vrijdag 16 januari 2026

BAKKERIJ.

Meestal vind ik op het gebied van stand-up comedy alles leuk. Voor een avondje lachen betaal ik tussen 7.50  en 25 euro. De ene keer is het leuker dan de andere keer en dat heeft dan meestal met de prijs van het ticket te maken. Het lijkt wel of mijn gevoel voor humor recht evenredig is aan de prijs van het ticket. Een dure comedien levert een top-act van anderhalf uur.  

Daarentegen is goedkope comedy voor mij vaak ook lachen, gieren, brullen. Heerlijk vind ik het om durf-als de vloer op te zien gaan, vaak voor de allereerste keer. Op zo'n goedkope comedy-avond, ruim twee uur, staan zo'n vier comediens geprogrammeerd. 

Op een avond met veel aankomende talenten is de aanwezigheid van een MC ook cruciaal. De MC warmt met grapjes het publiek op en enthousiasmeert het publiek om de artiest luidruchtig te verwelkomen. Soms is de MC leuker dan de (aankomende) comediens.

Maar afgelopen woensdag was ik bij de Bakkerij, een theatertje in Rotterdam Noord. Daar was toen een stand-up-comedy-show met vier comediens. Ik betaalde een entreeprijs van 15 euro. Gratis bijna. De MC, een Argentijn, stak met kop en schouders boven de vier anderen uit. Zijn eerste opmerking was meteen raak: 'Ik treed op in kleine theaters zoals dit hier maar ... veel vaker in hele grote zalen ... alleen zit daar minder mensen in dan hier.'

Beneden alle peil was de act van Karel. Een twee meter lange man met een Herman-Monster-hoofd en bijpassende stem. Hij startte zijn act met het uit zijn broekzak halen van een aantal A4tjes, waarop wat  onduidelijk Karel-grappen genoteerd stonden, die hij voorlas aan de zaal. Toen de A4tjes leeg gelezen waren pakte hij een boek. Een toneelstuk, van Herman Heijerman: 'Op hoop van zegen.''. Uit dat toneelstuk droeg hij een aantal dialogen voor. Dat was zijn act.

Doris, deze komiek introduceerde de sit-down-meditatie. Hij vroeg ons, de volle zaal, onze ogen te sluiten en raaskalde, weliswaar op bedaarde toon, woorden, die noch ontspanden, noch hilarisch waren. Duidelijk de dodelijke categorie: jammer maar helaas.

Bernard was de uitblinker van de avond. Hij bracht een leuk nummer over 'bij de kapper'. Het stereotype kappersgelul en het kijken in de kappersspiegel om te zien hoe je haar nu zit. Bernard vindt het meestal 'zwaar kut' maar hij houdt zijn mond, want als hij wel wat zegt, zit hij nog eens een half uur in de kappersstoel. 

Karin de Vette. Haar voornaamste onderwerp is haar vet. Ze is daar apetrots op. Iedereen wordt uitgenodigd om van haar vet te komen genieten. Ze schreeuwt vele lelijke onbeholpen zinnen over haar vette lijf haar trots en glorie. 

En wij, de honderd-koppige massa in de zaal, lachten en klapten omdat alle begin moeilijk is maar het niveau was wel eens hoger.


donderdag 15 januari 2026

SCHOOLTJE (3)

Halverwege het laatste ritje tussen het schooltje in Schiedam en zijn woning in het Oude Noorden in Rotterdam barstte Derck uit in een onbedaarlijke huilbui. Hij moest zijn auto aan de kant zetten. Vijf jaar gedeeld lief en leed, met zijn collega's en leerlingen waren hem niet in zijn kouwe kleren gaan zitten. Dat zocht en vond op die manier een uitweg. 

Freya zat ongeduldig met haar nagels te tikken op het portier van de auto. Ze hield haar mond maar ze vond Derck een aansteller eerste klas.: 't Was eigen schuld, dikke bult. 

