In de vijftiger jaren van de vorige eeuw woonde ik in Spangen. Zo rond de tien jaar was ik. Twee speelgoedzaken waren er daar in die tijd: de Poppendokter en ’t Hart.
dinsdag 20 januari 2026
DE POPPENDOKTER.
vrijdag 16 juni 2023
ALLERBELABBERDST.
Allerbelabberdst 1: Thijs
De dierenarts heeft onze kater Thijs, die zijn koppie niet
meer kan oprichten onderzocht. Wij dachten dat hij een tia had gehad. De arts,
die hem afgelopen maandag grondig onderzocht, constateerde: zijn hartje is
onregelmatig en zwak, hij heeft ondergewicht en verhaart erg: grote plukken van
zijn vacht vinden we door ons hele huis. Kortom zijn conditie is allerbelabberdst.
De dokter wil een bloedonderzoek laten doen om te weten te
komen of de nieren van onze kater goed zijn, of hij suikerziekte heeft en of
hij voldoende kalium in zijn lijf heeft. Kaliumgebrek kan er volgens haar de
oorzaak van zijn dat Thijs zijn kop niet meer omhoog kan houden.
Vanmiddag rond half vijf belde de dokter met de uitslag van
het bloedonderzoek: de nieren zijn goed, hij heeft geen suiker maar wel een
groot gebrek aan kalium. We denken dat de dokter het goed gezien heeft, dat
kaliumgebrek de oorzaak is van zijn slap hangende koppie. Ik heb internet nog
es geraadpleegd en daar staat een verhaal over de ziekte van Thijs,
‘hypolalaemie’ met een foto, precies zoals onze kater nu is. Voor wie het wil
bekijken, hier is de link:
http://www.dierenziekenhuis.nl/Bibliotheek/tabid/69/ItemID/306/Default.aspx?Word=Kalium+tekort+bij+de+kat+-+Hypokalaemie
De dierenarts heeft kaliumpoeder (Tumil-K) te koop. Eén keer
per dag moet er een half theelepeltje over Thijs zijn eten worden gestrooid; het
is te hopen dat hij zijn eten dan nog wil opeten.
De dokter wil geen valse hoop wekken: Thijs is er überhaupt
slecht aan toe; dat kaliumgebrek kan dan wel een beetje worden weggewerkt maar
aan zijn zwakke conditie is weinig meer te doen.
Waarschuwing: ‘Lezers. die allergisch zijn voor erotische
teksten, kunnen beter niet verder lezen!’
Allerbelabberdst 2: Saskia.
Saskia is een leuke, sportieve vrouw. Ze is lid van de
atletiekvereniging PAC, eigenlijk alleen
maar voor het (recreatief)trainen van de vijftien kilometer. In een gemengde
groep loopt ze, met zo’n 20 mannen en 10 vrouwen.
Ze werkt bij de Stichting Jeugdzorg in Schiedam; 32 uur per
week, als juridisch medewerker. Van twee medewerkers is ze leidinggevende.
Twee keer in de week loopt ze bij PAC door het Kralingse
Bos. Als ze dat niet had dan zou ze al lang gestrest thuis zitten. Het lopen is
echt een uitlaatklep en tegelijkertijd een oppepper van jewelste.
Toen ze begon met haar werk in Schiedam kon ze het
gemakkelijk alleen aan. Nu doet ze in haar eentje het werk van twee. Er is
gewoon geen geld voor uitbreiding.
Thuis gaat het allerbelabberdst. Haar man Peter werkt bij de
politie. Hun kinderen, Grea en Hester, ze schelen een jaar, zitten op het vwo
en gooien er met de pet naar. Dat wordt niks dit jaar.
Door Peters onregelmatige diensten en Saskia’s bezigheden
zien ze elkaar niet of nauwelijks. Òf ze is aan het rennen bij PAC of ze ligt
uitgeteld in bed als Peter thuiskomt en bij haar in bed stapt.
Ze voelt wel dat Peter haar borsten, haar buik, haar billen
streelt en zij voelt zijn opwinding ook wel maar ze doet alsof ze slaapt. Peter
kan haar al jaren niet meer bekoren.
Niet dat ze helemaal geen behoefte heeft. Integendeel! Noem
haar allesbehalve frigide. Wat haar ontbreekt is moed.
