De ouderdom komt met
gebreken. Inderdaad. Sinds ik oud ben. Sinds wanneer is dat eigenlijk? Ik zal
voor mijzelf ‘spreken’. Sinds mijn 65e.
Vanmorgen vertelde ik een vriendin, ik weet nog precies hoe ze heet,dat ik mijn rijbewijs verscheurd had. Alweer ruim tien jaar geleden. Dat deed ik, omdat ik na een erg ongeluk met de auto niet meer durfde in te halen of in te voegen met de auto.
Toen viel ik even later bijna van mijn stoel van verbazing. Waarom dan? Omdat ik zei:'Ik durfde niet te accelereren. Accelereren, ja. Ik overtrof mezelf. Me op mijn 76e nog zo'n moeilijk woord te kunnen herinneren. Accelereren!'
Wat ik ook alweer kwam doen in de keuken? Waarom sta ik hier de koelkast in te staren? Heb ik mijn pinpas niet bij me? Ligt mijn OV-chipcard thuis? Ligt m'n boodschappenbriefje nog op de salontafel?
M'n mobiel laten liggen, in
een openbaar toilet, waar ik hem uit mijn achterzak heb gehaald om te voorkomen dat
ie in de wc verdrinkt. Gelukkig ligt ie er meestal nog of was er een eerlijke vinder. Godzijdank.
En ... in potentie is mijn potentie er de laatste tien jaar ook niet bepaald op vooruit gegaan. Had ik ook niet anders verwacht. Het scheelde bovendien dat ik na mijn 70e niemand wat dat betreft heb te hoeven teleurstellen. Dit laatste gebrek is voor zo ver ik weet het enige oudedomsgebrek waarvoor de pharmaceutische (!) industrie geprobeerd heeft een oplossing te vinden:
'Viagra'.
Ik heb het zelf een tijdje gulzig geslikt: mijn geheugen ging er waanzinnig op vooruit. Ik wist Cora, mijn toenmalige partner exact te vertellen hoe lang we 'het' niet gedaan hadden.