Winny en ik zijn, aan het einde van deze gezellige en vreetzame dag, Sarah en Freek dankbaar dat ze ons naar Rotterdam terug willen brengen met de auto. Het is een koude avond en met het OV zouden we daar meer last van hebben gehad dan met de auto. Vóór 12 uur ben ik  thuis. Winny, denk ik, zo tegen half een.