'Als ik nou in tranen zou wezen' zei Freya, 'ik kent er zelf toch geen ene pleuris aan doen, dat die lul een collega gaat leggen naaien. En toch krijgt ik ook de zak. Goeien moeten onder kwaaien lijden,' zei die Frans, ja, ja, die teringkrent. Afkoopsom? Oh neen! Blijkt ik al die jaren zwart gewerkt. Vandaar dus'.

Na enkele maanden van treurigheid, zei Derck: 'Ik wil weer iets gaan doen voor geld, Freya.' Hij had alleen niet in de gaten dat Freya helemaal niet thuis was. Zij was al weer een tijdje aan het lijkenwassen gegaan.


'Hé, Derck! Hé Peter! Een oud leerling. Peter heeft een eigen zaak. IJs. Soft-, schep- en likijs. Loopt lekker. Hoe ist verder? Ja, goed. Kom eens langs.

Komt Peter in Dercks woning in het Oude Noorden praten. Peet trakteert op een cornet.'Ga ijslolly's verkopen voor me, Derck.' 

'Waar had je gedacht?' 

'Waro? Hiero! Vanuit je eigen huis gewoon. Je krijgt van mij een extra vriezertje. Kunnen vijfduizend lollies in. Bij lekker weer heb ik een vries-bakfiets. Daarmee kan je het bos in. Kunnen tweeduizend lollies in'.  

'Wat schuift het, Peet?'

'Vijf cent de lollie'. 

'Top,' en Derck high-fivede Peter. Wat moest hij anders? Hij had geen cent te makke.'

'Je hebt je laten piepelen,' zei Freya. Jij krijg 5 en die Peter steek zelf  25 per lolly in ze zak. Pannekoek!'

Het ijs liep in het begin voor geen meter.

'Je doet er ook geen ene klote aan, hè Derck. Denkt je soms dat het allemaal komt aanwaaien? zei Freya. 'Ik gaat als het goed weer is wel met die bakfiets het bos in en als jij nou in het Zwaanshals gaat flyeren Derck, zal je zien, dan gaat het lopen als een tiet'.


woensdag 14 januari 2026

SCHOOLTJE (2)

 'Ik ben er uit,' zegt Frans met zaaddoorlopen ogen. Op de toilet heeft directeurtje Frans kennelijk ook besloten wat Derck en Freya kunnen gaan verdienen op zijn schooltje: Derck 2.300 en Freya 1.250 per maand. Guldens. Derck doet nog steeds alsof ie  het te weinig vindt maar hij houdt zijn mond. Freya daarentegen geef Frans een stevige pakkerd vol op zijn mond: 'Prima, jongen. Daar wilt ik best wel mijn bed voor uitkomen.'

Dat was allemaal vijf jaar geleden. Die eerste vier jaren liepen gesmeerd. Leuke leerlingen, leuke collega's, prima cohesie. Derck liep te peaken. Toen kwam dat funeste  vijfde jaar. Derck was nergens meer toe in staat.  Hij moest zelf zijn lesstof bedenken.  Er bestonden geen boeken: 'Toneel met pubers'. Niks bestond er. Niks kwam er meer uit Derck. Alleen maar shit! 

Dat vijfde jaar had Derck ook veel moeite om zijn bed uit te komen. Geheel onbedoeld staken burn-out verschijnselen als slapte, futloosheid, huilen, gauw boos worden ook Freya aan. Ook zij kon niet anders doen dan de pijp aan Maarten te geven. Daarmee kwam de hele koffie-koek-voorziening van het schooltje op zijn gat te liggen. Op korte termijn was er geen vervanging voor Freya te vinden.     

Bij Derck en Freya ging het net zo. Hier was het niet alleen 'geen koffie'. Van alles ging de stekker er uit zelfs van op zich simpele dingen als stofzuigen, dweilen, wassen, was ophangen, opvouwen en douchen. De  stekker ging er uit, de klad  kwam er langzamerhand in.

Het kwam allemaal in een stroomversnelling terecht nadat Derck met collega Annelies naar bed was geweest. Bij háár thuis. Zij wilde dat nu eenmaal graag. Derck ook wel, want zij was gewoon een 'lekker wijf' maar hij was beducht voor haar man. Die was was regionaal kampioen in de een of andere Chinese vechtsport. Volgens Annelies had hij die avond wedstijden Deventer. 

