Posts tonen met het label stamkroeg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stamkroeg. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2026

HONKBALSPULLETJES

Frits loopt te 'soppen' over marktplein. Het is vrijdag. Marktdag. Maar een marktkraan i hier niet te bekenen. Hooguit twee gebakken viswagens. Het plein is één grote glibberige massa. Frits is op weg naa zijn stamkroeg. Hij heeft om 14.00 uur een afspraak met Donald, een kennis of zeg maar een vriend. Als Frits het café binnenstapt zit zijn vriend er al. Hij zit op zijn mobiel. 'Goedemiddag Donald', zeg ik misschien iets te hard, gezien de vele blikken die mijn kant op kijken.

'Luister eens, Frits zegt mijn vriend,'ik ga je iets zeggen wat je niet zo leuk zal vinden Vandaag betaal ik de drankjes, want ik ben gisteren jarig geweest. Ik trakteer.' Frits geneert zich dat hij de verjaardag van zijn vriend vergeten is. Gisteren, ja, 8 januari. 

'Ik heb je gisteren nog gezien met mijn buurvrouw Mery', zegt Frits, 'je kwam toen met je auto om Mery te helpen met boodschappen doen. Je bent veel te goed voor deze wereld, man. Maar ... sorry, alsnog gefeliciteerd.'

Donal d is wel een zeer opvallende verschijning met zijn 140 kilo en zijn karakteristieke (grijze) hangsnor, Hij zat er al even, aan het tamelijk hoge tweezittafeltje, achter een speciaal biertje. Het glas is in ieder geval speciaal. 

Zonder dat hij er om gevraagd heeft zet de chagrijnige barjuffrouw een halve liter Heineken voor Frits zijn neus neer. 

Frits denkt dat Donald dat bier tegelijk met zijn eigen biertje besteld heeft. Hij weet immers wat ik hier elke vrijdagmiddag drink.

Hoe Donald zo dik geworden is als hij nu is, hoeft Frits niet te weten. Ooit was hij een verdienstelijk sporter, honkballer. Niet alleen speler, ook trainer. Jeugd vooral. Frits vindt het leuk naar zijn honkbalverhalen en -lessen te luisteren, omdat hijzelf ook veel passief bezig is geweest met die sport. 'Mijn vader,' zei Frits, 'was er dol op. Hij nam me altijd mee naar wedstrijden van Sparta Honkbal. Al in de tijd dat er nog op het Kasteel gehonkbald werd'.

'Vlak bij mij' zegt Frits woonde Johnny. Een paar jaar jonger dan ik. Hij had een enorme hoeveelheid honkbalspullen. Handschoenen, ballen, knuppels enz. we waren blij als hij kwam, om die spulletjes. Maar,' zegt Frits,' hij was toen nog jong en tamelijk klein en kon niet altijd meedoen. Dat maakte kleine Johnny woedend. Dan raapte hij zijn spulletjes bij elkaar en sprak met zijn typische hazenlip-geluid: 'Als ik niet mee mag doen, dan ga ik naar huis'.

'Die Johnny', zei Donald, 'is later nog werper geweest in het Nederlands honkbal negental; ruim 1.90 m. was hij toen.' 

 


zondag 9 juli 2023

DROGE MOND.

 Zondagochtend word ik wakker met een kurkdroge mond. Ik heb vast de hele nacht gesnurkt. Mijn vriendin, Cora ligt tenminste niet meer naast me. Zij vlucht naar een andere slaapplaats als ik lig te snurken. Mijn droge mond kan ook komen van het zuipen van gisteravond bij de Drie Ballons, mijn stamkroeg. Dàt kan ik me nog goed herinneren. Ik weet niet meer wanneer ik daar ben weggegaan; ook niet dat ik thuis gekomen ben. Blijkbaar bèn ik wèl thuisgekomen, want ik lig hier in mijn eigen bed.

Nu ik wat wakkerder word zie ik wat braaksel liggen … op mijn hoofdkussen, het hoeslaken, het dekbed …  ik zal er ook wel in gelegen hebben ... inderdaad zit er wat aan mijn wang en in mijn haar. Ik ga douchen en gooi dat vieze beddengoed in de was ... dzjiezus … koppijn! ‘Eigen schuld dikke bult,’ ….

Meestal  knap ik niet erg op van onze klote douche: eentje die doet wat ie wil. Nu eens sproeit ie kokend heet water dan ineens weer ijskoud. Ook nu weer. Gek word ik er van. Met nòg meer hoofdpijn kom ik onder de douche vandaan. Maar die zurige stank is weg en mijn mond is weer vochtig genoeg.

Omdat mijn huid snel uitdroogt, smeer ik er vandaag eens een lekker  lotionnetje van Cora op. Ik schiet mijn roze badjas aan.  Die staat me echt goed, al zeg ik het zelf. Voor alle zekerheid kijk ik nog even in de grote spiegel. Kan ik me van top tot teen bekijken. Inderdaad prima die badjas. Alleen die onuitgeslapen kop en die harige witte benen, dat is geen porum. Aan mijn gezicht valt wat te doen: ik trek mijn mondhoeken omhoog en wrijf mijn ogen goed uit. Aan die witte harige benen zit ik gewoon vast.

Ik vind het zelf ook raar, maar  wanneer ik flink gezopen heb, ben ik de andere dag opgewonden. Zeg maar gerust bere-geil. Ik schrijf maar op, zoals het is, het is niet anders. Ik ga dus maar eens kijken of ik Cora er toe kan verleiden om met haar behoeftige vriendje een nummertje te maken.

Dan zal ik haar toch eerst  ergens in huis moeten vinden. Ze zal wel liggen te slapen op de driezitsbank in de woonkamer. Daar ligt ze. Alleen het kijken naar haar contouren, onder het dekbed met  ‘lieve-kleine-diertjes-motief’, windt me al op.  Ze is nog zó diep in slaap.

Dit vindt ze lekker, zeker weten: ik streel over het dekbed, haar schouders, armen, rug, benen … en als ik haar billen wil gaan strelen, draait ze zich als door een wesp gestoken om:

‘Blijf verdomme van me af klootzak, gore zuiplap. Ik heb vannacht zowat geen oog dicht gedaan. Dankzij jou!  Lul, dat je d’r  bent.’

Zo snel als mijn opwinding kwam, is ie ook weer verdwenen. Ik loop naar de werkkamer, start de pc op en ga naar www.sudokunet.nl om de puzzel van de dag op te lossen.