dinsdag 13 januari 2026

SCHOOLTJE (1)

Derck heeft ontslag genomen. Hij moest wel. Vijf jaar heeft hij gewerkt op dat schooltje. Door het dolle heen was hij toen hij daar werd aangenomen. En ... o, wat was die directeur van dat schooltje, Frans,  blij met hem. Hij kwam in z'n wielrenkleren, inclusief broek met zeemleren, kruis fietsen van Hillegersberg, naar het Oude Noorden, , waar Derck woonde.  

Frans zocht voor zijn schooltje iemand die de toneelschool gedaan had. Iemand zoals Derck dus. Alleen wilde die geen leraar toneel worden maar een echte acteur op een podium of in een film, met andere acteurs, volle zalen, open doekjes, decors, camera-, licht- en geluidmensen.

Bij Frans z'n school zochten ze geen acteur maar een leraar. 

'Wat schuift het Frans', vroeg Derck. Dat had hij natuurlijk al veel eerder moeten vragen. 

'Tweeduizend,' zei die.(Het was nog  in de guldentijd).

'Dat is niet gek', dacht Derck, maar hij zei: 'Karig loontje voor zo'n zware job, Frans'. Geschrokken zei de directeur dat daar wel en mouw aan te passen zou zijn. 

Toen Frans  naar de wc moest, zei Freya, de vrouw van Derck, dat ze die 2.000 euro wel een goed loon vond. Zo was zij nu eenmaal: toch nog even haar neus in andermans zaken steken. Zeker ... alleen dit keer stak ze, volkomen terecht, haar neus in haar eigen zaakje! 

Freya en ik woonden daar nog maar net op het Zwaanshals in het Oude Noorden. Al het spaargeld was opgegaan aan de inrichting van het gammele oude huis. Derck had geen geld van zichzelf. Zij wel. Van haar ziekenhuisbaantje. Twee dagen in de week waste Freya daar lijken. Daar konden we nauwelijks de vaste lasten van betalen. En meer dan twee dagen werken kon ze niet opbrengen. Van twee dagen werken was Freya vier dagen misselijk. 

'We doen om te bezuinigen de katten de deur uit,' stelde Derck voor.

'Jahaaa', zei Freya, 'ik ga jou de deur uit doen, Pipo!' Zo had ze Derck nog niet eerder genoemd, dacht hij. Dan zal ze wel behoorlijk pissig zijn. Zo had ze mij nog nooit genoemd. Pipo! Over die katten hield hij verder zijn mond maar.

 'Wanneer ken hij eigenlijk bij jullie beginnen, meneer de directeur',  vroeg Freya, die een stuk bijdehanter was dan die zelfbenoemde toneelspeler van haar. 'Zeg maar Frans, tegen mij hoor, Freya. Zij hoefde niet zo nodig naar de toneelschool om toneel te leren spelen. 

'Als Derck wil kan hij gelijk na de schoolvakantie beginnen bij ons.' 

'We zoeken ook nog een vrouw voor de kantine. Is dat misschien iets voor jou Freya'. 

Derck had al een tijdje het vieze vermoeden dat de directeur van zijn toekomstig schooltje zijn vrouw met zijn ogen zat uit te kleden.

'Mag ik  even van je vrouw ...  uhm toilet gebruik maken Derck?

'Je weet waar die is Frans.'.



maandag 12 januari 2026

EN WAT DAN NOG?!

Het is een woensdagavond, tegen het einde van de zomer. Zoals gewoonlijk is het niet zo druk aan de bar van bioscoop Cinerama na de late avondvoorstelling. Freya heeft bardienst. Ik ken haar uit de tijd dat ik veel omging met Cees. Het is altijd leuk om met haar een praatje te maken. Diepgaande gesprekken houdt ze altijd heel slim af.

