Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label stortregenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stortregenen. Alle posts tonen

zaterdag 27 juni 2026

NIET ALLEEN EEN SCHIMMELTJE.

 Ik kan me niet herinneren dat ik dit ooit eerder had. Goed, ik ben hard op m’n bek gegaan en loop met een lelijk schimmeltje in mijn keel. Maar dat is niet het enige. Het lijkt bijna of het algehele activatie en motivatie gebeuren in en rondom mijn entiteit geblokkeerd is. Het gebeurt iedereen, met name de afdeling volwassenen wel eens, dat  hij zich naar het aanrecht begeeft om daar (pakweg) een blikopener uit de keukenlade te halen. En nu komt het: hij is dan oprecht vergeten waarom hij daar voor dat aanrecht staat...’.

Bij mij uit zich dat  anders. Ik zit. De handen  samengevouwen op mijn bovenbenen en slaak vervolgens een schrille kreet. 'Raar' vond mijn ex-huisgenoot L. dat. Kreten worden door mij vrijwel nooit geslaakt.

‘Waarom zou ik?’

Mij overkomt iets geheel anders. De  navolgende dag, ik merk niet eens precies wàt er gebeurt, hóé het gaat, maar ik ben  opeens met twee oude mannen op een kleine wiebelende roeiboot. En …terwijl ik dit schrijf stortregent het zoals ik het nog nooit van mijn leven heb horen stortregenen.

Een van die mannen op de boot lijkt op mijn Ome Gerard, de oudste broer van mijn vader. Hij kwam in mijn jeugd elke zondag dat Sparta speelde bij ons thuis koffie drinken, om daarna met mijn vader naar het Kasteel(om de hoek) te gaan.

Het stortregenen is nu overgegaan in neerstortende hagelstenen.

Vanaf dat  ik eenmaal acht was, mocht ik altijd met mijn vader mee ‘Sparta kijken’. Ome Gerard was een chagrijnig persoon. Hij had veel geleden als militair Indië. Gelukkig ging hij bij de wedstrijden altijd ergens anders zitten. Hij had een plaatsje op de eretribune omdat hij oorlogsinvalide was. Hij trok met zijn linkerbeen (hij was toevallig ook tandarts).Dat vonden de meeste  van zijn patiënten wel een pré.

Die andere man in dat wiebelige roeibootje was Ome Jan, de jongste broer van mijn vader.  Mijn favoriete oom. Hij stoeide, speelde en maakte grapjes met mij en … ik mocht zo af en toe bij hem achter op de motor. Mijn eerste dure voetbalschoenen, kreeg ik van hem. Zelf voetbalde Ome Jan ook. Bij de voetbalclub Stedos. Hij  noemde die club zelf  gekscherend  ’Steeds Dorst’. Heel grappig vond ik dat.

Nu heb ik niet eens in de smiezen gehad, dat die twee oude mannen hun zwembroeken hadden aangetrokken en in het lauwe water van de Schie waren gesprongen.  Daar maakten ‘de broertjes’  lol met elkaars onder water te duwen.

Het was voor het eerst van mijn leven dat ik Ome Gerard postuum zag lachen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 13 augustus 2023

WAAR KOMT U VOOR?

Van mijn huis is het een kwartiertje lopen. Nog geen vijf minuten ben ik onderweg als het alweer begint te stortregenen. Lekkere augustus dit jaar. Geen paraplu bij me. Jas niet waterdicht. Als een verzopen kat kom ik aan bij ‘Huize Zorgelijk ‘. Mijn vriend Ruud zit daar. Vierentachtig is hij; bijna tien jaar ouder dan ik. Hij zit hier net. Ruud is al een tijdje aan het dementeren maar er is nu pas plek voor hem hier.  Het is zaterdag. Weekend dus. Dan zit er niemand bij de receptie. De toegangsdeur zit dicht. Ik moet aanbellen. Het blijft maar zeiken. Een mannenstem klinkt uit een luidsprekertje:

‘Jaaaa, waar komt u voor’ (‘waar’ , ‘waar’, ‘waar’,’ resoneert het in mijn hoofd …  ik kom gvd niet voor íéts … ik kom voor iemand!) ‘ik kom op bezoek bij Ruud Veenweg,’ zeg ik geïrriteerd.

‘Geduld alstublieft, mevrouw.’ 

Als na drie minuten nog steeds niet open gedaan is, bel ik nog eens.

‘Jaaaa, waar komt u voor?’

‘Ik heb vijf minuten geleden ook al gebeld  en de deur hier is nog steeds dicht ..en ik ben kleddernat ... ik kom voor Ruud Veenweg.’

‘Oh, neem me niet kwalijk mevrouw, er was hier net een bijna noodsituatie op de afdeling, één van de bewoners moest hals-over-kop naar de wc .. ‘

‘Meneer, ik  ben doorweekt, doe die deur open!’

‘ … daardoor was Ik u even helemaal vergeten.  Ik ga nu gelijk voor u open doen, hoor. Waar komt u ook alweer voor?’

‘Voor mijn buurman, Ruud Veenweg!’

‘Op welke kamer zit hij?’

‘Op de vijfde verdieping, kamer 56.

‘Ja, dat is correct, ik zie hem hier staan. U kunt nu naar binnenkomen, hoor mevrouw.’

Het is erg warm in de entreehal van het verpleeghuis.  Ik zie gelijk zowat niks meer door die beslagen brillenglazen.  Heb  ook niks om die wasem mee weg te poetsen.  Alles is nat. Op de tast begeef ik me naar de lift. Als ik op de vijfde ben, zie ik dat ik wederom moet bellen om op de afdeling van Ruud te komen … eigenlijk wel logisch, want hij zit op een gesloten afdeling.  Onder de bel is een briefje geplakt: ‘Het kan zijn dat u even moet wachten voordat er iemand komt om de deur te openen. Een momentje geduld alstublieft.’ Dit keer gaat het vlot. Een zuster doet open. ‘Ik kom op bezoek bij Ruud Veenweg,’ zeg ik maar gelijk uit mezelf.

‘Regent het nou zo?’ De zuster kijkt me verbaasd aan … maar zonder mijn antwoord af te wachten zegt ze: ‘Kijk eens, Ruud wie hier is …’ Ze is duidelijk blij voor hem.  Ruud zit aan een grote tafel samen met een paar medebewoners Lingo te kijken. Ruud kijkt om en begroet me hartelijk: ’Hallo, Trees! Ik dacht dat je zaterdag pas zou komen.

‘Het ìs vandaag zaterdag Ruud.’

‘O ja? Wonderlijk, hè Trees, hier lijken alle dagen op elkaar.’

Tsja, Ruud, dat hoor ik wel vaker … Ik laat hem maar in de waan dat ik zijn dochter Trees ben.  

Hij is zich er niet meer van bewust dat ik zijn buurvrouw  Mieke ben.