Stampend door de gesmolten sneeuwblubber ga ik van de Westblaak naar de kappersschool. Gisteren en eergisteren was die school wegens het winterse weer gesloten. Eergisteren stond ik daar dus voor lul voor de deur. Ik had om half vier een afspraak. Ik ben toen maar wat gaan rondlopen in de stad, een biertje gaan drinken bij Melief-Bender. Leuke vrouw ontmoet. Gewoon leuk, verder niets. Al met al was het nog behoorlijk laat geworden. Het acht uur journaal haalde ik niet meer. Maar tegenwoordig stelt dat toch geen ene reet meer voor. De naam 'NOS-winterpretjournaal' dekt beter de lading.
Nu kom ik (alweer) van de tandarts vandaan. Weer die kroon afgebroken. Ik word er echt strontziek van. Vanaf heden moet ik echt alleen maar zacht voedsel eten. Zacht, vloeibaar en in kleine stukjes gesneden voedsel. Ik begin vandaag gelijk goed met een in kleine stukken gesneden appeltje, kippenbouillon met zachte volkorenbroodjes met knoflookboter en als toetje stoofpeertjes. Softer kan het haast niet.
Maar ik was op weg naar de kapper. Als ik daar binnen ben, zie ik een wirwar van in het zwart geklede jonge meisjes en jonge mannen, vooral meisjes, druk in de weer met de klanten op de circa 50 kappersstoelen. Leuk om de horen, het geroezemoes, dat opstijgt uit het was-, knip- en föhngedeelte.
Ik plof in de wachtruimte neer naast een jongeman. Beetje Elvis-achtig ... met zo'n kuifje. Kort vriendelijk knikje naar elkaar.
Ik moet even wachten tot er een kapster vrij is.
Een jongedame, leuke verschijning, lang blond haar, loopt met een grote smile mijn kant op. Ze heeft een mapje in haar hand. Dat slaat ze open. Ze kijkt dan in de richting van de jongeman naast me en zegt dan opgewekt: 'de heer Mastwijk??'
'Ja, dat ben ik.' zeg ik.
A la minute slaat ze dicht: 'Dan mag u met mij mee lopen meneer Mastwijk,' klinkt het dof.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten