Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label wegpletteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wegpletteren. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

PRAATJESMAKER.

Het is werkelijk een heerlijke plek op mijn balkon. Het is 14.00 uur. Ik zit daar nu met mijn laptop op schoot dit verhaaltje te tikken. Het verhaaltje  dat nu nog lang geen verhaaltje is. Er staat een licht verkoelend briesje dat vrij simpel de hitte van de juist nu zo krachtige zon weet te verdrijven.  

Ik heb een plannetje gemaakt voor vandaag: Vanavond eet ik lekker spaghetti. Gisteren heb ik de ingevroren spaghetti-prut alvast uit de vriezer gehaald. Dan ga ik naar de gym en vervolgens een uurtje wandelen met Heleen en d’r hondje. Dan Franse les en ’s avonds naar de bios. Een film over ‘inburgering’. Die lijkt me heel zinnig.

In de soep loopt dit programmaatje niet echt maar zoals ik het bedacht had loopt het niet. Het moet bij mij niet alleen  ‘op rolletjes’ gaan, maar ook gestructureerd. Dan begint het al ’s ochtends om 8.02 uur dat mijn buurvrouw, ook zijnde mijn aangenomen zuster mij vraagt om straks (om 18.00 uur) pasta bij haar te komen eten. Er zijn ergere dingen natuurlijk. Dus: ‘Graag’ zeg ik want M. kookt best lekker. Maar als ik met mijn sporttasje op weg ben naar de sportschool …  het is om 9.00 uur  al bloedheet,  bedenk ik me, dat mijn spaghettiprutje staat te ontdooien in de koelkast. Ik had dus neen moeten zeggen tegen M. Nu kan ik mijn prutje wegpletteren … d’r zit rundgehakt in.

Op de sportschool loop ik Erney tegen het lijf. Hij werkt daar in het restaurant. Hij is een oud taalleerling van mij.

‘Alles goed?’vraagt hij mij.

‘Bijna alles ‘ is mijn cliché antwoord.

Ik zeg Erney dat ik last heb van een blaartje onder mijn linker-kleine-teen. Gevolg van een pittige strandwandeling in het weekend.

 Over de wandeling met Heleen kan ik kort zijn: ‘Perfect’. We hadden het over van alles en nog wat maar daar ga ik niet over schrijven, want dat is privé. Maar … niet privé is ‘het praatje’ dat in ‘onze flat’ de ronde doet.

 Dat hoor ik van Heleen: '... dat ik niet goed genoeg zou zijn om hier in onze flat taalles te gaan geven’. Van wie dat ‘praatje’ komt wilde Heleen me niet zeggen. Dat snap ik wel.

Die taallessen geef ik in het Rotterdamse nu al bijna 20 jaar. Het zou best goed zijn als zoiets ook in onze flat zou gebeuren. Of ik dat nou doe of een ander dat maakt natuurlijk geen reet uit (op zijn Rotterdams gezegd). 

Zou het iets zijn voor die 'praatjesmaker of -maakster?' Of toch juist niet?