Midden in de nacht flos ik een kroon van een kies. Om klokslag negen uur bel ik Jürgen, mijn tandarts.
"Ik ben een weekje op vakantie," meldt hij. Dat wordt dus de spoedeisende hulp op de EUR. Om tien voor half twaalf moet ik er zijn, om twaalf uur mag ik plaatsnemen op de tandartsstoel.
In de wachtkamer van de EUR word ik gebeld door mijn huisarts. Twee dagen terug was ik nog bij haar. Ik wilde toen een spoedverwijzing naar de oogarts voor een bloedend oog en dubbelzien. De huisarts belde met het oogziekenhuis, maar daar vonden 'ze' mij blijkbaar niet erg genoeg voor een spoedje. Mijn huisarts ging daar gretig mee akkoord, met als resultaat een afspraak pas vijf dagen later. Godverdomme! Ik verweet haar dat ze niet goed voor me opkwam. Ik kon dat daar niet, in haar spreekkamer. Ze besefte echt niet hoe dat dubbelzien me beperkt: lezen en schrijven vormen tachtig procent van mijn leven. Ik vertrok en wierp haar verwijtend toe: "Thank you for nothing."
Mijn huisarts moet in het weekend niet lekker geslapen hebben. Ze belt me vandaag, maandag dus, terwijl ik bij de EUR zit. Ze meldt me dat ze nu toch wél een spoedje heeft aangevraagd. Niet bij de oogarts, maar bij de neuroloog! Zij heeft het licht gezien en legt nu een verband tussen mijn neurologische problemen en het dubbelzien. Bij die neuroloog stond de afspraak eerst schandelijk ver weg, op 8 januari. De huisarts meldt dat ze gaat proberen de boel te bespoedigen. Ik hoor nog van haar.
Ondertussen zijn drie spoedhulpverleners op de EUR verwoed bezig mijn kroon te herplaatsen. Jürgen heeft pakweg drieënhalve minuut werk aan zo’n klusje. In een vloek en een zucht heeft hij die 65 euro die daarvoor staat in de knip. Deze spoeddames hebben daarentegen erg veel onhandigheid. Ik voel hun bestek op plekken in mijn mond waar nooit eerder een spiegeltje heeft gespiegeld, laat staan een haakje heeft gehaakt. Na een halfuurtje vruchteloos lijmen, stampen, duwen, zuigen en polijsten treedt een vierde dame de behandelruimte binnen. Voor haar is dit een makkie. Zij herplaatst al neuriënd de kroon, alsof het een fluitje van een cent is.
Ik ben weer thuis. Ik sta op het punt om inkopen te doen voor mijn avondeten. Nasi wordt het.
De telefoon gaat. Neurologie IJsselland.
"Morgenochtend tien uur! Komt u dan?"
"Zeker!"
"Morgenochtend tien uur! Komt u dan?"
"Zeker!"
Ik doe het niet zo gauw, mijn onvrede uiten naar een zorgverlener. Maar mijn "Thank you for nothing" heeft toch best wel wat geholpen.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com