EEN KLEINE MAN
Kleine mannetjes worden door mijn moeder zaliger, oneerbiedig ‘onderdeurtjes’ genoemd. Van kleine mannetjes kennen we allemaal de stereotypen: autoritair, dominant, druk, luid pratend, snel aangebrand. Iedereen kent er wel een: een neef, een collega of een buurman.
Niemand, behalve Winny, mijn ex, kent mijn schoonvader Frits. Hij is al lang dood. Frits was nog geen 1,60 meter. Neen, geen lilliputter. Gewoon een normaal piepklein kereltje. Ik leerde hem pas kennen toen hij 72 was. Dat ging trouwens niet van een leien dakje.
Niemand, behalve Winny, mijn ex, kent mijn schoonvader Frits. Hij is al lang dood. Frits was nog geen 1,60 meter. Neen, geen lilliputter. Gewoon een normaal piepklein kereltje. Ik leerde hem pas kennen toen hij 72 was. Dat ging trouwens niet van een leien dakje.
Mijn vriendin Winny was de oogappel van haar vader, Frits. Apart aan deze vader en dochter was dat hij haar verwekte op vijftigjarige leeftijd. Schoonmoeder Marchje was destijds ook al aardig op leeftijd voor een aanstaande moeder: 42. Fier was pa Frits op zijn uitzonderlijke prestatie.
Vader Frits vervulde ondanks zijn hoge leeftijd de vaderrol gretig en met allure. Hij wandelde vrolijk in weer en wind door bos en hei met zijn dochter, die inmiddels een kop groter was dan paps. Ze bezochten musea, discussieerden fel met elkaar en… Frits verrichtte een heldendaad, want hij speelde het klaar om haar, nadat Winny gezakt was voor het toelatingsexamen voor de Academie voor Beeldende Kunsten, de directeur van die school te bewegen haar toch tot die opleiding toe te laten.
Als kleine, stoere, macho en trotse vader van een 22-jarige prachtige blondine zette hij niet alleen zijn hakken in het zand, maar barricadeerde hij ook de toegang tot 'zijn' woonkamer. Als het aan hem had gelegen, had ik een straatverbod opgelegd gekregen.
Dat langharig tuig, met zijn onverzorgde uiterlijk, bakkebaarden, pluizig sikje, een nietsnut uit een arbeidersnest, een communist nota bene, ook dat nog. Bij Gods gratie mocht ik na een half jaar een kopje thee drinken in Winny's kleine kamertje, waar ook poes Hompie figureerde, bij wie ik evenmin welkom was.
In het nest waar ik opgroeide, was nooit discussie. Hard geschreeuw en vechten soms. Frits wilde discussie over politieke, religieuze, sociale kwesties. Koude oorlog, homoseksualiteit, abortus… Hij had er geen enkel probleem mee om homoseksuele mannen 'strontneukers' te noemen. Van woede klapte ik dicht. Had nooit geleerd om met beheersing te reageren op hufterigheid. Nog steeds ben ik een notoire beginneling op dat gebied. Dankzij mijn moeder ben ik prima geschoold: atheneum, hbo, universiteit, maar behoorlijk praten, discussiëren kan ik niet. Nog steeds niet.
Frits was dood en gecremeerd toen zijn grote kleinzoon (82 cm) ter wereld kwam. Winny en ook ik besloten desondanks ons eerste kind naar Frits (Frederik Jurjen) te noemen: Freek werd het.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Geen opmerkingen:
Een reactie posten