Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label schaduwrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaduwrijk. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2026

WANDELEND GEKOOKT

 Ik was vanmorgen zó vroeg op Centraal dat ik een trein eerder naar Avignon kon nemen. De trein was stampvol reizigers geperst; dankzij de airco bleef het goed uit te houden. Het uur dat ik gewonnen had door eerder te vertrekken, raak ik weer kwijt om dat het flink zoeken was op Gare Paris Nord. Heel even heb ik me nog in de hitte van Parijs gewaagd. Ik kreeg het idee om mijn thuis nog klaargemaakte broodjes met kaas en marmite op een lekker schaduwrijk plekje op te peuzelen. Natuurlijk had ik ook best kunnen bedenken dat al die lekkre plekjes allang ingepikt zouden zijn. Het was zo rond een uur of een in Parijs al 32 graden.

Het tweede deel van de reis, tussen Gare Lyon en Avignon, duurde zo'n drie uur. Naast me zat een man met wie ik niet verbaalt kon communiceren. Ik vermoed dat de man een Afgaan is en asfganen sprken Farsi en dat is een taal, die ik niet beheers. In Iran spreken ze die taal ook. Mijn vriend Kawus zaliger  sprak Farsi maar hij had ook aardig wat  Nederlands geleerd. Deze man dus niet, Wel zit hij een boek te lezen met de titel 'Omarn Kaboel!' Dat stond in het Frans op dat boek. 

Later vraag ik hem in het Nederlands of ik even mag passeren. Ik zeg er niet bij dat ik wil passeren om een plas te doen. Zo'n vraag is waarschijnlijk internationaal bekend. Ik zou het in het Russisch aan iemand die naast me zit kunnen stellen. Die persoon naast me vestaat geen Russisch maar hij of zij weet dan dat er geplast moet orden en  laat me passeren.

Echrt enerverend was de reis niet. De aankomst in Avignon was verpletternd. De temperatuur was bijna 40  graden. Zoiets had ik nog nooit ervaren. Hoewel ,ik ben zo af en toe wel eens naar een sauna geweest en daar moet zoals bekend de temperatuur ook hoog oplopen. Zo als ik die hete auna voelde, zo voelt Avignon aan. Alsof je al wandelend gekookt wordt.

Er staan flink wat taxi's klaar om me naar het IBIS hotel te benge, Het is lekker koel in de über-taxi van d'vrolijke Marokkaan. Als hij hoort dat ik Nederlander ben laat hij me een nummer horen van een Frans/Marokkaanse rapper, die in Frankrijk een hit heeft met een Nederlandse tekst. Hij moest ook nog wel even kwijt dat  Marokko wereldkampioen zou worden. Maar daar ging ik niet verder op in. Topvoetbal interesseert me niet meer zo sinds die rare akties van die Infantielo en Trump.

Ik wordt afgezet voor het hotel. Het ritje kostte me20 euro. Dat viel mee. Ik heb een heerlijke ruime airco-kamer en een ruim tweepersoonsbed. Daar moet ik nu gauw in duiken want ik sterf van de slaap. Het is bijna één uur in de nacht.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 19 augustus 2023

Dammen.

 Normaal gesproken dammen we op de woensdagmiddag, Peter en ik. Dan eens bij hem, dan eens bij mij thuis. Vandaag zouden we bij mij spelen maar het is zalig weer. We kunnen beter samen een eindje fietsen. Wat fruit en drinken mee. Dat lijkt me prima. Ook de damspullengaan mee. Misschien kunnen we op een schaduwrijkplekje een potje dammen. (Dammen doe je in ‘potjes’).

Tegen de middag belt Peter. Meestal krijgen zijn vissen de schuld als hij geen zin heeft om te dammen.

‘ Jee, moet je eens luisteren, ik vind het veel te warm om bij jou binnen te gaan zitten schuiven. Laten we gewoon eens een keertje over slaan …  het is bovendien al weer veel te lang geleden dat ik het aquarium schoongemaakt heb. Sorry, Jee, volgende week gaan we weer dammen!

‘Peter,‘ zeg ik, ‘groot gelijk, … en dan vertel ik hem mijn idee voor deze middag. Hij is gelijk om.

‘Goed plan, ik ga gelijk wat spullen bij elkaar zoeken … neem jij je damspel mee?’

Over vissen geen woord meer.

‘Nee, neem jij je damspel maar mee, da’s steviger. Dan zien we elkaar bij jou om één uur.

‘Okido, Jee, vergeet je pet niet, met die kale knar van je, ha ha. Zonder gekheid, de zon is scherp , je kop is in een mum van tijd verbrand. Nou, tot één uur dan.’

Het is nog ruim voor één uur. Peter is druk aan het sleutelen aan zijn mountain bike. Nu eens zit hij op zijn knieën, dan weer op zijn hurken of loopt hij om zijn fiets heen. Het lijkt alsof die fiets jaren niet gebruikt is. Hij controleert banden, remmen, stuur, zadel en bel.

Naast zijn mountain bike, op de stoep, ligt allerlei ‘troep’ voor onderweg: een bidon, bandenplakspullen, eten, drinken en zijn fototoestel. Vóór Jee zich meldt zit alles in zijn fietstassen.

‘Prima idee van jou, echt top, Jee! Moet me alleen nog even omkleden. Tot zo..’

 

Niet veel later is Peter weer terug, gekleed in een veel te strak kanariegeel wielrenshirt (rugnummer 1) en dito wielrennersbroek; zo een met een zeemleren kruis. Verder behoort tot zijn outfit: een grijze helm, waar z’n kleine grijze paardenstaart eigenwijs onderuit wappert.

Jee kan zijn mond niet houden: ‘Kijk nou toch eens aan, uitslover die je d’r bent! Kan dat nou echt niet een tandje minder, Peter? We gaan toch zeker vanmiddag de Mont Ventoux niet bedwingen!’

Peter grinnikt om de woorden van Jee. Nu, zo naast Peter staand, voelt  Jee zich opeens wat onzeker met  zijn opoefiets, de kaki driekwartbroek en zijn grote, blote voeten in Jezussandalen.

‘Hé Peter, we kunnen toch net zo goed, hier op straat, in de schaduw een lekker potje dammen?