Hoewel ik mezelf weinig kans geef, stel ik haar voor om binnenkort eens samen een wandelingetje te maken. Geen lange afstand maar gewoon een relaxte strandwandeling in Hoek van Holland ofzo.

Niet geheel onverwachts voor mij, zegt ze: 'Raar idee!'.

'Hoezo raar? vraag ik.

'Ik weet niet precies waarom,' zegt ze, 'maar ik vind strand helemaal niks: die wind, dat zand, die meeuwen. Maar dat ken jij niet weten natuurlijk'.

'Heb je een beter idee dan?' 

'We kennen toch ook een middagje Kralingse Bos doen? 

 'Okee, deze zaterdag is het nog lekker. Doen we,'  zeg ik.


Als ik donderdagavond na de film weer een pilsje ga pakken is Freya er niet. Ze heeft een snipperavond. Via via kom ik er achter dat ze met een zekere John, een vriend van haar afgesproken heeft. Ze heeft met mij nog nooit met één woord over die John gerept. 'Vreemd' vind ik dat.

'Waarom vreemd?' zegt zij. 'Gaat je helemaal geen reet aan!'


Als Freya mij die zaterdagmiddag thuis komt ophalen roept mijn moeder haar binnen voor een kopje thee. Ik was liever gelijk gaan wandelen maar dat wordt nu een uurtje later. 

We lopen, alle twee in onze korte broek,  richting het Bos. We praten niet. Op een bepaald moment vraag ik haar: 

'Hoe is het nu met jou, Freya?'

'Hoe het met mij is? Wat een achterlijke vraag, zeg. Zoiets vragie toch zeker niet aan mijn? Belachelijk!'


'Ben jij wel eens naar de hoeren geweest, Sjaak? Nou ... ik luistert.'

'Ik ga niet betalen voor seks, Freya.' zeg ik.


Ze lopen nu te likken aan een soft-ijsje.

'Hoe vaak hebt jij het dit jaar tot nu toe gedaan? .. 'Geneukt bedoelt ik,' zegt Freya.

'Met aftrekken erbij gerekend?' vraag ik.

'Ja,' zegt ze.

'Weet ik niet precies. Niet zo gek veel.'

'En jij? Freya', hoeveel jij?

'23 keer,' zegt Freya.

'Zó, niet te weinig, hé! Allemaal met die John?' vraag ik.

'Ja, en wat dan nog?!' zegt zij.


Zij kiezen een mooi plekje in de zon op het gras, vlakbij het naaktstrandje met uitzicht op de plas en de Skyline van Rotterdam. Echt lekker weertje vandaag.. 

 

zondag 11 januari 2026

BORREL

Mijn oudste zus, Lidy en haar man Joop, organiseren vanmiddag, 11 januari van twee tot zes een nieuwjaarsborrel in de gezamenlijke 'sociale' ruimte van het appartementencomplex in de Klaas Katerstraat in Schiedam, waar zij wonen. Hun vrienden en familie hebben ze uitgenodigd.

Deze dag dreigt, aldus De Bilt, de koudste dag van het jaar te worden. Als ik deze letters tik is het min vier en half twaalf. Om zo dadelijk rond twee uur in Schiedam te kunnen zijn zal ik om ongeveer één uur de deur uit moeten.

Nu ben ik al eens eerder op bezoek geweest bij mijn zus. Ruim drie jaar geleden. Ik dacht haar huis wel te vinden. Doch ruim een uur na de afgesproken tijd was ik er nog niet. Joop is me toen in de omgeving gaan zoeken. Hij vond me, toen ik, al zowat besloten had weer terug naar huis te gaan. Hij leidde me toen naar hun appartement en bracht me voor de zekerheid later na het bezoek ook weer terug naar het metrostation. Het was die dag heerlijk lenteweer.      

Waar ik nu bang voor ben is, dat ik het appartement vandaag, in die vrieskou, weer niet kan van vinden. Het verschil met drie jaar geleden is dat ik nu Google Maps heb, maar van die app heb ik tot op heden nog maar heel weinig lol gehad. Ik ga vanmiddag Maps wel weer gebruiken maar ik reken nergens op.

