Pageviews van de afgelopen week

woensdag 26 maart 2025

SCREWDRIVER.

Ik had twintig sinaasappels en twintig citroenen gekocht. Heerlijk het sap van die vruchten. Van mijn buurvrouw kreeg ik in januari jl. een mechanische citruspers. Ze at liever een niet uitgeperste sinaasappel. Het proeven en voelen van het vruchtvlees, de beet dàt vond zij juist verrukkelijk.

Sinds ik die pers heb, ben ik grote hoeveelheden uit gaan persen. Wekelijks leveren twee kilo sinaasappel en een kilo citroen respectievelijk twee en één liter sap op. Mmmmm! Één groot glas na het ontbijt en één groot glas, zo in de loop van de middag. In elk glas giet ik deciliter citroensap en vul dat aan met  sinaasappelsap. Ik drink tegenwoordig, vòòr het naar bed gaan, niets liever dan een screwdriver.

Doch, zoals aan alles, komt óók aan mijn citruspersje een eind. Het was maar een kwetsbaar persje en waarschijnlijk heb ik er in mijn enthousiasme veel te veel druk op gezet, om zo veel mogelijk  sap te krijgen. In de woorden van mijn buurvrouw had ik ‘dat citruspersje verziekt’.

Uitermate vervelend was, dat ik alle sinaasappelen, die geperst moesten worden, vooraf al had door gesneden. Tien sinaasappels, dus twintig halfjes zou ik gaan persen. Toen mijn persje het opgaf had ik al vijf helftjes geperst. Er lagen er dus nog vijftien te wachten op hun beurt. Gelukkig had ik nog een klein handpersje staan. Daar deed ik de vijftien halfjes  dan maar op … ik heb er nog pijn van aan mijn pols ...

Ik was inmiddels zo aan sapjes verslaafd geraakt dat ik snel moest zorgen voor een nieuwe mechanische pers. Het was even zoeken maar bij de Marskramer  zag ik een apparaat dat me wel wat leek. Het was een metalen Tefal-apparaat (dertig euro) met een soort plasgootje, waardoor al het geperste sap, gelijk  in een glas of in een kom kan druppelen. Ik had op de markt weer een grote hoeveelheid citrusvruchten ingeslagen. Vijftien sinaasappelen had ik doorgesneden om te persen. Dertig halfjes dus. Het liep geweldig. Het plasgootje gebruikte ik nu niet. Het sap ging gelijk in het reservoir onder de pers. Bij de twintigste halve sinaasappel aangekomen ging de machine langzamer draaien en bij de 25e sloegen bij mij de stoppen door. In de gebruiksaanwijzing las ik achteraf dat maximaal tien tot twaalf maal achter elkaar geperst had mogen worden. Ik had er al meer dan veertig op zitten. De pers zei verontwaardigd: ‘Bekijk het maar’. Hij was niet meer aan de praat te krijgen. Doorgebrand in zijn eerste persklus.

Bij de Marskramer deden godzijdank niet moeilijk. Ze namen het Tefalding  terug. Ik kocht een König, een betere hoop ik,  voor zeventig euro. Voordat ik hem ga gebruiken zal ik deze keer toch maar eerst de gebruiksaanwijzing even lezen.

Het is nu tijd voor een pittig screwdrivertje. Proost!

dinsdag 25 maart 2025

MIJN BUURVROUWEN TOP 5 (de top 2)

Op 2 Nathalie.

Nathalie zal ik eeuwig dankbaar zijn. Ik woonde nog hier nog maar net in de Rodaristraat of ik brak mijn schouder en beschadigde een zenuw. Ik moest geopereerd worden. Een dag later was ik alweer terug  in ons bejaardentehuis. Om de pijn te bestrijden moest ik de zware pijnstiller morfine slikken.

Die eerste nacht na de operatie moet ik (slapend!) mijn bed zijn uitgestapt. Ben ik in mijn pyjama, op mijn blote voeten, de flat uit gewandeld de regenachtige nacht in. Zo’n twintig minuten heb ik onder invloed van morfine geslaapwandeld.  

