Posts tonen met het label hongerwinter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hongerwinter. Alle posts tonen

zaterdag 10 januari 2026

HAAR VERJAARDAG.

Vandaag, 10 januari 2026, zou mijn moeder 97 jaar  geworden zijn. In 2004 is ze gestorven. 

Ze was een mooi mens, een fijne moeder. Geboren en getogen in Schiedam. Tiener in de Tweede Wereldoorlog. Een heel vervelende tijd. Met name de hongerwinter en de Jodenvervolging hadden haar erg aangegrepen. Een Joodse vriendin van mijn moeder, die tegenover haar woonde, werd voor haar ogen door de moffen in een vrachtwagen afgevoerd. 

Ze was elf jaar toen de oorlog begon en zestien toen die eindigde. Veel meer dan over de hongerwinter en haar overbuurmeisje heeft ze over die periode niet verteld. Haar vader, mijn opa dus, werd in de loop van de oorlog in Duitsland te werk gesteld. 

Ze heeft me verteld dat ze de huishoudschool gedaan had. Maar of dat nu in de oorlog was of daarna, weet ik niet. Ik heb altijd het idee gehad dat het onderwijs op een zeer laag pitje stond gedurende die periode. Hoe dan ook, ze vond de huishoudschool blijkbaar een goede opleiding, want ze stuurde alle drie haar dochters daar naar toe.

Ik schrijf nu over drie dochters, maar die kwamen pas na 1952. De tijd na de oorlog, tot 1950 is voor haar een vrolijke periode geweest, met vriendinnen, leuk werk en dansavonden. 

In 1950 ontmoette ze haar geliefde Herman. Met hem begon, in Rotterdam, het zware maar beslist óók door haar gewenste leven van de altijd opgewekte huisvrouw en moeder van een groot gezin. Tien kinderen zou ze krijgen, drie meisjes en zeven jongens.

Wat ik me nog goed herinner is hoe intens mijn drie zussen destijds  onze inmiddels overleden moeder, verzorgden, wasten en kleedden zodat ze er ook op het laatst, heel mooi uit zag.


Ik zal haar niet vergeten.

 


dinsdag 8 oktober 2024

JE MOEST EENS WETEN.

Ik was vanmiddag in het fotomuseum. Eigenlijk ging ik om de expositie: ‘Eregalerij van de Nederlandse fotografie’ nog eens te zien. Wat een grandioze foto’s. Maar om daar nou een stukkie over te schrijven, dat zie ik nou ook weer niet zitten. Toch kan ik het niet laten. Over één foto dan.


Een foto van een Amsterdams jongetje in de Hongerwinter 1944. Hij staat keurig op zijn beurt te wachten. In de rij. Voor de voedseldistributie. Maar op die foto staat hij moederziel alleen. Dikke jas aan over een broek, die te lang is voor een korte broek en te kort voor een lange broek. Zijn spillebeentjes worden geaccentueerd. In zijn handen houdt hij een grote pan tegen zijn borst gedrukt.
Ik voel hoe koud hij het moet hebben.

Als ik op het punt sta om het museum te verlaten, wordt mijn aandacht getrokken door: ‘Je moest eens weten’. Een tentoonstelling van fotograaf Cigdem Yuksel , over Turkse vrouwen, die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in groten getale naar Nederland kwamen. En … over hoe het hen is vergaan.

In deze expositie vertellen de dames middels video’s en foto’s hun verhalen, verwerven zo een plek in de Nederlandse geschiedenis.

‘Bir bilsen’… ‘Je moest eens weten’. Zo beginnen veel vrouwen hun verhaal. Maviye streed voor vrouwenrechten. Selvet, draaide drie diensten per 24 uur. Haar kinderen zag ze daardoor nauwelijks.

Interviews, foto’s uit familiealbums en nieuwe (video-)portretten leren mij de 22 vrouwen van tussen de zestig en de tachtig, wat beter kennen.

