Ik zit vanochtend wat je noemt ‘superlekker in mijn vel’. Voel me zó opgewekt! Doe de zondagse schoonmaakklusjes met buitengewoon plezier. Zingend en swingend zelfs. Ik dacht opeens aan die malle buurman die achter zijn keukenraampje zit te turven welke vreemden zijn parkeerplekje inpikken. Dan lach ik me de schompes in mijn eentje. Eigenlijk ben ik dan een beetje té druk, ‘hypomaan’ noemen ze dat tegenwoordig met een moeilijk woord.
"Als dat maar goed gaat," zei mijn moeder zaliger vaak, wanneer ik een paar dagen achtereen te spontaan, te druk en te vrolijk was: "Houd nou maar op, Jos' zei ze dan, 'want dat draait straks weer allemaal op stront uit!"
In bioscoop Cinerama is vanmiddag de biopic te zien van Franz Kafka. Een goede schrijver. Tsjechisch. Moeilijk! Neen… daarom niet… zijn boeken zijn gewoon vertaald in het Nederlands. De film heet heel toepasselijk Franz. Volgens mijn buienradar blijft het deze middag droog, dus ik pak de fiets naar de Westblaak.
Althans, die fiets wìl ik uit de berging halen. Maar m'n Gazelle is pleite! Alleen m’n oude boodschappenfiets staat met twee lekke banden een beetje weggezakt tegen het muurtje van de berging.
Het eerste dat ik denk is dat hij gejat is. Door bekenden. Zonder één enkel spoor van inbraak. Moet mèt sleutel geweest zijn dus. Heel veel tijd om te bedenken wat er precies gebeurd zou kunnen zijn, gun ik me niet. Kafka staat nu op één.
Het eerste dat ik denk is dat hij gejat is. Door bekenden. Zonder één enkel spoor van inbraak. Moet mèt sleutel geweest zijn dus. Heel veel tijd om te bedenken wat er precies gebeurd zou kunnen zijn, gun ik me niet. Kafka staat nu op één.
Ik ben erg gefocust op de Gazelle. In de metro en zelfs onder Franz dwalen mijn gedachten soms af naar mijn trouwe fietsje.
Op het moment dat de nog jonge Franz — hij durfde niet eens te spetteren — door zijn ultralompe vader in het diepe wordt gegooid, besluit ik nà de film langs alle winkels te gaan waar ik de afgelopen dagen wat gekocht heb.
Op het moment dat de nog jonge Franz — hij durfde niet eens te spetteren — door zijn ultralompe vader in het diepe wordt gegooid, besluit ik nà de film langs alle winkels te gaan waar ik de afgelopen dagen wat gekocht heb.
Geen Gazelle bij het Kruidvat, bij de Action, bij de Wibra, bij Zeeman, bij Appie, bij de apotheek, bij de huisartsenpraktijk en bij… jaaaaaaaaaaaa. Daar statie. Bij de Jumbo!! Ik moet haast janken van geluk.
Ach gut ... heeft hij daar zeker víér nachten alléén en in het dònker, kou staan lijden. Mijn Gazelletje. Hij staat nog steeds op slot. Ik ga snel even heen en weer om zijn reservesleuteltje op te halen. Dan kan m’n fietsje straks weer doen waar die voor gemaakt is. Lekker bewegen, hè? Ja, toch?!
Eind goed, al goed. Al kan ik dat van mezelf nú nog niet echt zeggen.
Op de fiets bij de Jumbo boodschappen gaan doen en die vervolgens naar huis toe sjouwen, en je fietsje een paar dagen onbeheerd bij die super laten staan.
Hebben we daar het mooie woord ‘dementerend’ niet voor uitgevonden?
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com