Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label schommelstoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schommelstoel. Alle posts tonen

maandag 28 september 2026

KOTSMISSELIJK

Over mijn voeten heb ik nog niks geschreven. Van jongs af aan zie ik mijn voeten als een tweeling, een eeneiige tweeling. Nooit heb ik ook maar het minste geringste verschilletje tussen die twee gezien. Vanzelfsprekend wáren die er soms wel. Als ik me bijvoorbeeld had verstapt. Met één verzwikte voet als gevolg.
Ik wéét het gewoon, maar zelfs voor mij en voor iedereen op de hele wereld is het niet mogelijk om aan mijn voeten te zien of ik links of rechts ben. Iedereen kan direct zien dat ik rechts ben als ik foebel. Met links bak ik er geen pepernoot van. Met rechts doe ik een kruimeltje meer.
Op winterse dagen was mijn tweeling ‘van de koukleumerige’. Aan de buitenkant: niks te zien. Soms kreeg ik echter de indruk dat er sprake was van een zekere  rivaliteit tussen die twee. Zo nu en dan: wie van de twee gaat het eerste die schoen in… heel raar… maar veel heftiger ervaarde ik een tweespalt met dat winterse warme badje, waar ze zich fijn in konden opwarmen voor de koude nacht. Als rechts als eerste wilde gaan spetteren, was zijn wil ook wet. Links kreeg dan echt geen voet aan de grond!
Het was een warme dag. Een dag zoals we er de laatste jaren veel hebben ook in het voorjaar al. Vriendin Ada en ik hadden een fijne strandwandeling gemaakt. Ik zat uit te puffen met de bal van mijn vermoeide blote voeten op de rand van de salontafel. Ada, een schat van een meid, zat ook bij te komen, in het geile, iets te strakke voetbalbroekje van haar zoontje en haar iets te ruime bh’tje. Ze zat te schommelen in die grandioze schommelstoel van mij. Op zeker moment, ik was al een beetje aan het wegdommelen, flapte Ada er, zonder erbij te lachen, uit dat ze kotsmisselijk wordt van de aanblik van grote blote voeten. Ik kon gewoonweg niet geloven dat ze meende wat ze zei, maar ik begreep al snel dat ze serieus was geweest. Op zijn zachtst gezegd voelde ik me flink op mijn 'teentjes' getrapt. Ik liet er geen gras over groeien en met een stalen gezicht grapte ik:
"Als ik die kleine tietjes van jou zie, Ada, heb ik altijd de grootst mogelijke moeite om niet in lachen uit te barsten."
Een half jaar later is het nu, de Kerstspulletjes liggen al in de schappen. Nog immer leven Ada en ik op voet van oorlog met elkaar. Ada denkt nog steeds dat ik het meende.
Tsja, wat moet ik daar dan mee? 
Ik koop dit jaar met de Kerst gewoon een paar stevige kaplaarzen voor haar: 'um in zu kotzen'.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



















woensdag 12 april 2023

DAT WAS HEFTIG!

Dat was heftig!

 

Lul maar gewoon tegen me aan. Ik luister wel.

Jij vindt het toch fijn als ik naar je luister.

Je geniet als je ziet dat ik je verhalen verzwelg.

Als ik zelf eens iets vertel kan je zo met van die stralende ogen kijken.

Je luistert even naar me en gaat dan weer verder met jouw kralensnoer van anekdotes.

 

Janwillem zit te snurken in zijn schommelstoel.

‘Ja, ik slik nog maar een pil per dag; dat zal ik mijn hele leven moeten doen.’ 

‘Hé, Janwillem!’

Ze geeft een schop tegen de schommelstoel, Janwillem schrikt zich te pletter. (Gerda lacht gemeen). ‘Hé Janwillem,  jij hebt toch ook een cliënt die bipolair is?

‘Hoeveel pillen slikt die per dag?’

‘Tweeëneenhalf?’

‘Zuipt tie ook zo veel?  Dat mag toch helemaal niet, hè?’ 

‘Is ie nu manisch of depressief?’

‘Ach, dat kan jij helemaal niet weten, Janwillempie, schatje van me  ... want daar is een heuse psychiater voor nodig hè, troelewoepie?' zegt Gerda.

‘Wat hebben Janwillem en  Gerda elkaar nou eigenlijk nog te bieden?’ vraag ik.

Stilte.

Gerda wéét het antwoord wel maar ze geeft het me niet.

Het antwoord is  namelijk: 'Geen klote.'

Als ze nu met hem praat is ze cynisch; de warmte in haar woorden is verdwenen.

Haar koele  zinnen komen niet door Janwillems Muur.

Mensen die van elkaar houden, intens veel van elkaar houden,

voelen, juist wanneer ze níét bij elkaar zijn, die liefde intenser.

 

Zegt Ernie (met zijn bekende nasale stemmetje) tegen Bert:

‘Hé Bert, hoe kan je in Godsnaam van een ander houden,

als je verdikkeme niet eens van jezelf houdt?’

 

‘Ik voelde me gisteren stabiel; totaal onverwachts maakte ik een wip met Gerda. Dat fijne gevoel verdween abrupt toen Janwillem mij plotseling anaal penetreerde. Zomaar, pats, zonder me te waarschuwen ... ineens beng! Gelukkig had ie de zijne goed ingesmeerd, dat dan weer wel ... maar ik ben helemaal niet gewend aan dat soort dingen ... dus dat kwam heel heftig aan ... en omdat Janwillem er na twee keer normaal vragen niet uitging, moest ik hem wel een flinke por met mijn elleboog in zijn ribbenkast verkopen ... ja, toen was het zo gepiept ... nee, ik vond het afschuwelijk!’

 

Als ik mezelf accepteer zoals ik ben,

kan ik ook anderen accepteren zoals ze zijn.

Niets hoeft geforceerd.

 

 Gerda pakt me weer vast en drukt me

 tegen haar (te) dikke warme blote lijf

 Daar zeg ik geen nee tegen: ‘Geen nee’.

 

Aardige jongen, die Janwillem,

Loopt maar te zeiken,

Maar ik weiger hem beslist

die blowjob!

Mijn anus staat nog altijd in de fik.

Janwillem ...  rot op!