Een paar straten verder werd ik wakker. Het duurde even voor ik wist waar ik was. Ik woonde hier nog maar zo kort, drie weken pas. Op natte kousenvoeten ga ik terug naar mijn huis. Ik heb geen sleutels bij me, realiseer ik me. Heb ook geen idee van tijd. Bij mijn flat aangekomen bel ik aan bij Nathalie. Zij woont naast me. Ik heb wel eens een praatje met haar gemaakt op het balkon.

‘Hallo Nathalie, ik woon naast je. Ik ben mijn sleutels vergeten. Wil je alsjeblieft open doen’.

‘Weet je wel hoe laat het is,’ krijst zij.

‘Geen idee’ zeg ik.

‘Half vier!!’krijst ze weer maar ze doet vrijwel gelijk toch de deur voor me open.

Maar ….. ook van mijn eigen voordeur heb ik geen sleutel bij me. Nathalie (toen 70+) vindt het goed als ik midden in die nacht via haar balkon naar mijn eigen huis klauter. Met mijn net geopereerde schouder. Godzijdank ging het allemaal goed. Gelukkig was mijn balkondeur niet op slot.

Een eeuwig hoera voor Nathalie.        

 

Op 1 Linda,

 Zeer zeker van vandaag. Want vandaag  is ze jarig (82). Maar zeker ook omdat ze vanaf dag 1 dat ik hier woon mijn liefste buurvrouw is. Al tien jaar heeft ze mijn sleutelbos en al zeker tien keer heeft ze mijn deur moeten openen omdat ik mijn sleutelbos vergeten was. Als ik Linda niet had …. Elke ochtend klinkt vanaf de galerij een vrolijk ‘Hallo Jos’.  Ik ben niet altijd zo vroeg bezig in de keuken. Maar Linda weet gewoon dat ik ergens in huis aan het rommelen ben. In één oogopslag ziet ze namelijk  dat er op mijn aanrecht wat spulletjes bijgezet of verschoven zijn.  

Voor een schouderoperatie moest ik naar het ziekenhuis in Schiedam. Ik moest er om half zeven al zijn, ’s ochtends. De metro rijdt dan nog niet en op de fiets of lopen is ook geen optie. Linda stond er op om mij in alle vroegte met haar autootje naar Schiedam te brengen en me de volgende dag ook weer op te halen. 50 kilometer heen en weer; en dat twee keer. Geweldig!! Dat was het niet alléén: ze heeft een paar weken na die schouderoperatie de wond verzorgd. Zelf kon ik dat niet. Ik woon alleen. Linda was voor mij Trevvel en Wijkverpleging in één. Klasse. Een gouden buur!!

maandag 24 maart 2025

MIJN BUURVROUWEN TOP VIJF. (de nummers 5, 4 en 3)

Op 5 Tisa.

Tisa is mijn Surinaamse buurvrouw van een paar deuren verderop. Ze zit nu bij haar stokoude vader in Suriname en komt pas eind juni weer terug, dus ik kan alles over haar schrijven, want tegen die tijd ben jij toch alles al weer vergeten.

Toen ik hoorde dat zij al zeventig was, viel mijn mond open van verbazing. Ik dacht dat ze een jaar of veertig was. Maar dat is niet het belangrijkste. Als we elkaar op straat tegen komen babbelen we altijd even gezellig. Over haar schattige kleinkinderen, over diplomazwemmen en over haar vriend Desi Bouterse. Het allerleukste aan haar vind ik dat ze consequent strak voor zich uit blijft kijken als ze, over de galerij, langs mijn open keuken loopt. Nog nooit in die tien jaar dat ik hier woon heeft ze mijn keuken ingekeken en me gegroet. Fantastisch: zó consequent!

Op 4 Thea.

Ze is niet zo bekend. Begin 50 is ze en ze woont heel lang op de tweede. We zeggen elkaar al tien jaar lang vriendelijk gedag op het trappenhuis. We gaan allebei nooit met de lift. Sinds kort zit zij bij mij op de sportschool en leer ik haar beter kennen. Net als ik, schrijft zij ook. Alleen schrijft zij langere verhalen dan ik. Ik houd het op  400 woorden per verhaaltje, elke dag weer.

