Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label stramme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stramme. Alle posts tonen

zaterdag 31 oktober 2026

EEN TE LANGE WARMING UP..

Mijn lidmaatschap van sportschool Optisport had ik opgezegd. In de maanden november en december koos ik voor het Medisch Therapeutisch Centrum, het MTC. Dat wordt immers vergoed door de verzekering en zo bespaar ik mooi een dikke honderd euro. Begin januari schrijf ik me wel weer in bij Optisport.
Ik was vooraf nogal euforisch over het intakegesprek met Simon, de medisch fysiotherapeut. Simon had in geuren en kleuren zitten vertellen wat het MTC allemaal te bieden heeft. Ik gaf hem op een briefje wat ik nodig had: evenwichtstraining, massage voor mijn nek en schouders, en wat lichte conditietraining op de hometrainer.
De eerste echte trainingssessie zet Simon me meteen aan het werk: "Om te beginnen, Jos, MAG je een kwartiertje gaan fietsen. Je warming-up."
"Ik ben al warm, Simon," zeg ik, "ik heb net een kwartiertje gefietst van huis naar hier."
"Zo begin ik de training nu eenmaal altijd," werpt Simon tegen. Hij beent direct weg naar een tiental dames, waarmee hij gedurende mijn fietstijd de 70+ gezelligheidsgym doet.
Na mijn kwartiertje fietsen 'MAG' ik, eerlijk waar, tien minuten gaan roeien. Inmiddels is er een groepje stramme veteranen gearriveerd. Ook voor de gym. Simon doet gezellig. Zo af en toe klinkt een iets te luide, bijna dwangmatige lach uit enkele kelen. Mijn eerste halfuursessie zit er alweer bijna op. Tot op heden hielden mijn fysio’s zich altijd een heel half uur één-op-één met mij bezig. Van Simon krijg ik nog net vijf minuten evenwichtstraining en klaar is Jos. Vreemd? Ja. Uitermate vreemd.
In de tweede oefensessie volgt Simon exact hetzelfde patroon. Vóór ik weer vastgepind word op een apparaat, vraag ik naar de beloofde massage. Simon spreekt met lede ogen over de lange wachtlijst voor ‘onze’ enige massagetafel. Over drie weken is er heel misschien ‘een gaatje’.
"Okee," zeg ik, "als dat lukt, boek mij dan maar gelijk in voor acht beurten daarna." Maar zo werkt dat volgens Simon niet.
Ik MAG weer gaan fietsen. Terwijl de 70-plussers zo nu en dan lichtelijk kirren om zijn stroef klinkende gezelligheid, trap ik een paar minuten.
Genoeg! Hier ga ik niet mee door. Ik stap af, doorbreek dat oude dameskringetje en blijf pal in het midden staan. Ik kijk Simon recht aan en zeg:
"Wat jij hier doet is oplichterij, man! Je zet mij weg op apparaten terwijl jij aan de slag gaat met die groepen. Over de massage en trainingen heb je lopen liegen. Schandalig, Simon. Ik ga dit aanhangig maken bij mijn verzekeringsmaatschappij. MAG dat? Neen. Dat moet zelfs, Simon!"
Het is inmiddels eind oktober. Ik meld me weer aan bij Optisport.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 22 augustus 2026

MIJN DUIM

Ik heb de laatste tijd last van vooral één stramme duim. Mijn rechterduim. Hij wil niet meer lekker buigen. Vijftien jaar lang hing hij anoniem boven de spatiebalk van mijn toetsenbord, als de geruisloze dirigent van de stilte tussen mijn woorden. U leest deze zin omdat die duim net op tijd naar beneden kwam om ruimte te maken. Maar vandaag weigert hij mee te veren. De stramheid trekt inmiddels door naar mijn wijsvinger en mijn pols. Een zeurende erfenis van een schouderoperatie van elf jaar geleden, zo bedacht ik me. Het lichaam is blijkbaar net een archief; het onthoudt alles.

Als ik naar mijn rechterhand kijk, zie ik de littekens van mijn eigen onhandigheid. Mijn duim heeft nogal wat te verduren gehad in dit leven.
Het begon toen ik een jaar of acht was. Een tennisbal waar mijn vriendje en ik mee speelden, rolde in een rioolput. Ik opende het loodzware deksel en pakte het balletje. Net toen ik mijn hand wilde terugtrekken, trapte mijn vriendje voor de grap het putdeksel hard dicht. Het topje van mijn duim lag er half af, het hing er maar een beetje bij. Er moest flink gehecht worden in het ziekenhuis. Het litteken is na al die jaren nog altijd wit en duidelijk zichtbaar.
Toen ik zestien was, volgde klap nummer twee. Ik rende met hoge snelheid op een glazen flatdeur af. Om de klap op te vangen stak ik mijn handen vooruit, maar ik knalde dwars door het glas. Het was een bloederige boel en de ruit sloeg een flinke homp vlees uit mijn duim. Jan, de vader van een vriend en EHBO’er, heeft me toen geweldig geholpen en provisorisch opgelapt. Het vlees bleek onhechtbaar. Mijn ouders waren naderhand woedend. Niet om het bloed, maar omdat ik niet direct naar hén was gekomen voor hulp. Die ruzie heeft de vriendschap met Jan lange tijd behoorlijk verlamd. Wat ik er aan overhield? Een flinke klomp weefsel op mijn rechterhand. Mijn eigen 'duimbobbel'.
Nu ik deze column typ, voel ik die oude breuklijnen weer samentrekken. Het putdeksel en de glasscherven hebben zich decennialang koest gehouden, maar naarmate ik ouder word, melden ze zich alsnog aan het toetsenbord. Mijn duim tikt de spatiebalk een stuk langzamer aan dan vroeger. Maar ach,  dat geeft wat meer rust tussen de zinnen door.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com