Die rat is toch ook morsdood? Dat
kan haast niet anders! Ik dacht dat ik alles nu wel gehad had. Toen ik wakker werd
lag ik op mijn mooirooie kringloopcanapé in mijn tweekamerappartement. Daarop
had ik, weet ik veel hoelang, liggen pitten.
Maar ... niet uitsluitend in
mijn sláápkamer, want ik werd daarnet wel klaarwakker op mijn lievelingscanapé in de
woonkamer. Misschien heb ik ook nog wel liggen meuren in de keuken, het
halletje of de badkamer. Daar kan ik niks over meedelen want daar staat alles nog op
zijn plaats. Mijn dekbed heb ik naar de canapé gesleept.
Boven en onder mijn appartement
zijn precies dezelfde woningen, die zijn niet van mij, maar van mijn
buren. Die zijn vannacht gevlucht voor de explosie in mijn droom.
In mijn droom werden al mijn oorlellen afgerukt door de kracht van de atoombom, die net was geland in mijn nek. Ik kon springen wat ik wou maar de bom bleef daar, net achter de Euromast hangen. Op mijn buik lag nog steeds dat aviertje met een stukkie er op 'getiteld' 'eenzaam maar niet alleen.
Die rat blijkt toch nog te leven. Hij springt op m’n schouder en schrokt mijn oorlellen in no time naar binnen. Ik ben gelijk in paniek: ga voor ik ze kwijt ben, gelijk lopen zoeken naar mijn sleutelbos, mijn bankpas en OV-chipcard. Gelijk controleer ik ook of mijn gulp wel dicht zit. ...waar maak ik me in Jezusnaam druk om?
Ik ga mijn hoofd onder de keukenkraan houden en zwier mijn natte haren droog door mijn hoofd hard heen en weer te schudden. Ook hard stoot ik mijn hoofd pijnlijk tegen de kraan, tot bloedens toe.
Ik bet die hoofdwond met keukenpapier en pak een flesje Spa Rood om de wond schoon te spoelen. Pleistertje d’r op. Klaar is Kees. Met een slokje Spa smeer ik mijn droge strot. Jezus, wat had ik een dorst, alsof ik een dooie rat had gegeten.
Nog ff lekker op mijn lievelingssofa, het flesje Spa leeg drinken, stukjes belegen 30-plus kaas, beetje mosterd erbij. (Mmmmm). Heb ik eindelijk de tijd om dat aviertje te lezen ‘eenzaam maar niet alleen’.