Ze vertellen over de pijn van migratie, heimwee, verdwaald raken en je weg vinden. Werken, zorgen voor de kinderen, de taal leren. Liefde en ongelukkige huwelijken. Beknot zijn als vrouw en emancipatie. Hun bijdrage aan de Nederlandse economie als fabrieksarbeider of schoonmaker, en hun strijd voor vrijheid en gelijke rechten. Hun verhalen zijn divers, gelaagd, dubbelzinnig, zoals elke menselijke ervaring is.

Je moest eens weten, hoe boeiend. Ik ga het nog eens zien.

donderdag 3 november 2022

TOEDELEDOKIE.

Ik heb duidelijk de hongerwinter niet meegemaakt. Normaal gesproken vind ik het lekker eten: aardappelen, bietjes en een bal gehakt, in een beetje vette jus. Meestal eet ik er dan nog zo’n grote, dikke zure bom bij. Maar de maaltijd van vandaag is helaas niet te vreten. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat zowel de aardappelen als de bal gehakt, afzonderlijk goed eetbaar zijn. Alleen die bieten, hè, nee, dat is he-le-maal niks! En een maaltijd is eigenlijk pas lekker als àlle bestanddelen een ruime voldoende scoren. Want alléén aardappelen eten, die gedoopt zijn in vette jus, dat is nou niet bepaald een delicatesse. Puur alleen dat balletje eten, ja, dat lukt wel. Die bal is goed binnen te houden. De ballen van vandaag zijn gemaakt van rundergehakt, met zout, peper en paprika; wat paneermeel, een eitje en twee teentjes knoflook; gebraden  in verhitte boter met daarin een uitje gefruit en tot slot nog twee scheutjes  ketjap manis erover. Prima gelukte ballen. Na de aardappelen heb ik ze lekker opgepeuzeld. Die klote-bieten verzieken eigenlijk mijn hele eten. Ze zien er al sowieso niet úít. Om te beginnen zijn ze al nauwelijks rood te noemen, die bieten … eerder donkerbruin. Doorgaans koop ik hele, gekookte bieten, waar ik de steel en de wortel vanaf snijd en die ik dan schil. Vervolgens schaaf ik (met de kaasschaaf) de meestal prachtige rode bieten in plakken. De bietjes van déze avond zijn niet gekocht als hele, min of meer ronde  bieten maar als in kleine vierkante stukjes gesneden biet. Op de verpakking wordt geadviseerd deze vierkantjes tien minuten te koken alvorens ze te op te dienen.

Ik schep mijn bordje vol en proef de aardappel (met jus), lekker. De bal, heerlijk. De zure bom, prima! Dan de bietjes: ze zijn zo hard  als rauwe snijbonen. Na één hap is het voor mij duidelijk: ik laat het bij die andere beter te pruimen bestanddelen van deze maaltijd en schuif de berg ‘bietjes’ de toiletpot in ….‘toedeledokie’ noem ik dat.

Gelukkig is het toetje lekker. Het kan altijd gebeuren dat een maaltijd niet te pruimen is: dan zorg ik altijd voor een lekker toetje. Deze keer is dat een precies goeie doyenné du comice, de heerlijkste peer van de wereld.

Het komt echt maar zelden voor dat ik een maaltijd of een deel van een maaltijd laat staan. Ik kan me twee eerdere situaties herinneren, waarin ik maaltijden wegkieper. Sambal – boontjes heb ik gemaakt. Ik doe daar veel te veel sambal in. Nog geprobeerd om het te eten met een schijf komkommer bij elke hap … helpt niet .... met een slokjes water een hap sambal boontjes wegspoelen …. geen kans …  na drie of vier happen stop ik er maar mee … toedeledokie

Het tweede mislukte gerecht, dat ik me herinner, is de ‘goed gevulde preisoep’. Die soep moet gebonden worden. Met dessertrijst en geraspte aardappel. Ik doe er daar wat te veel van in, zodat er niet meer geroerd kan worden:  de pollepel blijft rechtop in de pan soep staan als in een bak cement. Ook deze soep dus weer ….. toedeledokie.