Pageviews van de afgelopen week

vrijdag 2 januari 2026

BESTEWENSENHUGH.

Um zu kotzen ist es. Die stapel, deels door meeuwen en eksters open gesjorde vuilnisbakzakken voor de deur van het woningcomplex waar ik woon, groeit elke dag. Elke dag ook wordt de stank iets rottiger. Al twee weken rijden de vuilniswagens hier alleen maar hard voorbij. Mijn eigen vuil, zeker twee zakken per week heb ik voorlopig maar in mijn eigen berging gezet. Zolang het daar nog niet gaat stinken en het ongedierte loopt er nog niet rond, mag het daar van mij blijven  staan. Ik heb net zak 5 en 6 daar neer gezet.   

Als ik daarna weer terug naar mijn woning ga, stapt buurvrouw Dorita uit de lift. Ze heeft haar arm gebroken, hoorde ik in de wandelgangen. Ik wil even een praatje daarover met haar maken maar daar heeft ze geen tijd voor. Er staat een taxi voor haar klaar. 

Nu de lift er toch staat neem ik hem maar eens. Normaal ga ik nooit met de lift. Hup naar vier. De lift is gevuld met een afschuwelijke lucht. Een parfum vrees ik. Het is een kunstmatige geur waar de oudere (60+) vrouw, zoals Dorita bijvoorbeeld, vaak en graag voor kiest. Het is een verstikkende geur, die, zo lijkt het haast wel, bij het passeren van iemand met dat parfum op, nog enkele meters bij je blijft hangen. Ik krijg het er doorgaans flink benauwd van. Nu, in deze lift voel ik me stevig ingepakt en vastgezet door dat spul.

Op weg naar de sportschool hagelt het. Ik zal wel de enige zijn die gaat sporten vandaag. Maar neen. Pieter staat in het kleedhok. Pieter, de verslaafde Queen-fan, verslaafd aan Queen, bedoel ik, niet verslaafd aan bepaalde middelen. Hij staat voor de spiegel heel secuur zijn haren te kammen, zoals het een echte ijdeltuit betaamt. Hij is net wezen zwemmen. Leuke kerel. Heeft een sportersraad voor onze sportschool opgezet. Er is geregeld overleg met Optisport over 'sportersbelangen'. Ik roep nog 'Happy New Year' de kleedkamer in en hoor drie keer de 'Beste wensen' terugkaatsen. 

Ik hoop dat de vrouwen beter vertegenwoordig zijn vanmorgen. Ik zou het wel leuk vinden als mss E. er weer eens was. Maar helaas ... pindakaas. Desalniettemin toch nog wel lekker getraind. 

Mijn buurvrouw Hannie komt haar voordeur uit, als ik net mijn huis wil binnen stappen. Haar dochter, een schat van een meid overigens,  heeft haar autootje helemaal aan het einde van de straat neergezet, huil, huil ... ze wil nog veel meer tegen me aanhuilen maar ik onderbreek haar met mijn 'beste wensen-hugh'. Ik krijg er ook zo een van haar. 

Voor de tiende keer doen we het alweer. 

donderdag 1 januari 2026

LAATSTE DAG 2025.

Ook op oudejaarsdag ben ik wezen sporten. Ik doe in de kleedkamer mijn jasje uit, pak mijn handdoek uit die tas en berg die tas op in een kluisje. Ik sluit het kluisje altijd af met een geheime code, net als iedereen. Dan loop ik naar de grote sportzaal, pak daar van een tafel een klein geel schoonmaakdoekje en bevochtig dat met een plantenspuit. Er staan vier plantenspuiten op die tafel, waarvan er meestal drie helemaal leeg zijn en een bijna, zodat ik al een paar keer terug moest naar de kleedruimte om mijn schoonmaakdoekje daar onder de kraan te bevochtigen. Als ik de zaal inloop op weg naar mijn eerste oefenapparaat, de handfiets, zie ik meestal al in één oogopslag welke bekenden er al actief zijn. Als het niet druk is, zoals vandaag is het een makkie. De meeste sporters hadden blijkbaar een snipperdag genomen. Wat ik jammer vind, eigenlijk heel jammer vind, is dat mss. E. er vandaag alweer niet is. Ik mis haar echt. Ze is niet alleen mijn favoriete medesportster ze is ook mijn leukste buurvrouw. We zoeken elkaar steevast op om even gezellig te babbelen over film, theater en meer. Ook zwaardere gesprekjes gaan we niet uit de weg. We kunnen beiden goed luisteren en dat is mooi meegenomen. Soms vergeten we al pratend helemaal de tijd en gaan we veel te lang door op ons toestel.