Op zich zou ik mijn zwager Joop kunnen vragen of hij me vanmiddag voor die borrel om  twee uur van de metro wil komen halen. 

Ja, dat kan ik vragen. 

Alleen heb ik daar niet zo'n goed gevoel bij. Ik voel me dan te veel een hulpeloos 'watje'. Ik moet er zelf uitkomen, vind ik. Nou ja, heel misschien ... als ik een uur te laat ben voor die borrel en ergens in Schiedam verward en bijna onderkoeld ronddwaal, zou ik toch eens kunnen appen, zeggen waar ik me bevind en of ik opgehaald kan worden.

Maar ik heb me zorgen gemaakt om niks. Vlak voor mijn vertrek naar Schiedam, appte ik 9292. Dat maakte me attent op een route met RET tramlijn1 naar Schiedam. Uitstappen bij de halte op twee minuten van  waar mijn zus woont.

't Was bijzonder gezellig. Bedankt Lidy en Joop. Ik heb vooral genoten van het geinen met mijn drie kleine broertjes: Kwik, Kwek en Kwak oftewel Herman, Ron en John. 

 

 

 

 


zaterdag 10 januari 2026

HAAR VERJAARDAG.

Vandaag, 10 januari 2026, zou mijn moeder 97 jaar  geworden zijn. In 2004 is ze gestorven. 

Ze was een mooi mens, een fijne moeder. Geboren en getogen in Schiedam. Tiener in de Tweede Wereldoorlog. Een heel vervelende tijd. Met name de hongerwinter en de Jodenvervolging hadden haar erg aangegrepen. Een Joodse vriendin van mijn moeder, die tegenover haar woonde, werd voor haar ogen door de moffen in een vrachtwagen afgevoerd. 

Ze was elf jaar toen de oorlog begon en zestien toen die eindigde. Veel meer dan over de hongerwinter en haar overbuurmeisje heeft ze over die periode niet verteld. Haar vader, mijn opa dus, werd in de loop van de oorlog in Duitsland te werk gesteld. 

Ze heeft me verteld dat ze de huishoudschool gedaan had. Maar of dat nu in de oorlog was of daarna, weet ik niet. Ik heb altijd het idee gehad dat het onderwijs op een zeer laag pitje stond gedurende die periode. Hoe dan ook, ze vond de huishoudschool blijkbaar een goede opleiding, want ze stuurde alle drie haar dochters daar naar toe.

Ik schrijf nu over drie dochters, maar die kwamen pas na 1952. De tijd na de oorlog, tot 1950 is voor haar een vrolijke periode geweest, met vriendinnen, leuk werk en dansavonden. 

In 1950 ontmoette ze haar geliefde Herman. Met hem begon, in Rotterdam, het zware maar beslist óók door haar gewenste leven van de altijd opgewekte huisvrouw en moeder van een groot gezin. Tien kinderen zou ze krijgen, drie meisjes en zeven jongens.

Wat ik me nog goed herinner is hoe intens mijn drie zussen destijds  onze inmiddels overleden moeder, verzorgden, wasten en kleedden zodat ze er ook op het laatst, heel mooi uit zag.


Ik zal haar niet vergeten.

 


vrijdag 9 januari 2026

HONKBALSPULLETJES

Frits loopt te 'soppen' over marktplein. Het is vrijdag. Marktdag. Maar een marktkraan i hier niet te bekenen. Hooguit twee gebakken viswagens. Het plein is één grote glibberige massa. Frits is op weg naa zijn stamkroeg. Hij heeft om 14.00 uur een afspraak met Donald, een kennis of zeg maar een vriend. Als Frits het café binnenstapt zit zijn vriend er al. Hij zit op zijn mobiel. 'Goedemiddag Donald', zeg ik misschien iets te hard, gezien de vele blikken die mijn kant op kijken.

'Luister eens, Frits zegt mijn vriend,'ik ga je iets zeggen wat je niet zo leuk zal vinden Vandaag betaal ik de drankjes, want ik ben gisteren jarig geweest. Ik trakteer.' Frits geneert zich dat hij de verjaardag van zijn vriend vergeten is. Gisteren, ja, 8 januari. 

'Ik heb je gisteren nog gezien met mijn buurvrouw Mery', zegt Frits, 'je kwam toen met je auto om Mery te helpen met boodschappen doen. Je bent veel te goed voor deze wereld, man. Maar ... sorry, alsnog gefeliciteerd.'

Donal d is wel een zeer opvallende verschijning met zijn 140 kilo en zijn karakteristieke (grijze) hangsnor, Hij zat er al even, aan het tamelijk hoge tweezittafeltje, achter een speciaal biertje. Het glas is in ieder geval speciaal. 

Zonder dat hij er om gevraagd heeft zet de chagrijnige barjuffrouw een halve liter Heineken voor Frits zijn neus neer. 

Frits denkt dat Donald dat bier tegelijk met zijn eigen biertje besteld heeft. Hij weet immers wat ik hier elke vrijdagmiddag drink.

Hoe Donald zo dik geworden is als hij nu is, hoeft Frits niet te weten. Ooit was hij een verdienstelijk sporter, honkballer. Niet alleen speler, ook trainer. Jeugd vooral. Frits vindt het leuk naar zijn honkbalverhalen en -lessen te luisteren, omdat hijzelf ook veel passief bezig is geweest met die sport. 'Mijn vader,' zei Frits, 'was er dol op. Hij nam me altijd mee naar wedstrijden van Sparta Honkbal. Al in de tijd dat er nog op het Kasteel gehonkbald werd'.

'Vlak bij mij' zegt Frits woonde Johnny. Een paar jaar jonger dan ik. Hij had een enorme hoeveelheid honkbalspullen. Handschoenen, ballen, knuppels enz. we waren blij als hij kwam, om die spulletjes. Maar,' zegt Frits,' hij was toen nog jong en tamelijk klein en kon niet altijd meedoen. Dat maakte kleine Johnny woedend. Dan raapte hij zijn spulletjes bij elkaar en sprak met zijn typische hazenlip-geluid: 'Als ik niet mee mag doen, dan ga ik naar huis'.

'Die Johnny', zei Donald, 'is later nog werper geweest in het Nederlands honkbal negental; ruim 1.90 m. was hij toen.' 

 


donderdag 8 januari 2026

GEROEZEMOES.

 Stampend door de gesmolten sneeuwblubber ga ik van de Westblaak naar de kappersschool. Gisteren en eergisteren was die school wegens het winterse weer gesloten. Eergisteren stond ik daar dus voor lul voor de deur. Ik had om half vier een afspraak. Ik ben toen maar wat gaan rondlopen in de stad, een biertje gaan drinken bij Melief-Bender. Leuke vrouw ontmoet. Gewoon leuk, verder niets. Al met al was het nog behoorlijk laat geworden. Het acht uur journaal haalde ik niet meer. Maar tegenwoordig stelt dat toch geen ene reet meer voor. De naam 'NOS-winterpretjournaal' dekt beter de lading. 

Nu kom ik (alweer) van de tandarts vandaan. Weer die kroon afgebroken. Ik word er echt strontziek van. Vanaf heden moet ik echt alleen maar zacht voedsel eten. Zacht, vloeibaar en in kleine stukjes gesneden voedsel. Ik begin vandaag gelijk goed met een in kleine stukken gesneden appeltje, kippenbouillon met zachte volkorenbroodjes met knoflookboter en als toetje stoofpeertjes. Softer  kan het haast niet.

