Ik heb de laatste tijd last van vooral één stramme duim. Mijn rechterduim. Hij wil niet meer lekker buigen. Vijftien jaar lang hing hij anoniem boven de spatiebalk van mijn toetsenbord, als de geruisloze dirigent van de stilte tussen mijn woorden. U leest deze zin omdat die duim net op tijd naar beneden kwam om ruimte te maken. Maar vandaag weigert hij mee te veren. De stramheid trekt inmiddels door naar mijn wijsvinger en mijn pols. Een zeurende erfenis van een schouderoperatie van elf jaar geleden, zo bedacht ik me. Het lichaam is blijkbaar net een archief; het onthoudt alles.
Als ik naar mijn rechterhand kijk, zie ik de littekens van mijn eigen onhandigheid. Mijn duim heeft nogal wat te verduren gehad in dit leven.
Het begon toen ik een jaar of acht was. Een tennisbal waar mijn vriendje en ik mee speelden, rolde in een rioolput. Ik opende het loodzware deksel en pakte het balletje. Net toen ik mijn hand wilde terugtrekken, trapte mijn vriendje voor de grap het putdeksel hard dicht. Het topje van mijn duim lag er half af, het hing er maar een beetje bij. Er moest flink gehecht worden in het ziekenhuis. Het litteken is na al die jaren nog altijd wit en duidelijk zichtbaar.
Toen ik zestien was, volgde klap nummer twee. Ik rende met hoge snelheid op een glazen flatdeur af. Om de klap op te vangen stak ik mijn handen vooruit, maar ik knalde dwars door het glas. Het was een bloederige boel en de ruit sloeg een flinke homp vlees uit mijn duim. Jan, de vader van een vriend en EHBO’er, heeft me toen geweldig geholpen en provisorisch opgelapt. Het vlees bleek onhechtbaar. Mijn ouders waren naderhand woedend. Niet om het bloed, maar omdat ik niet direct naar hén was gekomen voor hulp. Die ruzie heeft de vriendschap met Jan lange tijd behoorlijk verlamd. Wat ik er aan overhield? Een flinke klomp weefsel op mijn rechterhand. Mijn eigen 'duimbobbel'.
Nu ik deze column typ, voel ik die oude breuklijnen weer samentrekken. Het putdeksel en de glasscherven hebben zich decennialang koest gehouden, maar naarmate ik ouder word, melden ze zich alsnog aan het toetsenbord. Mijn duim tikt de spatiebalk een stuk langzamer aan dan vroeger. Maar ach, dat geeft wat meer rust tussen de zinnen door.