Thea werkt in de zorg. Je kan bij haar ook (1 op 1) terecht voor klankschalen-therapie. Op klankschalen maakt ze dan geluiden, die door je hele lijf vibreren en waar je heel relaxed van wordt. Bijzonder. Ze maakt ook bij mooi weer pittige ritjes op haar fietsje.  

Op 3 Wela.

Met Wela (ook begin 50) heb ik momenteel het meeste contact van alle buren. Wonderlijk is onze historie. Wela is de dochter van mijn buurjongen Cor in IJsselmonde. Ik woonde zo rond 1963 als tiener naast hem.

Mijn moeder en de vrouw van Cor, waren in 1970 tegelijk zwanger. Mijn moeder wilde graag een meisje en Cor z’n vrouw wilde graag een jongen. Als hun wens niet uit zou komen zouden ze de baby’s omwisselen. Hun wens kwam niet uit. Cor zijn vrouw beviel van een meisje, onze buurvrouw Wela. Mijn moeder baarde toen weliswaar een jongen maar de ruil ging niet door omdat mijn broertje  Marco een mongooltje bleek te zijn.

Dezer dagen koken we zo af en toe eens voor elkaar. Doen we een bakkie. Gaan we naar de bios. Zij is mijn buurvrouw en een vriendin.

Morgen mijn top 2

zondag 23 maart 2025

ONGELEGITIMEERD.

Ik gebruik nooit een winkelwagentje bij de Jumbo. Ik stop alles wat ik wil kopen in een grote rooie Dirck-tas. Eerst de spullen scannen, dan gaan ze m'n tas in. Ik reken af bij de scankassa, waar ik heel vaak word gecontroleerd. Met een steekproef van zes artikelen meestal.

Afgelopen zaterdagochtend  22 maart 2025. Mijn Dirck-tas zit vol en alles is afgerekend bij de scankassa van Jumbo Lage Land in Rotterdam. Geen controle van een Jumbo-medewerkster in haar zwarte bedrijfskleding deze keer.

Tot mijn schrik word ik nu, net buiten de winkelpoortjes, tegengehouden door een man in burger, die mijn kassabon en mijn volle Dirck-tas opeist.  ‘Controle’, zegt hij. Dat weiger ik. En hij herhaalt vervolgens wel tien keer wat hij van me wil: mijn kassabon en mijn tas. Ik blijf weigeren. Op een gegeven moment denk ik, als je die bon zo graag wil, dan raap je hem maar op. Ik verfrommel hem en ik  gooi die achter me op de grond.  Hij raapt hem op. Nu wil die nog steeds mijn Dirck-tas. Ik denk er niet aan! Hij dreigt met politie.

’Laat maar komen,’ zeg ik, ‘en trouwens, laat me je legitimatiebewijs maar  eens zien!’ Dat heeft hij niet. ‘Dan mag je me helemaal niet controleren’. Plots komt een persoon snel aangehuppeld. Die laat mij zijn legitimatiebewijs zien. Maar die controleert mij niet.

De ongelegitimeerde  man dreigt wederom met politie. ‘Alles is opgenomen, meneer. Ook dat u me net een duw gegeven heeft. Dat wordt een flinke boete.’ Nòg een extra dreigement voegt de man er aan toe: een permanent winkelverbod.

Met loeiende sirenes arriveert de politie. De naar ik aanneem bevoegde politieman geef ik mijn tas. De ongelegitimeerde man controleert onder toezicht van de politieagent mijn kassabon en mijn Dirck-tas controleren. Geen probleem. Alles is in orde.

De (onbevoegde) man mompelt, dat hij me geen winkelverbod zal opleggen.

Heel vernederend dit alles. Ik ga er werk van maken.   


zaterdag 22 maart 2025

EEN FRANSE LACHFILM.

Elly en ik zien en groeten elkaar regelmatig in het trappenhuis.  Nooit in de lift. Ook lopen we een enkele keer samen van het metrostation naar huis. We hebben het dan over koetjes en kalfjes:  over het weer (nu eens zus, dan weer zo), hoe lang we al in ons bejaarden huis wonen (zij 15 jaar, ik 10 jaar), waar we werken (zij: Aafje, ik: Corridor), hoe oud we zijn (zij: over de vijftig; ik ook) en over onze hobby’s (zij: fietsen, ik: ook en film kijken). 

