Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label gore. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gore. Alle posts tonen

dinsdag 18 augustus 2026

JONGE MEISJES.

Ook toen was iedereen  blij met de regen. Het was maar liefst vier weken droog geweest. Ik ben op weg naar mijn huisarts  als er weer een plensbui losbarst. Even ga ik in een abri staan, tussen een paar mensen die al doorweekt zijn. Er komt een figuur op het bushokje af maar hij loopt door. Dat figuur is een familielid, hij ziet mij niet. Blij toe!

Het is Heeroom Jacobus. In de familie staat Jacobus bekend als Ome Koos, de schuinsmarcheerder, de man met de vette lach, de gore bakken, de VVD’er en ook als de zielepiet, die niet van vrouwen kan afblijven. 

Koos is ook een heel getalenteerd tekenaar met pen en Oost Indische inkt. Hij draagt de naam Jacobus met ere: letterlijk uit het Hebreeuws vertaald betekent het: de pennenlikker. Twintig jaar is hij missionaris in Nederlands Indië. Daar is hij door het kerkelijk gezag halverwege de vorige eeuw oneervol ontslagen.

Zelfs in die brave jaren vijftig van de vorige eeuw handelt ome Koos al in pikante prenten van jonge schone parochianen (veel te jonge meisjes).  De Indische mannen komen graag bij Ome Koos biechten. Die biechtstoel is de plaats waar de prenten van eigenaar wisselen.

Ome Koos loopt de abri voorbij, zijn hoofd diep tussen zijn schouders om te voorkomen dat hij midden op straat verdrinkt. Het is nu echt melkboeren-hondenweer!

Ik ben  blij dat hij me niet ziet. Altijd weer precies hetzelfde: hij ziet me, krijgt een rood hoofd, loopt naar me toe en begint me uit te foeteren.

Zijn wrevel naar mij dateert vanaf de dag dat ik hem confronteerde met zijn oneervol ontslag als missionaris in Nederlands Indië. Het was in de glorietijd van vadertje Drees.

‘Is het waar, o, is het echt waar o, ome Koos dat u daar bent ontslagen vanwege het tekenen en verkopen van pornografische prenten van jonge meisjes?’

Pornografische tekeningen van jonge meisjes, o, mijn neef?’

Ja, o, oom, het verhaal gaat dat u jonge meisjes bespiedde en tekende als ze zich ontspannen, dartelend baadden’.

Oom Koos kijkt me aan. Krijgt die rooie kneiter weer van woede, scheldt mij uit en probeert mij zelfs te slaan.

Toch zielig zo'n man. Door iedereen verstoten, behalve door God, die geniet met volle teugen van de prenten van Koos en is daarover beslist niet boos.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 21 juli 2022

ERGENS EEN GRENS TREKKEN

 

Sinds zeven jaar woon ik  alleen in een tweekamerwoning. Ooit heb ik in een vierkamerwoning gewoond met alles er op en er aan.  Met mijn toenmalige gezin woonde ik daar: een echtgenote, twee kinderen, een kat en een hond.’ Die ben ik in de loop der jaren allemaal kwijt geraakt. Ook de spulletjes … och, daar hechtte ik niet zo aan. Kleine dingen zoals: beeldjes, lepeltjes, cd’tjes, plantjes,  gaf ik gewoon weg; hoefde er niks voor terug. Op den duur liet ik het bezoek zelf kiezen wat ze mee wilden nemen. Toen kwam de omslag. Het bezoek wachtte opeens niet meer tot ik iets aanbood om mee te nemen, neen, bij binnenkomst  werd er alvast wat gepakt en in de tas gegooid. Toen had ik al een duidelijke grens moeten trekken. Mijn echtgenote wilde er nog  wat van zeggen maar ik keek haar aan en schudde van ‘neen,  laat maar, ik wil geen heibel’.

Ik ben altijd de vriendelijkheid zelve.  Zelfs als ik helemaal niet vriendelijk zou moeten zijn, heb ik die glimlach. Ik treed niet op als ik eigenlijk stevig zou moeten optreden. Reageer niet als iemand iets zegt waar ik het niet mee eens ben of doet wat ik niet wil. Van jongs af aan ben ik echt iemand van ‘de lieve vrede bewaren’.

Op verjaardagen was het altijd gezellig in de beslingerde vierkamerwoning. We zongen ‘Lang zal zij (of hij) leven in de gloria’ of ‘Er is er een jarig, hoera, hoera, dat kun je wel zien dat is hij (of zij)’. Natuurlijk was er koffie met slagroomgebak, bier, frisdrank, olienoten, chippies en blokjes kaas.

Simon (van Riet) kwam altijd met gore moppen. Daar moest ik helemaal niks van hebben  … maar dat kon hij ook niet weten … ‘kennen jullie die mop van de fee met die spiegel?’… en ja hoor, daar ging die alweer:

‘Een mannetje was ontevreden over de lengte van zijn piemel. Op een dag verscheen er een fee met een mooie, ronde spiegel aan zijn bed. De fee zei: ‘omdat je zo’n lief kereltje bent mag je voor mijn spiegel gaan staan en een wens doen. Het mannetje wist natuurlijk gelijk wat hij zou wensen: een langere piemel. Dus ging hij voor de spiegel staan: ‘Spiegeltje, spiegeltje mooi en rond, geef mij een lul tot op de grond’ … en op slag had het mannetje ultra korte beentjes.’

Nou, lachen … Simon had succes, keek me vol trots aan … onwillekeurig glimlachte ik naar die lul.  

Er werd niet alleen gegeten, gedronken en gelachen, neen, er werd ook serieus gepraat over God en de politiek. Ook dan had Simon meestal het hoogste woord. Hij was de enige VVD’er in de hele familie. Volgens hem waren arbeiders lui en meldden ze zich vaker dan nodig ziek. Ik was CPN’er, communist. Alleen schaamde ik me daar toen een beetje voor omdat, omdat de communistische Sovjet-Unie kort geleden Tsjecho-Slowakije met bruut geweld had bezet. Nederlandse communisten zouden zoiets nooit doen. Die wilden alleen maar een hoger loon en betere arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders in Nederland. Simon vond dat maar ‘gelul’. Hij stond gelijk op, deed zijn colbertje aan, pakte mijn staande schemerlamp uit de hoek van de woonkamer: ‘Zo, die neem ík gelijk mee! Kom  Riet. We gaan!’

Eigenlijk had ik toen eens moeten optreden!