Posts tonen met het label vreselijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vreselijk. Alle posts tonen

woensdag 7 januari 2026

EEN BOERTJE LATEN.

Frits moet bij de ingang van het huisartsencentrum op een scherm zijn geboortedatum intikken. De computer antwoordt dat Frits om 10.20 uur een afspraak heeft. Precies wat hij twee dagen eerder ook had afgesproken. Hij is vroeg. Het is 10.10 uur. Daar houdt hij van: beter te vroeg dan t.e laat. Frits wil dat de dokter even kijkt naar 'spikkeltjes' op zijn eikel. Het ziet er niet uit en het jeukt nog vreselijk ook. 

In de wachtkamer zit een al wat oudere Marokkaanse man op zijn mobiel. Een Nederlandse veertiger kijkt stuurs en zit met zijn armen stijf over elkaar op zijn beurt te wachten.  Hij heeft zoiets van: 'Het heeft nu wel lang genoeg geduurd'.

Een jong echtpaar met een baby, komt uit de spreekkamer. De moeder gaat met de baby, dichtbij de  Marokkaan zitten. Het is een jongetje, vermoedt Frits. De Marokkaan is aan de beurt. Hij werpt een vriendelijke blik op het kleintje en gaat naar zijn dokter. 

Frits geneert zich niet om een kinderboek met 'voorleesverhaaltjes van één minuut' te gaan lezen. Duizend maal leuker dan de Margriet of de Linda, die daar ook op de leestafel liggen. Hij leest over een brutale eend, die een mariakaakje snaait uit het handje van een kleuter. 

De jonge papa maakt drinken voor de kleine. De moeder legt de baby onmiddellijk aan het flesje maar ... dat blijkt te heet. De vrouw snauwt papa toe dat hij goed moet voelen, aan de binnenkant van zijn pols, of de melk niet te warm is. 

Frits ziet de vader naar de toilet lopen. Waarschijnlijk om het flesje onder de koude kraan te houden. Na een paar minuten komt de vader weer terug in de wachtkamer en geeft het flesje aan zijn vrouw. Zij voelt nog even met de binnenkant van haar pols. Dan geeft ze haar kindje de fles.

Frits heeft te doen met die aardige, lieve papa, die zo zijn best doet. Zo'n kijvende vrouw zou Frits niet willen. Hij (43) heeft trouwens geen vrouw. Nooit gehad ook. 

Een olijke man stapt de wachtkamer in, duidelijk een opa, denkt Frits. Reageert uitermate vrolijk op moeder en kind:  

'Hé, heb ik even mazzel! Drinkpauze!' 

De man gaat (te) dicht bij moeder en kind zitten. 't Is een kenner pur sang, die in één oogopslag ziet dat het kind 'goed' aan het drinken is en dat er 'een boertje dwars' zit. 

Frits ergert zich aan die man: 'Laat die twee met rust!', denkt hij. 

En dan, eindelijk, hoort Frits: 'Mijnheer Min? Komt u maar.'