Saskia voelt onder het hardlopen, dat Eric, een leuke vent,
belangstelling voor haar heeft. Ze durft
alleen zelf geen signalen naar hem te geven.
zaterdag 23 juli 2022
CHARLEY CHAPLIN
‘U bent de enige in de zaal mevrouw’, zegt de kassière. Ik mag
zelf weten waar ik ga zitten. De film over Charley Chaplin draait in zaal 1. Ik
ben in bioscoop KINO. Voor me in het
donkere gangetje naar zaal 1 loopt iemand, een man, denk ik. Ook richting zaal
1. Hij houdt de deur voor me open en zegt:
‘O, gelukkig, zit ik toch niet helemaal alleen in de zaal. Ik
heb mijn kaartje gisteren al gereserveerd, via internet, toen was ik ook nog de
enige. Je zit toch niet toevallig op stoel 10 van rij 9? vraagt hij.
‘Neen, ik mag gaan zitten waar ik wil.’ Ze gaat zitten in
rij 6; stoel 8. Aardige man wel, lijkt me … hij heeft een heel prettige stem.
We zijn inderdaad de enige twee bezoekers van deze
voorstelling. Het voorprogramma is niet
echt boeiend. Reclame voor behang, m&m’s, lays, brillen, vakanties, bier,
frisdrank. En previews. Er worden ook voorstukjes vertoond van Lawrence of
Arabia. Die film is al meer dan 50 jaar oud. Komt binnenkort weer in Kino.
De man die achter me zit, loopt opeens de zaal uit.
‘Ik kom zo nog wel terug, hoor!’
Dat moet hij wel tegen mij hebben, want d’r zit hier verder
niemand. Ik lach maar een beetje, niet zo hard maar toch zó hard dat hij het
kan horen. Vreemd, dat hij nu nog de zaal uit gaat. Hij zit hier al zeker 10
minuten naar die stomme reclames en previews te kijken en net nu die film zowat
gaat beginnen loopt ie de zaal uit. Misschien heeft ie nu ineens dorst gekregen
… van die reclames voor bier en frisdrank … of
misschien moet hij plassen, dat kan natuurlijk ook maar daar had hij ook
wel wat eerder aan kunnen denken ... Jemig, waar maak ik me druk over. Ik hoop
alleen niet dat hij met zo’n reuzenbeker popcorn terugkomt. Want dat is echt een
ellende … zo vlak achter me nog wel. Op het scherm worden nu regeltjes getoond bellen,
eten en afval in de zaal.
Oh kijk, daar is hij al weer. Heeft hij toch niets gemist.
Zo te zien heeft hij niks gekocht. Hij heeft tenminste niks in zijn handen. Zal
hij wel naar het toilet geweest zijn. Ik kan hem trouwens nu iets beter zien.
Mijn ogen zijn wat meer gewend aan het donker.
Hij is vrij groot, een meter tachtig schat ik. Kaal, een veertiger, om
en nabij. Nou, volgens mij duurt het voorprogramma langer dan normaal.
Achter me hoor ik wat vallen.
‘Godver!’ hoor ik. Als ik heel even vlug omkijk zie ik
alleen maar lege bioscoopstoelen. Hem zie ik nergens. ‘Jezus!’ hoor ik en
geschuifel. Ik zie hem nog steeds niet. O, daar is hij, ik zie hem opstaan maar
ook gelijk weer wegduiken tussen de stoelen. ‘Yes!’ klinkt het dan opgelucht.
Hij staat wel behoorlijk stram op. Zal hij toch geen veertiger zijn … vijftiger
of zestiger zelfs misschien. Ik kijk weer gauw voor me … kom hier tenslotte
voor de film. Die lijkt nu eindelijk te beginnen: ‘De geschiedenis van Charley
Chaplin.’
‘Goeie film, hè,’ zeg ik na afloop tegen mijn medebezoeker, achter
me. ‘Ik ben helemaal overdonderd. Ik wist helemaal niets van Charley Chaplin af.’
‘Zeker een goeie film’ zegt hij. ‘Ik heb al eens wat over
hem gelezen. Wist alleen nog niet dat hij pedoseksueel was.’
Nu ik die man zo in het volle zaallicht aankijk, zie ik pas dat
hij een zeventiger moet zijn, zeker weten!
‘Nou, fijne middag verder, meneer.’
‘Ja, mooie dag, mevrouw.’