Derck was die avond weer eens te snel klaargekomen. Zij had wat meer tijd nodig. Dat wilde hij er alleen niet voor uittrekken. Bij Annelies had dat kwaad bloed gezet. Ze heeft het voorval in het team gedropt. Daar is het doorlullen en vernietigend oordelen begonnen. Nou, je weet hoe dat gaat: van kwaad tot erger. 

Jos, de man van Annelies kwam op hoge poten naar de directie van het schooltje. Annelies had haar man wijs gemaakt, dat Derck haar tegen haar zin genomen had. Verkracht had dus! Jos eiste maatregelen.

Toen kon Derck wel inpakken. Hij had geen poot meer om op te staan. Vrijwel alle leerlingen en beroepskrachten keurden Derck's gedrag zwaar af. Hij moest nu wel aan zijn stutten trekken, toch?

dinsdag 13 januari 2026

SCHOOLTJE (1)

Derck heeft ontslag genomen. Hij moest wel. Vijf jaar heeft hij gewerkt op dat schooltje. Door het dolle heen was hij toen hij daar werd aangenomen. En ... o, wat was die directeur van dat schooltje, Frans,  blij met hem. Hij kwam in z'n wielrenkleren, inclusief broek met zeemleren, kruis fietsen van Hillegersberg, naar het Oude Noorden, , waar Derck woonde.  

Frans zocht voor zijn schooltje iemand die de toneelschool gedaan had. Iemand zoals Derck dus. Alleen wilde die geen leraar toneel worden maar een echte acteur op een podium of in een film, met andere acteurs, volle zalen, open doekjes, decors, camera-, licht- en geluidmensen.

Bij Frans z'n school zochten ze geen acteur maar een leraar. 

'Wat schuift het Frans', vroeg Derck. Dat had hij natuurlijk al veel eerder moeten vragen. 

'Tweeduizend,' zei die.(Het was nog  in de guldentijd).

'Dat is niet gek', dacht Derck, maar hij zei: 'Karig loontje voor zo'n zware job, Frans'. Geschrokken zei de directeur dat daar wel en mouw aan te passen zou zijn. 

Toen Frans  naar de wc moest, zei Freya, de vrouw van Derck, dat ze die 2.000 euro wel een goed loon vond. Zo was zij nu eenmaal: toch nog even haar neus in andermans zaken steken. Zeker ... alleen dit keer stak ze, volkomen terecht, haar neus in haar eigen zaakje! 

Freya en ik woonden daar nog maar net op het Zwaanshals in het Oude Noorden. Al het spaargeld was opgegaan aan de inrichting van het gammele oude huis. Derck had geen geld van zichzelf. Zij wel. Van haar ziekenhuisbaantje. Twee dagen in de week waste Freya daar lijken. Daar konden we nauwelijks de vaste lasten van betalen. En meer dan twee dagen werken kon ze niet opbrengen. Van twee dagen werken was Freya vier dagen misselijk. 

'We doen om te bezuinigen de katten de deur uit,' stelde Derck voor.

'Jahaaa', zei Freya, 'ik ga jou de deur uit doen, Pipo!' Zo had ze Derck nog niet eerder genoemd, dacht hij. Dan zal ze wel behoorlijk pissig zijn. Zo had ze mij nog nooit genoemd. Pipo! Over die katten hield hij verder zijn mond maar.

 'Wanneer ken hij eigenlijk bij jullie beginnen, meneer de directeur',  vroeg Freya, die een stuk bijdehanter was dan die zelfbenoemde toneelspeler van haar. 'Zeg maar Frans, tegen mij hoor, Freya. Zij hoefde niet zo nodig naar de toneelschool om toneel te leren spelen. 

'Als Derck wil kan hij gelijk na de schoolvakantie beginnen bij ons.' 

'We zoeken ook nog een vrouw voor de kantine. Is dat misschien iets voor jou Freya'. 

Derck had al een tijdje het vieze vermoeden dat de directeur van zijn toekomstig schooltje zijn vrouw met zijn ogen zat uit te kleden.

'Mag ik  even van je vrouw ...  uhm toilet gebruik maken Derck?

'Je weet waar die is Frans.'.



maandag 12 januari 2026

EN WAT DAN NOG?!

Het is een woensdagavond, tegen het einde van de zomer. Zoals gewoonlijk is het niet zo druk aan de bar van bioscoop Cinerama na de late avondvoorstelling. Freya heeft bardienst. Ik ken haar uit de tijd dat ik veel omging met Cees. Het is altijd leuk om met haar een praatje te maken. Diepgaande gesprekken houdt ze altijd heel slim af.

Hoewel ik mezelf weinig kans geef, stel ik haar voor om binnenkort eens samen een wandelingetje te maken. Geen lange afstand maar gewoon een relaxte strandwandeling in Hoek van Holland ofzo.

Niet geheel onverwachts voor mij, zegt ze: 'Raar idee!'.

'Hoezo raar? vraag ik.

'Ik weet niet precies waarom,' zegt ze, 'maar ik vind strand helemaal niks: die wind, dat zand, die meeuwen. Maar dat ken jij niet weten natuurlijk'.

'Heb je een beter idee dan?' 

'We kennen toch ook een middagje Kralingse Bos doen? 

 'Okee, deze zaterdag is het nog lekker. Doen we,'  zeg ik.


Als ik donderdagavond na de film weer een pilsje ga pakken is Freya er niet. Ze heeft een snipperavond. Via via kom ik er achter dat ze met een zekere John, een vriend van haar afgesproken heeft. Ze heeft met mij nog nooit met één woord over die John gerept. 'Vreemd' vind ik dat.

'Waarom vreemd?' zegt zij. 'Gaat je helemaal geen reet aan!'


Als Freya mij die zaterdagmiddag thuis komt ophalen roept mijn moeder haar binnen voor een kopje thee. Ik was liever gelijk gaan wandelen maar dat wordt nu een uurtje later. 

We lopen, alle twee in onze korte broek,  richting het Bos. We praten niet. Op een bepaald moment vraag ik haar: 

'Hoe is het nu met jou, Freya?'

'Hoe het met mij is? Wat een achterlijke vraag, zeg. Zoiets vragie toch zeker niet aan mijn? Belachelijk!'


'Ben jij wel eens naar de hoeren geweest, Sjaak? Nou ... ik luistert.'

'Ik ga niet betalen voor seks, Freya.' zeg ik.


Ze lopen nu te likken aan een soft-ijsje.

'Hoe vaak hebt jij het dit jaar tot nu toe gedaan? .. 'Geneukt bedoelt ik,' zegt Freya.

'Met aftrekken erbij gerekend?' vraag ik.

'Ja,' zegt ze.

'Weet ik niet precies. Niet zo gek veel.'

'En jij? Freya', hoeveel jij?

'23 keer,' zegt Freya.

'Zó, niet te weinig, hé! Allemaal met die John?' vraag ik.

'Ja, en wat dan nog?!' zegt zij.


Zij kiezen een mooi plekje in de zon op het gras, vlakbij het naaktstrandje met uitzicht op de plas en de Skyline van Rotterdam. Echt lekker weertje vandaag.. 

 

zondag 11 januari 2026

BORREL

Mijn oudste zus, Lidy en haar man Joop, organiseren vanmiddag, 11 januari van twee tot zes een nieuwjaarsborrel in de gezamenlijke 'sociale' ruimte van het appartementencomplex in de Klaas Katerstraat in Schiedam, waar zij wonen. Hun vrienden en familie hebben ze uitgenodigd.

Deze dag dreigt, aldus De Bilt, de koudste dag van het jaar te worden. Als ik deze letters tik is het min vier en half twaalf. Om zo dadelijk rond twee uur in Schiedam te kunnen zijn zal ik om ongeveer één uur de deur uit moeten.