Elly en ik leren elkaar beter kennen sinds ze begin dit jaar lid is geworden van Optisport. We trainen vaak op de zelfde tijd. Zo af en toe blijven we bij een apparaat hangen en babbelen wat. 

Ik vond het leuk om te horen dat Elly een sprookje geschreven had. Iemand is bezig het te illustreren. Het sprookje is al lang af maar ze heeft geen haast met publiceren.

‘Ik schrijf ook’, zei ik, ‘elke dag een verhaaltje’. Haar ogen gingen glimmen toen ik dat zei. Ze buigt zich meer naar me toe, om alles wat ik er over zeg, goed te horen. ‘Wat ik schrijf is een combinatie van fictie en dagboek. Elke dag een nieuw stukje zet ik op mijn blog’.

Ze reageerde niet erg enthousiast op wat ik haar vertelde over de Bob Dylanfilm ‘A complete unknown’ . Bob is een idool van mij. Elly kent hem wel maar ze is geen fan. Ze is van een jongere generatie. Toch verleidde een vriendin van haar om die film samen te gaan zien. Dat ze het beiden niet droog konden houden, vond ik leuk om te horen.

‘Kom vanmiddag ook kijken, Jos! Lachfilm in het buurthuis:  ’Un P'tit Truc en Plus’. Elly’s broer vond hem hartstikke leuk.  Okee, ik houd helemaal niet van lachfilms en al zeker niet van Franse lachfilms. Ik doe Elly een lol en ga kijken. Wat krijg ik te zien: twee criminelen op de vlucht, die zich verschuilen in een bus met vakantievierende mongolen. Halverwege de film stap ik op. Kotsmisselijk inmiddels … Elly trouwens ook … ook zij vond het een kutfilm, vuilnis, met een te hoog poep en pies gehalte en een belediging voor mongolen.

‘Sorry hoor Jos, maar mijn broer ….’

vrijdag 21 maart 2025

VREEMD (reprise)

 Irene houdt het nu ook met Lucas. Een blonde vetkuif met zonnebril, net grijs pak, streepjesoverhemd en stropdas. Irene is psychotherapeute. Altijd: truitje, vestje, spijkerbroek. Nooit: beha. Hij mag alleen bij haar slapen als hij zijn eigen hoofdkussen meeneemt. Dat kussen moet zijn hoofdvocht opvangen. Irene is een pot en polygaam. Maar vreemd gaan met een kerel … oh nee! Haar vriendin Bettie kan dat niet hebben, omdat ze nu op de bank moet slapen. Irene is dolverliefd op Lucas. Dat straalt helemaal van haar af.

Ze mokt niet. Wordt alleen stilletjes. Ze is een huiselijk typetje. Irene hield haar vanmorgen lekker vast: ’Je denkt toch niet, dat ik niet meer van jou houd, meissie? Jij bent en blijft mijn nummer één’. Lucas loopt al de hele ochtend in huis rond te lummelen. Irene is werken.

 ’Zoek je wat, Lucas?’ Hij heeft alle laadjes in de keuken opengetrokken.

‘Thee, brood, beleg.’ Ze pakt het voor hem. Maar niet van harte.

‘Klote voor je.’

’Zeg dat wel, ja. Die bank is veel te hard. Heb vannacht geen oog dicht gedaan. Nooit gedacht dat me dit zou overkomen. We hadden het net zo góéd samen en nu tel ik ineens niet meer mee. Jullie slapen bij elkaar, ik lig op de bank.  Ik voel me weggezet’.

‘Kan me voorstellen, Bettie.’

‘Je wéét toch van Irene en mij?! Waarom pap je dan met haar aan?’

‘Ik wist het, ja. Maar Irene dacht dat jij het niet erg zou vinden …

‘Hoe lang duurt nou dit al?

‘Een halfjaartje. ’t Klikt meteen.  Allebei vlinders in de buik. We vrijen in haar praktijk. Later komt ze bij me thuis. Weet je, Bettie, drie jaar geleden kreeg ik een hersenbloeding.  Komt nooit meer goed. Vijfentachtig procent afgekeurd. En … tsja, dat bakje om mijn nek, is om het vocht op te vangen, dat bij vlagen uit mijn hoofd loopt. Zonder bakje wordt mijn shirt kledder.

