Toch ben ik weer begonnen met één-op-één converseren met migranten. Voor de duidelijkheid: dat betekent dat ik praat met mensen met een migratieachtergrond. Zeg maar: een soort Nederlandse les. Ze moeten al wel een klein beetje Nederlands kennen, want anders kunnen we natuurlijk niet starten. Dat doen we dan wekelijks een uurtje.
Vandaag spreek ik met Paolo, een Portugese veertiger. Hij is vijftien jaar in Nederland en spreekt uitstekend ‘PortNeds’. Een heel apart taaltje. Wat mij die eerste keer dat we praten opvalt is: hij vervoegt nooit hele werkwoorden. Paolo zegt bijvoorbeeld als hij naar de supermarkt wil lopen:
"Ik naar supermarkt lopen."
Nog een voorbeeld, dan is het gelijk duidelijk wat ik bedoel: hij wil zeggen dat hij naar de diëtiste wil gaan, dan zegt hij:
"Ik naar diëtiste gaan."
Dan kan elke pientere lezer bedenken wat Paolo zegt als hij een pilsje bestelt. Ik schrijf niks op, want voor mij is het simpel. Ik weet het. Ik zeg niks.
Ik schrijf dit niet om Paolo uit te lachen. Integendeel, voor mij is het juist de manier om heel zuiver te registreren hoe moeilijk de diffuse klanken van de 'eu', 'oe', 'ui' en zelfs de 'ei' over Paolo's lippen komen. Ik krijg zo snel te horen waaraan bij hem gewerkt moet worden. Paolo moet, bij het doen weerklinken van de klanken 'au', 'ou', 'eu', 'ui' en 'ei', zijn hoofd een tikje zijwaarts bewegen naar links of naar rechts, maakt niet uit welke kant, voordat er iets van geluid uit zijn keel komt. Dat werkte overigens alleen maar op de lachspieren en sloeg helemaal nergens op. Wederom: niet echt bedoeld om te lachen, maar toch leuk omdat er lekker gewerkt kan worden aan een juiste uitspraak.
De letter 'a' als beginletter van een woord, bijvoorbeeld 'appel', is voor de Portugees een tongbreker. Paolo, kan dat woord niet uitspreken zonder een raspende g-klank onder die 'a'.
Moeilijk in de Nederlandse taal te bevatten voor de Portugees is wanneer de letter 'o' klinkt als een 'o' zoals in het woord 'pop', of zoals de 'o' in het woord 'lopen'. Zo ook de letter 'e' die anders klinkt in het woord 'met' dan in het woord 'meten'. Daar gaan we fijn mee aan de slag.
De Portugees doet niet aan persoonlijke voornaamwoorden. De Nederlander wel. Wat dat zijn? Persoonlijke voornaamwoorden? Ziehier de meest gebruikte: ik, jij, hij, wij, jullie, u, zij. Het ontbreken van die persoonlijke voornaamwoorden in het Portugees maakt het voor hen ook zo moeilijk om Nederlands te leren. Dat is waarom ze vrijwel allemaal dat hele werkwoord blijven gebruiken als ze ons iets duielijk willen maken.
Ik vraag Paolo om kort iets op te schrijven over onze sessie van vandaag. Dat wil hij wel. Wat hij schrijft, heb ik nog niet bekeken.
"Ik niet blij zijn met jou, Jos, jij veel vlug praten."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten