Tegen drieën vannacht lag ik pas in bed. Ik moest nog wat schrijven. Tot negen uur geslapen, uitgeslapen voor mijn doen. Het allereerste waar ik aan denk is dat mijn kleinzoon Bent vanmiddag in Dordrecht zijn verjaardag viert. Hij is 13 januari jl. 12 geworden.
Ik ga er heen met de trein van 13.41 uur, met mijn ex. Winny , die ook nog steeds in Rotterdam woont. De verjaardagsfeestje duurt tot 17.00 uur. Ik heb al een kado gegeven. Een bijdrage aan het grote kado voor Bent's 12e vejaardag; een laptop. Een laptop heeft hij hard nodig volgend schooljaar als hij op de middelbare school zit. Het ding kost bijna 400 euro. Mijn bijdrage is 100 euro.
Onwillekeurig moest ik denken aan mijn middelbare schooltijd. De hbs. Ik stel me het gevoel van rampspoed voor dat mijn moeder zou overvallen als ze hoorde dat ik voor het volgend schooljaar iets moest aanshaffen van 400 gulden.
Tussen twee haakjes: een gevoel van rampspoed is alleen iets dat mijn moeder kan overvallen. Mijn vader is in de Tweede Wereldoorlog, in het Jappenkamp, al zijn gevoel kwijtgeraakt, dus zeker iets als rampspoed kan hij niet kennen noch herkennen.
Voor die 400 gulden moest mijn vader destijds twee maanden werken (inclusief de nodige overwerkavonden). Hij heeft zich zijn hele leven de pleuris gewerkt. Maar nooit verdiende hij ene klote. Dat kwam omdat hij, ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog ongeschoold arbeider was geworden. Dat schoof iets meer dan niks.
Alleen al door de verplichte aanschaf van het jaarlijkse leerboekenpakket voor mijn 'hogere school', 50 á 60 gulden, hadden we thuis een maand lang nauwelijks te vreten. Het enige broodbeleg in die dagen was dun boter (Zeeuws meisje) met een theelepeltje gekleurde hagelslag, wat we destijds muisjes noemden.
De jarige van vandaag, gaat dus met het volgend schooljaar naar de middelbare school met een havo-advies. Hij wordt groot. Nu al is hij bijna even groot als ik (1.84m). Ik ben nu nog maar een half hoofd (mijn hoofd) groter.
Voor het eerst in zijn jonge leven toonde Bent enige belangstelling voor mij persoonlijk: 'Waar en hoe heb je oma Winny leren kennen?' Hij luisterde aandachtig en ging het hele verhaal op zijn laptop op in Word zitten uittikken.