Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label halsbandparkieten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label halsbandparkieten. Alle posts tonen

dinsdag 2 juni 2026

PIKDONKER

Vannacht maakte ik een wandeling door het Kralingse Bos. Ik zit nu, 23.30 uur, op een bankje met uitzicht op de Plas. Aan de overkant van de Plas zie ik de lichten van de Kralingse Plaslaan, de woningen, het verkeer. Links de contouren van de molens.

Over mij heen vliegen halsbandparkieten. Ze gaan te keer alsof ze geslacht gaan worden. Ze overstemmen alle futen, waterkippen, eenden en ganzen.

Eet hier even een mandarijntje. Met verblindend licht sjeest een scooter op me af. De bestuurder is een vrouw: ’Goedenavond, meneer.’ Ze zet haar scooter op de standaard en gaat met haar hele arm, waar ze een vuilnisbakzak om heeft gewikkeld, staan graaien in de afvalbak, vlak naast mijn bankje.  Vier plastic flesjes scoort ze: kassa: 60 cent!  Daar gaat ze: op  naar de volgende ‘goudmijn’.

Het is nu echt pikdonker. Dichte struiken, grote bomen vlak langs het wandelpad. Goed opletten. Ik  zie hier geen reet. Gelukkig niet meer dan 100 meter.

Uitgerekend hier bots ik tegen een figuur op. Schrik me de tering.:

‘Money sir, please?’ Het is een vent. Hoe weet hij nou dat ik  een ‘sir’ ben?

‘O no! No never money I give for you’, stamel ik, ‘do you know why not?’

‘Yes, I know, sir, then I go buy coke.

‘Exactly’. Hoe raak ik die gast kwijt? Hij maakt me ‘un peu nerveux’.

‘I can give you an apple and a mandarino!’ Hij ruikt vast dat ik bang ben.

‘Okay, sir. Give it to me!

Ik duikel de vruchten op uit mijn rugzak.

‘Thanks, sir.’

‘You’re welcome’, lieg ik. Hij stinkt sterk … ui-achtig zweet. Hij laat me verder.

Donkerder wordt het vannacht niet. Ben nu bij het Hertenkamp. Ff mijn laatste mandarijntje oppeuzelen bij de picnic-tafel. Maar er is hier meer aan de hand. Hier wordt door twee heren e liefde bedreven. Geschrokken  van mij  staan ze razendsnel op, ‘fatsoeneren’ hun sportbroekjes en vluchten naar hun fietsen, die even verderop in het gras liggen.

Op zo’n bankje gaan zitten vind ik riskant. Een kwakje zit immers in een klein hoekje. Ik eet mijn mandarijntje liever staande op. Het is nog een dik kwartier van hier naar huis. Maar niet meer in het donker, gelukkig. Alles is   vanaf hier goed verlicht.

Ik heb trek. De benzinepomp aan het eind van de Prinsenlaan blijkt gesloten. Straks thuis een boterhammetje dan maar. Ben eigenlijk best moe. Van de zenuwen, zal wel.

Voor enen zal ik niet in mijn bed liggen.


donderdag 28 april 2022

Driftkikkertje

Rina woont tegenover me. Ik woon op de tweede, zij op de eerste verdieping. Tussen onze woningen zit ongeveer honderd meter: een speelterreintje met wipkippen, een klimgiraf, een zandbak en een  voetbalveldje. Verder nog heel veel rozenstruiken en een paar mooie bomen, kastanjes vooral. Op een dag als vandaag speelt er geen kind. De meesten zijn op vakantie  en de kinderen, die niet op vakantie zijn, zouden wel gek zijn om nu, met dit regenachtige weer buiten te gaan spelen. De enigen die hier spelen zijn de vogels en dan met name die gifgroene halsbandparkieten. Luidruchtig krijsen ze  en vliegen ze van boom tot boom. Sommigen van mijn buren zijn blijkbaar dol op die lawaaischoppers en overvoeren ze met fruit en noten.  Zo komen we natuurlijk nooit van die schreeuwlelijkers af. 

Van kletspraatjes op straat houdt Rina niet. Met haar práát je ook niet. Naar Rina kan je alleen maar luisteren. Ze begroet je en dan is ze pakweg tien minuten aan het woord over haar depressie. Over haar dochter, die net bevallen is van een ( dood) meisje. Over haar zoon, die de hele dag in zijn nest ligt te stinken, omdat hij toch niet aan het werk komt. Over haar mislukte zelfmoordpoging.  Over haar smetvrees en over haar principe, dat ze geen vreemden bij haar over de vloer wil hebben.  

Ik kom zelf net terug van de markt en op zo’n dertig meter zie ik Rina mij tegemoet komen. Ziet ze het zitten om een babbeltje te maken dan zwaait ze al van verre naar me. Nu gaat haar koppie naar beneden. Haar hand zoekt iets in haar jaszak. Haar mobieltje … en ze gaat, wel of niet nep, in gesprek met iemand. Ze wil dus duidelijk niet tegen mij aan lullen vandaag.

Rina werkt als winkelmeisje bij onze slager. Aan mijn zonen, kleuters toen nog, heeft ze vaak gevraagd of ze een stukje wordt lusten. Een vrolijke veel te mollige lieverd. Zo’n type bij wie je het niet kan zien of ze nu wel of niet zwanger is. Iedereen is dan ook stomverbaasd als er ineens een kleine Kevin is, haar zoon. Wat een schatje, echt zo’n lief, zachtaardig mannetje. Zo een  maak je maar zelden mee. Hoewel … een driftkikkertje is hij ook wel af en toe.

Jaren later lees ik in de krant dat ene K. van K., 15 jaar oud, in onze winkelstraat iemand heeft doodgeschoten. Heeft met een drugsdeal te maken. Mijn oudste zoon, die van Kevins leeftijd is, weet dat K. van K. Kevin van Kralingen is. Rina’s zoon. Het zal je kind maar wezen. Drie jaar moet hij de bak in; jeugddetentie. Hij is nu net weer een half jaartje vrij.  Dag in dag uit, ligt hij nu, bij zijn moeder thuis, in zijn nest,  bang te wezen voor wraak. 

Rina kan het niet bolwerken. Ze gaat slaappillen verzamelen. Ze wil het leven niet de kans  geven haar nog meer ellende aan te doen. Slikt een te grote hoeveelheid pillen. Haar jongste kind, dochter Leana, moet geen halve minuut later thuiskomen. Terwijl haar maag wordt leeggepompt komt Rina godzijdank al weer  bij haar positieven. Dan schaamt ze zich zo.  De eerste uren is het alleen maar huilen: ‘Wat ben ik toch voor een moeder…’

Als oma lijkt ze wat te willen goed maken. Elke maandagochtend slooft ze zich uit. Dan bezoekt ze het grafje van haar doodgeboren kleindochter. Daar brengt ze een bloemetje en brandt  ze een kaarsje.