Nu ben ik al eens eerder op bezoek geweest bij mijn zus. Ruim drie jaar geleden. Ik dacht haar huis wel te vinden. Doch ruim een uur na de afgesproken tijd was ik er nog niet. Joop is me toen in de omgeving gaan zoeken. Hij vond me, toen ik, al zowat besloten had weer terug naar huis te gaan. Hij leidde me toen naar hun appartement en bracht me voor de zekerheid later na het bezoek ook weer terug naar het metrostation. Het was die dag heerlijk lenteweer.      

Waar ik nu bang voor ben is, dat ik het appartement vandaag, in die vrieskou, weer niet kan van vinden. Het verschil met drie jaar geleden is dat ik nu Google Maps heb, maar van die app heb ik tot op heden nog maar heel weinig lol gehad. Ik ga vanmiddag Maps wel weer gebruiken maar ik reken nergens op.

Op zich zou ik mijn zwager Joop kunnen vragen of hij me vanmiddag voor die borrel om  twee uur van de metro wil komen halen. 

Ja, dat kan ik vragen. 

Alleen heb ik daar niet zo'n goed gevoel bij. Ik voel me dan te veel een hulpeloos 'watje'. Ik moet er zelf uitkomen, vind ik. Nou ja, heel misschien ... als ik een uur te laat ben voor die borrel en ergens in Schiedam verward en bijna onderkoeld ronddwaal, zou ik toch eens kunnen appen, zeggen waar ik me bevind en of ik opgehaald kan worden.

Maar ik heb me zorgen gemaakt om niks. Vlak voor mijn vertrek naar Schiedam, appte ik 9292. Dat maakte me attent op een route met RET tramlijn1 naar Schiedam. Uitstappen bij de halte op twee minuten van  waar mijn zus woont.

't Was bijzonder gezellig. Bedankt Lidy en Joop. Ik heb vooral genoten van het geinen met mijn drie kleine broertjes: Kwik, Kwek en Kwak oftewel Herman, Ron en John. 

 

 

 

 


zaterdag 10 januari 2026

HAAR VERJAARDAG.

Vandaag, 10 januari 2026, zou mijn moeder 97 jaar  geworden zijn. In 2004 is ze gestorven. 

Ze was een mooi mens, een fijne moeder. Geboren en getogen in Schiedam. Tiener in de Tweede Wereldoorlog. Een heel vervelende tijd. Met name de hongerwinter en de Jodenvervolging hadden haar erg aangegrepen. Een Joodse vriendin van mijn moeder, die tegenover haar woonde, werd voor haar ogen door de moffen in een vrachtwagen afgevoerd. 

Ze was elf jaar toen de oorlog begon en zestien toen die eindigde. Veel meer dan over de hongerwinter en haar overbuurmeisje heeft ze over die periode niet verteld. Haar vader, mijn opa dus, werd in de loop van de oorlog in Duitsland te werk gesteld. 

Ze heeft me verteld dat ze de huishoudschool gedaan had. Maar of dat nu in de oorlog was of daarna, weet ik niet. Ik heb altijd het idee gehad dat het onderwijs op een zeer laag pitje stond gedurende die periode. Hoe dan ook, ze vond de huishoudschool blijkbaar een goede opleiding, want ze stuurde alle drie haar dochters daar naar toe.

Ik schrijf nu over drie dochters, maar die kwamen pas na 1952. De tijd na de oorlog, tot 1950 is voor haar een vrolijke periode geweest, met vriendinnen, leuk werk en dansavonden. 

In 1950 ontmoette ze haar geliefde Herman. Met hem begon, in Rotterdam, het zware maar beslist óók door haar gewenste leven van de altijd opgewekte huisvrouw en moeder van een groot gezin. Tien kinderen zou ze krijgen, drie meisjes en zeven jongens.

Wat ik me nog goed herinner is hoe intens mijn drie zussen destijds  onze inmiddels overleden moeder, verzorgden, wasten en kleedden zodat ze er ook op het laatst, heel mooi uit zag.


Ik zal haar niet vergeten.