Zoals elke maandag was Don er deze 30e december ook. Hem negeer ik liever. Hij is een PVV'er en daar ben ik allergisch voor. Maar hij zegt me altijd, voordat ik hem kan negeren, heel vriendelijk gedag.  Dan knik ik wat flauwtjes naar hem. Die twee andere fascisten waar Don hier meestal mee is zijn er vandaag niet.

Ik weet niet wie of waar het was maar deze ochtend zat er lange tijd een vreselijk irritante hinnik in de sportzaal. Maar dat hield gelukkig na een uurtje vanzelf op.

Toen ik vandaag klaar was met mijn oefeningen gooide ik mijn gele schoonmaakdoekje in de daarvoor bestemde wasmand en liep de kleedkamer in. Don zat daar al en begroette mij pesterig, luidruchtig: 'Ha, Jossie!’.

Ik heb hem nog eens gezegd, wat hij beslist al wist, dat ik zo niet genoemd wil worden. Mijn naam is Jos.

Vandaag is Optisport  gesloten. 2 januari ga ik er weer tegenaan. 

 


woensdag 31 december 2025

WEL EENS GEDAAN?

 Op 13 september 1963, ik was 13 jaar oud, verhuisde ik van de  Rotterdamse Arbeidersbuurt Spangen naar Hordijkerveld. Een splinternieuwe Rotterdamse wijk op Zuid. Op die 13e september raakte ik in één klap al mijn school- en buurtvriendjes kwijt. Het lukte me niet zo snel om  nieuwe vriendjes te maken. Ik zat maar thuis, deed mijn huiswerk, speelde patience en hielp mijn moeder met het huishouden. 

Toevallig ook op 13 september 1963 kreeg ik er een broertje bij. Herman. Maar daar had ik natuurlijk niks mee, met zo'n baby. Behalve hem zo af en toe eens verschonen of een flesje geven.

Toen kwam Jan van 't Hof in mijn leven. Net als ik een eenling. Hij kwam bij mij op de hbs. In klas 2b. In de pauze liepen we met elkaar te praten op het schoolplein. 

'Heb jij het wel eens gedaan?' vroeg Jan.

'Wat?' vroeg ik.

'Nou, gewoon, of je het wel eens gedaan hebt!?'

'Nee', zeg ik.

'Ik ook niet.' zegt Jan.

Daar waren we eerlijk over.

Jan heeft er helemáál geen moeite mee over seks te praten. Hij vertelt me over welke meisjes op school hij fantaseert en wat hij in zijn verbeelding zoal met hen doet. Hij zegt dat hij zich soms wel vier of vijf keer op een dag aftrekt. 

Daarvan krijg ik het gevoel, dat ik niet helemaal spoor, aangezien ik het hoogstens één of twee keer per dag doe.

Als ik dat zeg, zegt Jan dat ik waarschijnlijk een lager libido heb, waar ik dan weer geen jota van snap. 

'Kan best zijn,' zeg ik. 'Ik heb geen flauw idee hoe vaak anderen het doen'. Ik weet alleen dat voor mij twee keer per dag genoeg is.

Op en dag vertelt Jan, dat hij het gedaan heeft met een meisje uit Crooswijk. Ik raak daar een beetje van in de war. Jan vertelt dan heel precies wat hij met haar gedaan heeft. Ik heb het vermoeden dat hij een potje staat te liegen. Dat zou ik best wel fijn vinden, als hij loog. Maar ik denk later toch dat hij de waarheid sprak. Want sommige dingen die hij vertelt ... die verzin je niet. 

Dan, een paar dagen later, zegt hij, dat hij met het meisje heeft gepraat.  

Ze wil het ook wel met mij doen, heeft ze tegen hem gezegd.

Neen! zeg ik.

'Ja, echt', zegt Jan.

Ik weet niet of hij bedoelt met z'n drieën òf ik alléén met het meisje.

Ik ben niet zo vlot dat ik het gelijk vraag aan Jan.

Diezelfde dag nog steken we de Maas over via de Maasbrug en lopen we dwars door het Centrum naar Crooswijk. 

In een smal straatje met oude huizen, woont het meisje van Jan.

Het schemert al. 

dinsdag 30 december 2025

KETELBINKIE.

 Op de tweede kerstdag gaan m'n zus Manda, haar vrouw Nel, mijn buurvrouw mss. M en ik eten bij Ketelbinkie. Voor dat eten kunnen we pas om acht uur aanschuiven.

Om de dag een beetje te breken, maak ik 's ochtends een wandeling in het Kralingse bos. 

