Naar bed naar bed zegt Duimelot. Eenmaal in bed kan hij niet slapen .... duimpje is kapot. Gebroken op het bot. Hij kan best schaapjes tellen. Dat is al te zot. Dan liever bidden tot God.
Eerst nog wat eten zei Likkepot, terwijl hij, gulzig zit te likken vlak naast hongerige Duimelot. Likken doe ik liever met de tong. Meer en meer wordt deze vinger Peuteraar genoemd. Peuteren aan neus, oor, kleine puistjes, jeukende korstjes en oneffenheidjes op de leuning van de bank.
Waar moet ik dat halen vraagt Lange Jan. Dezer dagen is Lange Jan niet alleen lang. Hij is een hork en voor de duvel nog niet bang. Lange Jan oordeelt meedogenloos. Vernietigt in één vloeiende beweging. Met die kaarsechte Lange. Die twee aan weerskanten, gaan bangelijk, diep buigend door het stof bij zijn giftige: 'fuck-off'.
In grootmoeders kastje, zegt Ringeling. Hij weet precies wat daar voor Likkepot te halen valt. Zou het likbaars zijn? Ringeling is zielig. Gewond door oma's vallend kastje. Op Ringeling. Zijn nagel laat los boven een gemeen zwerende verwonding.
'Dat zal ik verklappen,' zegt het kleine ding Het kleine ding heeft helemaal niks in huis om wat dan ook te verklappen. Niks. 't Is een klein dingetje, 't stelt niks voor ... een klein, krom getrokken, weer rechtgetokken en wederom ,,, jazeker wederom een kromtrekkend klein dingetje. Ik bedoel maar: dank zij Dupuytren zie ik er uit zoals jij me ken.
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com