Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label perspectief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label perspectief. Alle posts tonen

zondag 19 juli 2026

DE POT. (Het Depôt)

Om op de eerste dag na mijn vakantie thuis te blijven zitten, daar heb ik geen zin in. Iets bijzonders wil ik vandaag zien. Op goed geluk fiets ik daarom naar het Museumpark.  Daar hebben we de Kunsthal en het Depôt (De Pot).

 Ik herinner me nu dat ik een maand terug een expositie zag in de Kunsthal van een Amerikaanse fotografe, Helen Levitt (1913 - 2009), die vrijwel haar hele werkzame leven het alledaagse straatgebeuren in de arme wijken van New York heeft gefotografeerd: spelende kinderen, pratende vrouwen in deuropeningen en intieme momenten. Heel veel foto’s bevat die expositie.

Ik besluit te gaan kijken wat het Depôt te bieden heeft. Daar iep ik vanmiddag langs werk van de  Rotterdamse schilders Charley Toorop en Pyke Koch. Toevallig had ik pas in de krant een artikel over die twee gelezen. Zij waren  bevriend. Ik was stomverbaasd te lezen dat Toorop een communist was en Koch een fascist. Een onmogelijke vriendschap vanuit mijn perspectief.

Daar liep ik in het Depôt nog over te mijmeren toen ik als het ware een kamer in gezogen werd met een tiental fraaie grote schilderijen. Het waren geen werken van een  heel bekende kunstenaar. Dat was het niet wat me daar naar binnentrok. De schilderijen bleken te zijn gemaakt door de voor mij onbekende Rotterdamse kunstenaar Wim van Veldhuizen (1954 - 2025). Wat ik in eerste instantie vluchtig rondkijkend zag waren het allemaal realistische, figuratieve werken. Zonder uitzondering grote, kleurrijke doeken (minimaal 2 bij 2). Boeiend om de nauwkeurige detaillering. Fascinerend ondanks het ontbreken van leven, van beweging in de werken.

Behalve van woonkamers, museumzalen en tuinen heeft van Veldhuizen ook impressies geschilderd van steden. Zijn lievelingsstad was New York. Dat is duidelijk te zien in het Dépôt..

Rotterdam is dus niet zijn lievelingsstad maar als we zijn Rotterdam-werken zien, is dat bijna niet te geloven. Zo subliem zijn deze schilderijen. Dat in zijn Rotterdam-werken  niets op zijn plaats staat, maakt niks uit. Het beeld wordt er alleen maar sterker door.

In een andere ruimte van het Depôt was ’de Pindakaasvloer’  naar een idee van de onlangs overleden mega-kunstenaar Wim T. Schippers opnieuw gelegd. Er draait  in die zaal een video met een interview over ’die vloer’ met Schippers.

Loop dan ook langs bij Van Veldhuizen. Vóór 1 oktober. Ook zeer de moeite waard!

Met de Rotterdampas is het Depôt gratis. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 19 juni 2022

BIERBLIKJE

 Het is bijna half acht ‘s ochtends. Ik ben aan het hardlopen. Trainen voor de marathon. Mijn aandacht wordt getrokken door zo’n groen Heineken blikje onder een bankje langs de Maas. Vannacht heeft natuurlijk iemand op dat bankje relaxed een biertje zitten drinken.  Hij moet zijn handen even vrij hebben … om een sjekkie te draaien of te piesen … ik verzin maar wat … dus zet ie het blikje weg … onder het bankje. Ik moet nog ruim een uur … nu eerst die steile brug hier.

 

Hij heeft vannacht  heel wat biertjes op. De afvalbak naast het bankje zit vol met blikkies. Opeens ziet hij aan de overkant van de Maas, vaag een vrouwspersoon wenken en  wuiven.  Pardoes duikt hij, zonder acht te slaan op de sterke stroming, de rivier in. Hij moet er daar, met zijn kleren aan, zijn ingedoken. Alleen dat blikje Heineken staat daar nog onder die bank. Recht naar de overkant zwemmen kan nooit door die stroming. Hij wordt minstens vijfhonderd meter richting zee gesleurd, voordat hij op de kant kan klauteren …  Het is koud: 5 graden.Celsius. Als hij het redt, is het de alcohol die het hem doet. De vrouw is nog ver weg  … van hem gescheiden door de scheepswerf en een haven. Onvermoeibaar zwaait ze naar hem.

Zijn energie is op. Het koude water werkt verlammend op zijn spieren Hij voelt zich dizzy. Veel erger wordt het niet … de andere oever is bereikt. Hij heeft nu snel hulp nodig. Vlakbij de rivier staan huizen. Het is al  ochtend, tegen acht uur. Hij belt aan bij het eerste hoekhuis. Een grote hond  gaat als een dolle te keer. Boven hem uit het raam vraagt een slaperig mannenhoofd ‘wat of hij mot’. Maar de man uit het raam wil helemaal niet weten ‘wat hij mot’. ‘Oprotten en gauw een beetje of  ik bel ik de politie’. Bij een volgend huis, krijgt hij niet eens de kans om aan te bellen: met een bijl in zijn hand staat de bewoner in de deuropening al klaar om op hem in te hakken.

Bij het zesde huis heeft hij succes. Voor hem staat ‘de wuivende vrouw’; een jaar of vijfendertig, schat hij. Ze heeft een licht doorschijnende, roze nachtpon aan. Haar steile blonde haren reiken net tot op haar schouders. Op haar linkerarm zit een cyperse kat.

   “Wat is er met jou aan de hand?”

   “Ik zit aan de overkant van de rivier, drink een paar biertjes … dan zie ik jou aan de andere kant van de Maas me wenken en naar me zwaaien. Impulsief duik ik de Maas in … en hier ben ik dan. ”

‘Jij bent me een mafkees! Nou eh …  kom dan maar even binnen …  doe die natte kleren gauw uit … dan zal ik een warm bad voor je maken.’

 

Ik ben nog aan het trainen; een half uurtje hooguit.

Dit is nog eens een aangenaam einde van dit ‘bierblikje’ verhaal … althans vanuit het perspectief van die zwemmer. Voor hetzelfde geld verzuipt die man en ligt hij over paar dagen levenloos op het strand … en niet in het minst: wat zou hem nog te wachten staan na dat warme bad? Geen idee.

 

Voor mij zou dit verhaal best eens slecht kunnen aflopen. Die blonde vrouw is toevallig mijn vrouw …  Ik wou dat ik dat bierblikje nooit gezien had. Dan had onder de training dit rare verhaal tenminste niet in mijn hoofd gezeten.