Maar ik was op weg naar de kapper. Als ik daar binnen ben, zie ik een wirwar van in het zwart geklede jonge meisjes en jonge mannen, vooral meisjes, druk in de weer met de klanten op de circa 50 kappersstoelen. Leuk om de horen, het geroezemoes, dat opstijgt uit het was-, knip- en föhngedeelte. 

Ik plof in de wachtruimte neer naast een jongeman. Beetje Elvis-achtig ... met zo'n kuifje. Kort vriendelijk knikje naar elkaar.

Ik moet even wachten tot er een kapster vrij is. 

Een jongedame, leuke verschijning, lang blond haar, loopt met een grote smile mijn kant op. Ze heeft een mapje in haar hand. Dat slaat ze open. Ze kijkt dan in de richting van de jongeman naast me en zegt dan opgewekt: 'de heer Mastwijk??'

'Ja, dat ben ik.' zeg ik.

A la minute slaat ze dicht: 'Dan mag u met mij mee lopen meneer Mastwijk,' klinkt het dof.

woensdag 7 januari 2026

EEN BOERTJE LATEN.

Frits moet bij de ingang van het huisartsencentrum op een scherm zijn geboortedatum intikken. De computer antwoordt dat Frits om 10.20 uur een afspraak heeft. Precies wat hij twee dagen eerder ook had afgesproken. Hij is vroeg. Het is 10.10 uur. Daar houdt hij van: beter te vroeg dan t.e laat. Frits wil dat de dokter even kijkt naar 'spikkeltjes' op zijn eikel. Het ziet er niet uit en het jeukt nog vreselijk ook. 

In de wachtkamer zit een al wat oudere Marokkaanse man op zijn mobiel. Een Nederlandse veertiger kijkt stuurs en zit met zijn armen stijf over elkaar op zijn beurt te wachten.  Hij heeft zoiets van: 'Het heeft nu wel lang genoeg geduurd'.

Een jong echtpaar met een baby, komt uit de spreekkamer. De moeder gaat met de baby, dichtbij de  Marokkaan zitten. Het is een jongetje, vermoedt Frits. De Marokkaan is aan de beurt. Hij werpt een vriendelijke blik op het kleintje en gaat naar zijn dokter. 

Frits geneert zich niet om een kinderboek met 'voorleesverhaaltjes van één minuut' te gaan lezen. Duizend maal leuker dan de Margriet of de Linda, die daar ook op de leestafel liggen. Hij leest over een brutale eend, die een mariakaakje snaait uit het handje van een kleuter. 

De jonge papa maakt drinken voor de kleine. De moeder legt de baby onmiddellijk aan het flesje maar ... dat blijkt te heet. De vrouw snauwt papa toe dat hij goed moet voelen, aan de binnenkant van zijn pols, of de melk niet te warm is. 

Frits ziet de vader naar de toilet lopen. Waarschijnlijk om het flesje onder de koude kraan te houden. Na een paar minuten komt de vader weer terug in de wachtkamer en geeft het flesje aan zijn vrouw. Zij voelt nog even met de binnenkant van haar pols. Dan geeft ze haar kindje de fles.

Frits heeft te doen met die aardige, lieve papa, die zo zijn best doet. Zo'n kijvende vrouw zou Frits niet willen. Hij (43) heeft trouwens geen vrouw. Nooit gehad ook. 

Een olijke man stapt de wachtkamer in, duidelijk een opa, denkt Frits. Reageert uitermate vrolijk op moeder en kind:  

'Hé, heb ik even mazzel! Drinkpauze!' 

De man gaat (te) dicht bij moeder en kind zitten. 't Is een kenner pur sang, die in één oogopslag ziet dat het kind 'goed' aan het drinken is en dat er 'een boertje dwars' zit. 

Frits ergert zich aan die man: 'Laat die twee met rust!', denkt hij. 

En dan, eindelijk, hoort Frits: 'Mijnheer Min? Komt u maar.'