Ook toen was iedereen blij met de regen. Het was maar liefst vier
weken droog geweest. Ik ben op weg naar mijn huisarts als er weer een plensbui losbarst.
Even ga ik in een abri staan, tussen een paar mensen die al doorweekt zijn. Er
komt een figuur op het bushokje af maar die loopt door. Die figuur is een familielid, hij ziet mij
niet. Blij toe!
Het is Heeroom Jacobus. In de familie staat Jacobus bekend als Ome Koos, de schuinsmarcheerder, de man met de vette lach, de gore bakken, de VVD’er en ook als de zielepiet, die niet van vrouwen kan afblijven.
Koos is ook een heel getalenteerd tekenaar met pen en Oost Indische inkt. Hij draagt de naam Jacobus met ere: letterlijk uit het Hebreeuws vertaald betekent het: de pennenlikker. Twintig jaar is hij missionaris in Nederlands Indië. Daar is hij door het kerkelijk gezag halverwege de vorige eeuw oneervol ontslagen.
Zelfs in die brave jaren vijftig van de vorige eeuw handelt ome Koos al in pikante prenten van jonge schone parochianen (veel te jonge meisjes). De Indische mannen komen graag bij Ome Koos biechten. Die biechtstoel is de plaats waar de prenten van eigenaar wisselen.
Ome Koos loopt de abri voorbij, zijn hoofd diep tussen zijn schouders om te voorkomen dat hij midden op straat verdrinkt. Het is nu echt melkboeren-hondenweer!
Ik ben blij dat hij me niet ziet. Altijd weer precies
hetzelfde: hij ziet me, krijgt een rood hoofd, loopt naar me toe en begint me
uit te foeteren.
Zijn wrevel naar mij dateert vanaf de dag dat ik hem confronteerde met zijn oneervol ontslag als missionaris in Nederlands Indië. Het was in de glorietijd van vadertje Drees.
‘Is het waar, o, is het echt waar o, ome Koos dat u daar bent ontslagen vanwege het tekenen en verkopen van pornografische prenten van jonge meisjes?’
Pornografische tekeningen van jonge meisjes, o, mijn neef?’
Ja, o, oom, het verhaal gaat dat u jonge meisjes bespiedde en tekende als ze zich ontspannen, dartelend baadden’.
Oom Koos kijkt me aan. Krijgt die rooie kneiter weer van woede, scheldt mij uit en probeert mij zelfs te slaan.
Toch zielig zo'n man. Door iedereen verstoten, behalve door God, die geniet met volle teugen van de prenten van Koos en is daarover beslist niet boos.