Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label mondhygiënist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mondhygiënist. Alle posts tonen

maandag 14 september 2026

MONDJE DICHT, HÈ?

Vanochtend zit ik bij de mondhygiënist. De afspraak is om 10.00 uur. Om 10.10 uur haalt ze me op. Normaal gesproken word ik boos als ‘ze’ me tien minuten voor lul laten zitten. Nu niet. Door haar. Een half jaar geleden had ik haar ook. Nel heet ze. Toen had ze nog geen bril op. Zonder bril is ze leuker. Zoals eigenlijk iedereen. Ze was daar toen net begonnen. Ik was één van haar eerste klantjes. Een leuke meid, Nel: knap, openhartig, blond opgestoken haar, slank, circa 1.82 meter. Al vrij snel bleek dat we allebei gek waren op stand-up comedy. Zij correspondeerde destijds met Marie Koet, een aanstormend comedy-talent dat toen ook al bij Arjan Lubach was geweest. Nou, dan had je het al een heel eind geschopt. 

"Toevallig ga ik donderdag en vrijdag met familie en vrienden naar comedy-nights in het Oude Luxor." Dat moest ik even aan Nel kwijt. Ik dacht eigenlijk: "Dat zal ze wel weten." Maar niet dus. Ik zei nog: "Het is niet uitverkocht..." 

"O, ik zal es kijken," zei ze. Meer niet. Toen moest ik gaan zitten. 

Halverwege de behandeling perste ik mijn lippen stijf op elkaar, zodat ze het instrumentje waarmee ze bezig was, niet uit mijn mond kon krijgen. Ondertussen kijk ik haar met pretoogjes aan. We moeten allebei lachen als ik mijn mond open doe. Beetje ondeugend en toch leuk. Voor de rest laat ik Nel gewoon haar dingetje doen. 

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nel? Misschien vind je het leuk om zo af en toe met deze opa te bellen. Deze opa praat nu met twee kleinzonen, een kleindochter erbij lijkt me super." 

Met een heel lief stemmetje zegt Nel dat het in dit soort medische omgevingen 'not done' is om een persoonlijke relatie aan te gaan met cliënten. "Maar... zo heel af en toe ben ik een klein beetje stout. In je dossier staat je nummer. Ik ga je bellen. Leuk. Spannend!" 

Ik val haast van haar stoel van verbazing. Gelukkig is ze net klaar met me.

"Dag meneer Mastwijk." 

Heb ik haar dan nog niet verteld dat ik Jos heet? Blijkbaar niet.

"Neehee Nel, geen ‘dag meneer Mastwijk’ maar ‘dag Jos’. Ik heet Jos." 

Ze kijkt me met een warme glimlach aan en zegt me heel nadrukkelijk gedag:

"Dag Jos! En eh… mondje dicht, hè!"


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 16 november 2022

Mondhygiëne.

Ik ben thuis. Heb het koud. Stijve vingers. Vooral aan mijn zwakke rechterhand. Moet zo naar de mondhygiënist. Heb om vier uur een afspraak. Ben ‘un peu nerveux’. Ik heb bloedend tandvlees na het ragen en poetsen. Doet wat pijn. Misschien poets ik wel te hard. Poets nu toch niet anders als anders en ik had nooit last. Ik stop nu maar even met schrijven. Moet mijn hele mond nog uitbaggeren. Met tanden poetsen en ragen alleen, kom je er tegenwoordig niet meer. Het gehemelte en de tong moeten ook een beurt. Om drie uur spring ik op de fiets. Het zal tot zes uur droog blijven. Op naar de Westblaak. Vlak naast bioscoop Cinerama zit de altijd goedlachse mondhygiëniste. Mijn tandarts zit ook in die  praktijk.

 Ik ga eigenlijk liever naar de film. Er draait er een die ik graag wil zien: ‘The son’. De film gaat over ‘depressie’, las ik, daar word je niet vrolijk van. Niet als je het zelf hebt, en niet als iemand in je nabijheid eraan lijdt. Je brein mist een stofje dat je in staat stelt te relativeren, maar je voelt je diep ongelukkig zonder goed te weten waarom. Klinkt nou niet bepaald vrolijk. Desalniettemin is mijn nieuwgierigheid gewekt.  

Al fietsend besluit ik naar de bios te gaan, een kaartje te halen en de mondhygiëniste af te bellen. Ik bekijk de poster van ‘The Son’ in de hal van Cinerama : een vrolijk, opgewekt gezinnetje, vader moeder, leuke zoon in een gezellige woonkamer. Daarvan krijg ik nog meer zin om die film te gaan zien. Ik ga naar de kassa bestel een kaartje en merk dan dat ik mijn Cinevillepas niet bij me heb. Die ligt thuis naast de mandarijnen op de fruitschaal. Niet zo slim. (Met een Cinevillepas kan je voor twintig euro per maand net zo veel films in een maand bekijken als je maar wil. Als je weet dat één bioscoopkaartje al gauw elf euro is, reken dan maar uit.) Maar ik moet dat kaartje dus weer annuleren.

Toch maar naar mondhygiëniste dan. Ben daar tòch nog een kwartier te vroeg. Wel net op tijd om mijn tandarts, met een vreugdevolle tred, uit zijn werkruimte te zien komen, op weg naar de lift. Hij heeft zijn arm om zijn jonge blonde assistente geslagen. Het is vreemd om je tandarts, die je niet anders kent dan in een witte stofjas, opeens te zien in een sportief groen sportjack. En dan zeker nog met dat mooie jonge ding aan zijn zijde. In de schoolvakanties was Ronald, want zo wordt mijn tandarts graag genoemd, naast zijn drukke mondklussen, in zijn praktijk, volop in de weer met zijn kinderen, die hij dan altijd meenam. Drie waren het er, dacht ik. Ze moeten nu rond de tien jaar zijn. Een hele tijd geleden alweer dat ik ze gezien heb.

Claudia, zo heet mijn mondhygiëniste, gaat ogenblikkelijk op zoek naar de oorzaak van mijn pijntje. Eerst vindt ze tussen twee kiezen geklemd, een bloeddoorlopen rijstkorreltje. Op haar minuscule spiegeltje toont ze me de dader. Heb ik een week last van gehad. Dan ziet ze op die plek ook nog een gaatje. Dat moet Ronald zo snel mogelijk vullen. Voor de rest is alles oké.

Ik ben hier klaar. Het is vijf uur en het giet. Nu al. In plaats van zes uur, wat voorspeld was. Drie kwartier fietsen in de zeikregen.  Volkomen ruk.