dinsdag 20 januari 2026

DE POPPENDOKTER.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw woonde ik in Spangen. Zo rond de tien jaar was ik.  Twee speelgoedzaken waren er daar in die tijd: de Poppendokter en ’t Hart.

De Poppendokter zat in de Betje Wolffstraat en ’t Hart op de Schiedamseweg. Die laatste zaak was wat groter, had meer speelgoed in voorraad en was ook wat moderner, overzichtelijker, netter. De Poppendokter was een beetje een rommelzaakje. Die zaak heette de Poppendokter omdat de eigenaar speelgoed repareerde. Dat was zijn specialiteit.
 
Mijn moeder hield niet van die winkel, dus als het enigszins kon ging ze naar ’t Hart. De Poppendokter was een man, met een voor een man iets te hoge stem en bovendien hing er een scherpe pislucht in die winkel, alsof de dokter gewend was om achter de toonbank te plassen.

Mijn oudste zus Manda, had een pop, die gekleed was als non. Die pop was eens beschadigd. Er er zat een gat in haar wang. Diep treurig was Manda. Het was haar lievelingspop.

Tante Ludy, een zus van onze moeder was non. Die pop was precies zo gekleed als zij. Daarom was mijn zus waarschijnlijk zo gehecht aan die pop. Mijn moeder bracht de gekwetste pop op een dag heimelijk naar de poppendokter. Ze wilde Manda verrassen, de kapotte wang laten maken en dan de pop weer kado doen met haar verjaardag.

Toen Manda vroeg waar haar zusterpop was, zei mijn moeder, dat ze haar had weggegooid. Ze was niet toonbaar meer. Tegelijk met dat ze dat zei, knipoogde mijn moeder naar mij. Dat vond ik leuk.

Het is allemaal precies zo gegaan als mijn moeder het had bedacht. Wat was Manda blij. Ze moest er zelfs een beetje van huilen, want ze dacht echt dat ze haar pop kwijt was. 

Mijn moeder en ook Manda vonden dat de poppendokter het wangetje knap hersteld had. Ik vond het foeilelijk. Het wanggat was gestopt zoals mijn moeder een gat in een rode wollen sok zou stoppen. Haar ene wang was nu knalrood en haar andere rose. Voor mij was de poppendokter een klungel. Maar goed, het was mijn pop niet.

Ik vraag me trouwens af of ik, anno nu, nog in de buurt terecht kan om een beschadigd poppenwangetje te laten repareren. 

Wordt waarschijnlijk zoeken op internet.

maandag 19 januari 2026

VERYUPT?

 

Altijd leuk om mss E. tegen te komen op de sportschool. Er was een tijd dat we samen van 9 tot 10 uur 's ochtends sportten en babbelden. Tegenwoordig lopen we elkaar gewoon mis.

Nou ja gewoon? Ik denk wel eens dat mss E. mijn manische geouwehoer spuugzat is en daarom vanachter haar keukengordijn in de gaten houdt wanneer ik naar de gym ga of weer terug kom en dat zij daar dan haar eigen sporttijden op aanpast.

Vanochtend babbelen en fietsen we als vanouds. Niet te hard ... in een comfortabel tempo.

Onze woningen zijn vrijwel identiek. Zij houdt een lofzang op onze appartementen met vandaag volop zon op de grote woonkamerramen. Geen stookkosten deze dag. De gemiddelde temperatuur binnenshuis gaat oplopen tot 20,5 graad. Mss E.is dol op haar huis. 

'Absoluut mss E.', zeg ik, 'een  prachtige woning. Ze zou alleen ergens anders moeten staan'.

’Ergens anders?’vraagt zij.

'Ja, ergens anders,' antwoord ik. 'In het Oude Noorden of Crooswijk'.

'Oude Noorden of Crooswijk?' vraagt zij.

'Ja, in het Oude Noorden of Crooswijk,' antwoord ik. 'Ik ben op en top een centrum man'. 

'Op en top een centrum man?' vraagt zij?

En tamelijk onverwachts, sprint mss E. weg en zegt: 

'Het Oude Noorden is de laatste jaren wel erg veranderd.' 

Dan had ik tegen haar kunnen zeggen:

’Erg veranderd?’ 

Maar zo'n pestkop ben ik nu ook weer niet.

Dus ik haak gelijk in op haar opmerking: 

‘Inderdaad, mss E. tot mijn grote verdriet is het Oude Noorden flink veranderd, de laatste decennia'.

‘De laatste decennia?' vraagt zij gelijk weer.?

'Ja, de laatste decennia, is die wijk half veryupt', zeg ik.

‘Half veryupt?’ vraagt zij. 

'Ja, 50% is tegenwoordig student of hoger opgeleid en de andere helft is arbeider of uitkeringstrekker,' zeg ik.

Dan zegt mss E.: 'Het was toch hoognodig dat daar eens wat gebeurde.'

        'Waarom de sociale structuur van het Oude Noorden overhoop             halen. Waarom betaalbare woningen slopen. Waarom de                     machtige en gezellige smeltkroes van tientallen nationaliteiten,          die daar vanaf 1960 is ontstaan, ruïneren,' is mijn reactie.

         'Ruïneren?' vraagt zij.

         'Ruïneren, ja,' zeg ik. 'Politiek gezien is het blijkbaar simpeler             om een arbeiderswijk van zijn identiteit te ontdoen dan                       Hilgersberg, de Rotterdamse wijk van de rijke pikken,' zeg ik.

         'Rijke pikken?' vraagt zij.

        'JA! MSS. E. RIJKE PIKKEN!!' antwoord ik.

        Mss E. is al met haar gele doekje in de weer om haar fiets                    schoon te poetsen.

        'Tsjonge, jonge,' verzucht zij, met een blik op mij.            

zondag 18 januari 2026

PA.

'Kan je niet eens wat aardiger over je vader schrijven? Het is vaak zo negatief', zo reageren lezers. Okee dan. Daar gaat ie.

Beschuitje.

 Ik zal een jaar of vier geweest zijn toen mijn vader me op zijn schoot nam, zijn ongeschoren gezicht naar mijn gezichtje toe bewoog en met zijn harde baardharen over mijn tere kleuterhuidje schuurde. Hihihihahaha, papa lacht, mama lacht. Leuke actie. Dus lachte ik mee als een boertje met pijn aan zijn wangetjes. 

Twee vingers.

Een paar jaar ouder ben ik inmiddels. Six/Seven. Pa leerde mij toen het simpele krachtspelletje 'twee vingers.' Een spel voor twee spelers. 

Eerst slaat de een zo hard  mogelijk met zijn wijs- en middelvinger op de wijs- en middelvingers van de ander. Dan mag de ander zo slaan. De twee gaan, om beurten,  net zo lang door tot de pijn in de vingertopjes van één van de spelers ondraaglijk is. Die is dan de verliezer.

Ik vond het een heel leuk spel. Mijn vader liet me nooit winnen, dat vond ik ook niet erg. Het was grappig om te zie hoe bloedrood die  vingertopjes er tenslotte uitzagen. Mijn moeder vond het maar niks: 'Je (mijn vader) hebt weer eens last van van 'ptss-jappenkampneigingen', mopperde ze.

Armpie drukken.

Hoe dat gaat is bekend. Veronderstel ik. Deden we ook graag samen (vanaf 10). Hij liet mij vaak winnen

Het badhuis.

De arbeiderswoningen in Spangen waar wij woonden tot mijn 13e hadden geen douche. Er was in de naburige Justus van Effenstraat een badhuis. Met een reusachtige badkuip ruim genoeg voor met z'n drieën, heerlijk warm water, daar lagen we met z'n tweeën te spetteren. Ik was toen negen jaar, pa 28. Daar zag ik hem voor het eerst helemaal bloot. Imposant.

(Kaart)spelletjes.

(Kaart)spelletjes vond mijn vader leuk en als ze niet al te moeilijk waren had ik ze snel door. We speelden dan met het hele gezin, toen me z'n vijven.

Welke spelletjes?:  

Vanaf een jaar of  6/7 kaartspelletjes: Eenendertigen, patiencen, pesten, achten, jokeren.  Helaas was ik niet slim genoeg om de regeltjes voor klaverjassen te onthouden. 

Hij deed graag mee met allerlei spelletjes. Monopoly en Mens erger je niet.

Dammen heeft ie mij geleerd. Vind ik erg leuk om te doen. Ben ik redelijk in. 

Schaken pa deed zijn best maar ik had het analytisch vermogen niet. Hij was daar zelf goed in.

Sparta Voetbal/Sparta  Honkbal

Vanaf mijn achtste jaar mocht elke veertien dagen op zondagmiddag mee naar de voetbalwedstrijd van Sparta. Dat vind ik het fijnste waar hij me kennis mee heeft leren maken: Voetbal. Om zelf te doen en om naar te kijken.

Ook heeft hij mij heel goed de regels van de honkbalsport uitgelegd. Daar kan ik nu ook nog erg van genieten. Als kijksport.


Al de aangename herinneringen aan mijn vader zitten in de periode tot mijn puberteit in de periode Spangen, tot 1963. Vanaf 1963, de periode IJsselmonde, is mijn waardering voor hem groot omdat hij in die periode, voor het grote gezin (op het laatst 10 kinderen) waarin ik ook opgroeide ontzettend hard gewerkt heeft.

zaterdag 17 januari 2026

LAPTOP.

Tegen drieën vannacht lag ik pas in bed. Ik moest nog wat schrijven. Tot negen uur geslapen, uitgeslapen voor mijn doen. Het allereerste waar ik aan denk is dat mijn kleinzoon Bent vanmiddag in Dordrecht zijn verjaardag viert. Hij is 13 januari jl. 12 geworden. 

Ik ga er heen met de trein van 13.41 uur, met mijn ex. Winny , die ook nog steeds in Rotterdam woont. De verjaardagsfeestje duurt tot 17.00 uur. Ik heb al een kado gegeven. Een bijdrage aan het grote kado voor Bent's 12e vejaardag; een laptop. Een laptop heeft hij hard nodig volgend schooljaar als hij op de middelbare school zit. Het ding kost bijna 400 euro. Mijn bijdrage is 100 euro.

Onwillekeurig moest ik denken aan mijn middelbare schooltijd. De hbs. Ik stel me het gevoel van rampspoed voor dat mijn moeder zou overvallen als ze hoorde dat ik voor het volgend schooljaar iets moest aanshaffen van  400 gulden. 

Tussen twee haakjes: een gevoel van rampspoed is alleen iets dat mijn moeder kan overvallen. Mijn vader is in de Tweede Wereldoorlog, in het Jappenkamp, al zijn gevoel kwijtgeraakt, dus zeker iets als rampspoed kan hij niet kennen noch herkennen.

Voor die 400 gulden moest mijn vader destijds twee maanden werken (inclusief  de nodige overwerkavonden). Hij heeft zich zijn hele leven de pleuris gewerkt. Maar nooit verdiende hij ene klote. Dat kwam omdat hij, ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog ongeschoold arbeider was geworden. Dat schoof iets meer dan niks.

Alleen al door de verplichte aanschaf van het jaarlijkse  leerboekenpakket voor mijn 'hogere school', 50 á 60 gulden, hadden we thuis een maand lang nauwelijks te vreten. Het enige broodbeleg in die dagen was dun boter (Zeeuws meisje) met een theelepeltje gekleurde hagelslag, wat we destijds muisjes noemden.       

De jarige van vandaag, gaat dus met het volgend schooljaar naar de middelbare school met een havo-advies. Hij wordt groot. Nu al is hij bijna even groot als ik (1.84m). Ik ben nu nog maar een half hoofd (mijn hoofd) groter. 

Voor het eerst in zijn jonge leven toonde Bent enige belangstelling voor mij persoonlijk: 'Waar en hoe heb je oma Winny leren kennen?'  Hij luisterde aandachtig en ging het hele verhaal op zijn laptop op in Word zitten uittikken.

vrijdag 16 januari 2026

BAKKERIJ.

Meestal vind ik op het gebied van stand-up comedy alles leuk. Voor een avondje lachen betaal ik tussen 7.50  en 25 euro. De ene keer is het leuker dan de andere keer en dat heeft dan meestal met de prijs van het ticket te maken. Het lijkt wel of mijn gevoel voor humor recht evenredig is aan de prijs van het ticket. Een dure comedien levert een top-act van anderhalf uur.  

Daarentegen is goedkope comedy voor mij vaak ook lachen, gieren, brullen. Heerlijk vind ik het om durf-als de vloer op te zien gaan, vaak voor de allereerste keer. Op zo'n goedkope comedy-avond, ruim twee uur, staan zo'n vier comediens geprogrammeerd. 

Op een avond met veel aankomende talenten is de aanwezigheid van een MC ook cruciaal. De MC warmt met grapjes het publiek op en enthousiasmeert het publiek om de artiest luidruchtig te verwelkomen. Soms is de MC leuker dan de (aankomende) comediens.

Maar afgelopen woensdag was ik bij de Bakkerij, een theatertje in Rotterdam Noord. Daar was toen een stand-up-comedy-show met vier comediens. Ik betaalde een entreeprijs van 15 euro. Gratis bijna. De MC, een Argentijn, stak met kop en schouders boven de vier anderen uit. Zijn eerste opmerking was meteen raak: 'Ik treed op in kleine theaters zoals dit hier maar ... veel vaker in hele grote zalen ... alleen zit daar minder mensen in dan hier.'

Beneden alle peil was de act van Karel. Een twee meter lange man met een Herman-Monster-hoofd en bijpassende stem. Hij startte zijn act met het uit zijn broekzak halen van een aantal A4tjes, waarop wat  onduidelijk Karel-grappen genoteerd stonden, die hij voorlas aan de zaal. Toen de A4tjes leeg gelezen waren pakte hij een boek. Een toneelstuk, van Herman Heijerman: 'Op hoop van zegen.''. Uit dat toneelstuk droeg hij een aantal dialogen voor. Dat was zijn act.

Doris, deze komiek introduceerde de sit-down-meditatie. Hij vroeg ons, de volle zaal, onze ogen te sluiten en raaskalde, weliswaar op bedaarde toon, woorden, die noch ontspanden, noch hilarisch waren. Duidelijk de dodelijke categorie: jammer maar helaas.

Bernard was de uitblinker van de avond. Hij bracht een leuk nummer over 'bij de kapper'. Het stereotype kappersgelul en het kijken in de kappersspiegel om te zien hoe je haar nu zit. Bernard vindt het meestal 'zwaar kut' maar hij houdt zijn mond, want als hij wel wat zegt, zit hij nog eens een half uur in de kappersstoel. 

Karin de Vette. Haar voornaamste onderwerp is haar vet. Ze is daar apetrots op. Iedereen wordt uitgenodigd om van haar vet te komen genieten. Ze schreeuwt vele lelijke onbeholpen zinnen over haar vette lijf haar trots en glorie. 

En wij, de honderd-koppige massa in de zaal, lachten en klapten omdat alle begin moeilijk is maar het niveau was wel eens hoger.


donderdag 15 januari 2026

SCHOOLTJE (3)

Halverwege het laatste ritje tussen het schooltje in Schiedam en zijn woning in het Oude Noorden in Rotterdam barstte Derck uit in een onbedaarlijke huilbui. Hij moest zijn auto aan de kant zetten. Vijf jaar gedeeld lief en leed, met zijn collega's en leerlingen waren hem niet in zijn kouwe kleren gaan zitten. Dat zocht en vond op die manier een uitweg. 

Freya zat ongeduldig met haar nagels te tikken op het portier van de auto. Ze hield haar mond maar ze vond Derck een aansteller eerste klas.: 't Was eigen schuld, dikke bult. 

'Als ik nou in tranen zou wezen' zei Freya, 'ik kent er zelf toch geen ene pleuris aan doen, dat die lul een collega gaat leggen naaien. En toch krijgt ik ook de zak. Goeien moeten onder kwaaien lijden,' zei die Frans, ja, ja, die teringkrent. Afkoopsom? Oh neen! Blijkt ik al die jaren zwart gewerkt. Vandaar dus'.

Na enkele maanden van treurigheid, zei Derck: 'Ik wil weer iets gaan doen voor geld, Freya.' Hij had alleen niet in de gaten dat Freya helemaal niet thuis was. Zij was al weer een tijdje aan het lijkenwassen gegaan.


'Hé, Derck! Hé Peter! Een oud leerling. Peter heeft een eigen zaak. IJs. Soft-, schep- en likijs. Loopt lekker. Hoe ist verder? Ja, goed. Kom eens langs.

Komt Peter in Dercks woning in het Oude Noorden praten. Peet trakteert op een cornet.'Ga ijslolly's verkopen voor me, Derck.' 

'Waar had je gedacht?' 

'Waro? Hiero! Vanuit je eigen huis gewoon. Je krijgt van mij een extra vriezertje. Kunnen vijfduizend lollies in. Bij lekker weer heb ik een vries-bakfiets. Daarmee kan je het bos in. Kunnen tweeduizend lollies in'.  

'Wat schuift het, Peet?'

'Vijf cent de lollie'. 

'Top,' en Derck high-fivede Peter. Wat moest hij anders? Hij had geen cent te makke.'

'Je hebt je laten piepelen,' zei Freya. Jij krijg 5 en die Peter steek zelf  25 per lolly in ze zak. Pannekoek!'

Het ijs liep in het begin voor geen meter.

'Je doet er ook geen ene klote aan, hè Derck. Denkt je soms dat het allemaal komt aanwaaien? zei Freya. 'Ik gaat als het goed weer is wel met die bakfiets het bos in en als jij nou in het Zwaanshals gaat flyeren Derck, zal je zien, dan gaat het lopen als een tiet'.


woensdag 14 januari 2026

SCHOOLTJE (2)

 'Ik ben er uit,' zegt Frans met zaaddoorlopen ogen. Op de toilet heeft directeurtje Frans kennelijk ook besloten wat Derck en Freya kunnen gaan verdienen op zijn schooltje: Derck 2.300 en Freya 1.250 per maand. Guldens. Derck doet nog steeds alsof ie  het te weinig vindt maar hij houdt zijn mond. Freya daarentegen geef Frans een stevige pakkerd vol op zijn mond: 'Prima, jongen. Daar wilt ik best wel mijn bed voor uitkomen.'

Dat was allemaal vijf jaar geleden. Die eerste vier jaren liepen gesmeerd. Leuke leerlingen, leuke collega's, prima cohesie. Derck liep te peaken. Toen kwam dat funeste  vijfde jaar. Derck was nergens meer toe in staat.  Hij moest zelf zijn lesstof bedenken.  Er bestonden geen boeken: 'Toneel met pubers'. Niks bestond er. Niks kwam er meer uit Derck. Alleen maar shit! 

Dat vijfde jaar had Derck ook veel moeite om zijn bed uit te komen. Geheel onbedoeld staken burn-out verschijnselen als slapte, futloosheid, huilen, gauw boos worden ook Freya aan. Ook zij kon niet anders doen dan de pijp aan Maarten te geven. Daarmee kwam de hele koffie-koek-voorziening van het schooltje op zijn gat te liggen. Op korte termijn was er geen vervanging voor Freya te vinden.     

Bij Derck en Freya ging het net zo. Hier was het niet alleen 'geen koffie'. Van alles ging de stekker er uit zelfs van op zich simpele dingen als stofzuigen, dweilen, wassen, was ophangen, opvouwen en douchen. De  stekker ging er uit, de klad  kwam er langzamerhand in.

Het kwam allemaal in een stroomversnelling terecht nadat Derck met collega Annelies naar bed was geweest. Bij háár thuis. Zij wilde dat nu eenmaal graag. Derck ook wel, want zij was gewoon een 'lekker wijf' maar hij was beducht voor haar man. Die was was regionaal kampioen in de een of andere Chinese vechtsport. Volgens Annelies had hij die avond wedstijden Deventer. 

Derck was die avond weer eens te snel klaargekomen. Zij had wat meer tijd nodig. Dat wilde hij er alleen niet voor uittrekken. Bij Annelies had dat kwaad bloed gezet. Ze heeft het voorval in het team gedropt. Daar is het doorlullen en vernietigend oordelen begonnen. Nou, je weet hoe dat gaat: van kwaad tot erger. 

Jos, de man van Annelies kwam op hoge poten naar de directie van het schooltje. Annelies had haar man wijs gemaakt, dat Derck haar tegen haar zin genomen had. Verkracht had dus! Jos eiste maatregelen.

Toen kon Derck wel inpakken. Hij had geen poot meer om op te staan. Vrijwel alle leerlingen en beroepskrachten keurden Derck's gedrag zwaar af. Hij moest nu wel aan zijn stutten trekken, toch?