‘Als Irene een uurtje vrij is’, zegt Lucas, ‘wipt zij langs en dan zitten we  niet alleen handje pepermuntje naast elkaar op de bank. Ik vind Irene een prachtvrouw. Echt mooi is ze wel niet. Maar dat maakt niet uit. Ze straalt warmte en zorgzaamheid uit.’

‘Irene, verliefd op een vent! Dat kán toch niet?! Ze moest nooit wat van kerels hebben.’

‘Ja, Bettie, ik weet het. Zó vreemd, die vlinders in haar buik. Zeker door iemand als ik. Irene ziet misschien wel te veel in me.’

donderdag 20 maart 2025

PA.

Als ik dit schrijf is het 19 maart 2025. Vierennegentig jaar geleden werd mijn pa, Hermanus Mastwijk geboren in Tjimahi, een legerplaats in de buurt van het toenmalige Batavia, de hoofdstad van Nederlands Indië. Hij was de jongste zoon van KNIL- militair Jan Mastwijk en de huisvrouw Marie Mastwijk – Bezemer. Hij had twee broers Gerard en Jan en twee zussen Mien en Riet. Toen hij negen jaar was brak de Tweede Wereldoorlog uit. In Nederlands Indië was de belangrijkste vijand Japan. Al in het eerste jaar van de oorlog capituleerde Nederland. Mijn vader kwam toen in een concentratiekamp terecht. Omdat hij toen negen jaar oud was werd hij in het vrouwenkamp gestopt. Op dat moment had hij drie jaar lager school gehad. Verder zou hij in zijn leven, hij werd achtenzeventig, ook niet komen. In 1949 keerde het gezin Mastwijk terug naar Nederland. In Rotterdam werd tamelijk snel een woning gevonden in de wijk Oud-Mathenesse. Zijn ouders, mijn opa en oma, hebben hun best gedaan om mijn pa meer te laten leren maar hij geneerde zich er voor om als achttienjarige tussen de  tien-jarigen in de schoolbanken te gaan zitten. Van onderwijs voor volwassenen was toentertijd nog geen sprake. Hij ontmoette in 1949 Amanda Maria van den Oever . Hij moest met haar trouwen want kort na hun eerste ontmoeting bleek Amanda zwanger te zijn. Ik werd geboren in juli 1950. Drie jaar lang woonde het gezin van mijn ouders in, bij opa en oma van papa in Oud Mathenesse.

In 1953 kregen mijn ouders een huurwoning in Spangen. In de van Lennepstraat. Vlak om de hoek bij Sparta. Daar kreeg ik een geestelijk gestoord, en inmiddels overleden broertje, Martin, en drie zussen Lidy,  Manda en Anneke. Wij werden voornamelijk opgevoed door mijn moeder. Eerst, omdat  mijn vader werkte op een cruiseschip, waar hij de afwas moest doen. Later had hij, gezien zijn gebrek aan doorzettingsvermogen en aanleg, de rotste baantjes: schoolmelk bezorgen, lijsten maken, behangen, veren trekken, rollen beschuit inpakken, hulpbadmeester, tramrails schoonmaken, helpen in de keuken enz. Hij verdiende daar twee keer niks mee. Geld was er in huize Mastwijk nooit genoeg. Maar Herman deed altijd zijn stinkende best om zo veel mogelijk voor zijn steeds groter wordende gezin te verdienen. Onder andere door veel overuren te maken. Hij was meer aan het wèrk dan dat hij opvoedde.

In 1963 verhuisde het gezin, met vijf kinderen naar een vijfkamerwoning in Hordijkerveld, een nieuwbouwwijk in Rotterdam-IJsselmonde. In de periode 1963 t/m 1970 voltooide mijn vader zijn levenswerk. Hij produceerde met de super-enthousiaste medewerking van mijn moeder (die dol was op jonge kinderen), nog eens vijf jongens: Herman jr, Ron, John, Ed en de jongste Marco (inmiddels 54 jaar, een mongooltje).  Hermans totaal komt daarmee op tien te staan.

Proficiat Herman!