Op de automatische piloot, kijk ik, als ik aan het eind van de ochtend uitgewandeld ben, nog even in mijn brievenbus. Er ligt zowaar nog een kaart. Te zien aan het handschrift is de afzender een vrouw. Ik maak de enveloppe nog niet open. Want mss M. staat zo, om 13.00 uur, bij me voor de deur. 

Om de tijd te doden, spelen we scrabble en memory ... en we drinken en snoepen wat (stukje kerstkrans met amandelspijs ... mmmm.)

Mss M. wint deze middag alles. Uit alle macht probeer ik te doen alsof ik goed tegen mijn verlies kan. Maar mss M. heeft zoals gewoonlijk alles door.

Om acht uur 's avonds zitten we 'klaar' bij Ketelbinkie. De 'tent' zit helemaal vol. De bediening is goed en het eten perfect ... alleen ik verslik me haast in mij voortanden, die voor de zoveelste keer dit jaar afbreken. Alweer als ik een ha neem van een sneetje van een hard gebakken stokbrood. Ik kan mijn huilen niet bedwingen, even niet ... 

Het  eten is voortreffelijk, de porties zijn goed te behappen: niet te veel niet te weinig.

Ik heb weer mazzel dat ik met de auto (van Nel) thuis gebracht word. Mss M., mijn buurvouw, ook natuurlijk. Want zij woont een minuut bij mij vandaan. Het is wel prettig op net zo'n kouwe avond als gisteren.

Als ik mijn woonkamer binnen stap zie ik dat die late kerstkaart nog ongeopend op m'n salontafel ligt. Ik maak hem open. Er zit zo'n Kruidvat-kerstkaart in, met een zelf gemaakt foto. Met als enige tekst: 'Happy 2026'. 

Een prachtige, wat oudere vrouw zit op haar canapé. Ze leest één van m'n stukjes. Maar ... dat is Sonja ... naakt!

maandag 29 december 2025

PAUZEMUZIEK.

De eerste kerstdag is voor mij familiedag. Ik ben in Dordrecht, de woonplaats van mijn zonen, schoondochter en kleinzonen. Die dag is (oma) Winny, mijn ex, daar ook. 

De inwendige mens wordt deze dag verzorgd door Ralf en Freek, mijn zonen. Een makkie dus, eenmalig, voor de dames. Voor het eten en drinken zijn overduidelijk kosten noch moeite gespaard. Het is allemaal ook verrukkelijk. 

We maken van deze eerste kerstdag ook 'boxing-day'. Kadootjes dus. Er worden restaurant-, boeken-, theater- en biosbonnen geschonken.

Ik heb voor iedereen hier een goed boek gekocht. Ook voor mezelf dus. Doch veruit het meest prominente kado van deze boxing-day is de electrische gitaar (inclusief versterker), die kleinzoon Makkie gekregen heeft van zijn vader. Papa Ralf heeft hem alvast een stel akkoorden geleerd, waarmee hij de hele eerste kerstdag flink vooruit kan.  Het klinkt goed, oorverdovend goed zo af en toe, die act van Makkie-guitar, als muzikaal intermezzo tussen spelletjes, gesprekken, dessert, hoofdgerecht en toetje door.

In de gesprekken, die we in principe, qua inhoud, positief willen houden, komt voor ons als grootste pluspunt van 2025 naar voren, de volhardende Europese steun aan Oekraïne.

Winny en ik zijn, aan het einde van deze gezellige en vreetzame dag, Sarah en Freek dankbaar dat ze ons naar Rotterdam terug willen brengen met de auto. Het is een koude avond en met het OV zouden we daar meer last van hebben gehad dan met de auto. Vóór 12 uur ben ik  thuis. Winny, denk ik, zo tegen half een.


zaterdag 27 december 2025

FOCUS.

Wat zijn er tegenwoordig veel fietsers in Nederland. Alleen al hier in dit uithoekje van Rotterdam staan honderden fietsen naast, voor, achter en over elkaar. 

Er is vandaag een festivalletje met o.a. de  in deze buurt  populaire bandjes. Tevens zijn er allerlei kermisachtige attracties: trampolien-spring, blikkie-gooi, zuurstokkie-zuig, pony-rijd en ezeltje-lik.

Ik was, met Lou, een kennisje (1,52m). Hij komt speciaal mee voor de meidenband 'Jochum', een stel  dat al jaren aan de weg timmert, met een rauwe combinatie van Punk, Rock en Symphony (en paars-groen-haar).

 Wat ik niet verwacht had, was, dat de fans op het 'Jochumveld', twee voetbalvelden (!!), hutje bij mutje zouden staan. (Had Lou trouwens ook niet gedacht). 

Jochum was luid en duidelijk aan het soundchecken toen we arriveerden. En dat maakte het nu juist zo tof. Althans voor mij. Lou werd helemaal gek van dat gesoundcheck. (Vingers in zijn oren.) 

Al sla je me dood, ik weet niet waarom, maar tijdens het concert dwaalden mijn gedachten af naar mijn fiets. Ik dacht dat ik precies wist waar ik hem had neergezet. 

Vanaf dit Jochum-veld zou ik mijn fiets nu toch moeten zien staan tegen die heg van het op een na laatste huisje boven op de dijk. Dat huisje met die rode dakpannen. Er stonden daar nog veel meer rijwielen tegen die heg. Drie rijen dik wel.  

Als je je fietsje net tegen die heg had gestald, dan heb je er straks een flinke klus aan voordat je daar lekker weg rijdt. Dat gold voor al die fietsen daar, behalve die in de laatste rij. Daarnet stond die van mij nog in die laatste rij maar nu zie ik hem niet meer. 

Ik kon mijn aandacht niet bij Jochum houden. Mijn 'brikkie' hield toch meer bezig. Lou verklaarde me voor gek toen ik zei dat ik even ging kijken of ie er nog tond. Lou had makkelijk praten. Hij is niet op de fiets. Bovendien vindt hij het, denk ik, geen probleem om straks naar huis te lopen. Want op mijn stang zat Lou daarnet helemaal niet naar zijn zin.

Bovendijks zie ik mijn trouwe tweewieler al snel staan. Klemgezet tussen rij drie en vijf. Daartegenaan staan nog eens drie rijen gestald.

Nu vraag ik u af of het echt nodig was dat de focus op Jochum moest  wijken voor de focus op mijn fiets?

Welnee!





 

 


donderdag 25 december 2025

WAAR GAAT DAT HEEN? (1)

 

 

Mijn sportschool is vooral een ‘witte’ sportschool. De voertaal is Nederlands maar ik hoor ook veel Engels en Spaans.  De mens van kleur doet daar natuurlijk wel mee, maar is ver in de minderheid. Dat geldt zowel voor de leden als de instructeurs.

Doorgaans is dat niet zo’n probleem .. eigenlijk nooit. Want met zo’n gering aantal niet-witten in de club, kan er altijd vrijmoedig gesproken worden over de, ik noem het maar even 'nieuwe Nederlanders'.  

Want het moet haast wel een lekker gevoel geven, om in je eigen clubje 'witte'-sporters, die basisschool bij jou in de buurt een Turkenschool te noemen. Er zitten namelijk niet zo veel 'witte' kinderen op die school ... 'en dat ze daar dan ook nog es sinterklaas en kerst gaan vieren', lachen de stoere hollandse sporters hard. 

De Marokkaan (?), die naast hen zit te 'leg-pressen' begrijpt niet precies waar die Nederlandse mannen zo'n lol om hebben maar hij voelt wel dat het niet helemaal pluis was.

Ten tijde van de viering van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname wist een sporter van datzelfde clubje te melden dat Suriname er in al die onafhankelijke jaren een teringzootje van had gemaakt ... 'een bodemloze put,' noemde hij het hoofdschuddend. 

Ik zag een man, een zwarte man, zijn hoofd om de hoek van de doucheruimte steken en zijn wenkbrauwen fronsen. Hij reageerde verder niet. Net als ik. 

'Waar ik echt niet tegen kan', zegt Andries van 'dat clubje', 'dat zijn die zogenaamde asielzoekers, van die lui die hoeven helemaal nergens bang voor te wezen, maar ze komen toch hierheen om asiel aan te  vragen: de gelukszoekers! Die moeten allemaal terug. Alle 'Dutch boys' beamen dat. 

Een sporter, het zou zo maar een Syriër kunnen zijn, zit zijn schoenen in die kleedruimte aan te doen. Hij zou dit getier best eens kunnen begrijpen. 

Die gelukszoekers moeten weg. 

Dan roep ik. Hoezo? Hoezo gelukszoekers weg? Zijn wij niet allemaal gelukszoekers. Ja toch, ook jij en ik? Voor mij zijn mensen hier welkom ook al zijn ze niet in paniek om oorlog of heksenjacht.'

Ik loop de kleedkamer in en het bekende clubje 'whites' staat luidruchtig de nostalgische vijftiger jaren hit ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld  te 'zingen’. 

Verbouwereerd, een beetje op zijn hoede, staat in diezelfde kleedkamer een Turk (?) zijn trainingsbroekje aan te doen. Hij ziet de lol van die mannen wel maar begrijpt het niet goed.