Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label zeiknatte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeiknatte. Alle posts tonen

zondag 13 september 2026

EEN GAT IN DE LUCHT.

EEN GAT IN DE LUCHT 


Mijn broer John is vandaag jarig. Hij is zestig geworden. Gisteravond had hij familie, vrienden en (oud-)collega's uitgenodigd voor zijn feestje, in een héél gezellig queer café in Hilversum. 


Voor mij was dit het eerste alcoholloze feestje. Sinds 1 juli jl. ben ik geheelonthouder. Grappig, want van onthouden komt bij mij, gewoon vanzelf, tegenwoordig bijna niks meer terecht. Maar dit terzijde. Ik was er van 20.00 uur tot 24.00 uur en dronk acht Spa Roodjes en nou komt het: ik moest de hele avond niet één keer plassen. Pas in de auto, terug naar Rotterdam klapte ik zowat. Chauffeur Nel was niet te porren voor een plasstop. Een niet denkbeeldige, zeiknatte achterbank nam zij doodleuk voor lief. 


Mijn cadeau voor John was twee T-shirtjes. Met plat Rotterdamse praat d’r op: 'Ik sjouwt me de tering' en 'Ik schrikt me de pleuris'. John kraaide van plezier. 


John was weliswaar jarig maar ook ik werd ongewild een beetje het middelpunt. Familieleden hadden mijn column gelezen over m’n klapvoet. Zij wilden het naadje van de kous weten. Naast enige bezorgdheid, werd er de draak gestoken met mijn euvel. Grote hilariteit over flauwiteiten als mijn applaudisserende, soms ook exploderende voet. Zelf vond ik m’n eigen ‘klapkut’ wel lollig. Enkelen, vrouwen vooral, reageerden met: "Ohhhh." 


Ik had er geen trek in om de hele avond over m’n klapvoet te praten. Onttrok me aan m’n familie. Beetje rondbabbelen en zo nu en dan een dansje. Zonder dat ik het wist had ik korte tijd een echt aangenaam gesprekje, met een ex van John. Deze vrouw met wie hij ongeveer drie jaar terug, vrij kort, een latrelatie had, had hij nooit aan mij voorgesteld. Ik wist alleen dat hij met ‘Nanda’ was. Toen wij even lekker relaxed aan het swingen waren, vroeg ik haar hoe ze heette. "Nanda," zei ze. Pas toen ging er een lichtje branden. 


Kort voor we naar Rotterdam reden… héél spannend… vraag ik aan Nanda, ik vind haar leuk, ik wil haar beter leren kennen:

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nanda?"

Zonder dralen zegt zij:

"Ja."

Ik kon wel een gat in de lucht springen. 


Ik stond bijtijds met beide benen op de grond en in de buurt van mijn mobieltje, toen Nanda me vanmiddag belde.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 11 april 2023

EEN SLAAPWANDELING.

Een slaapwandeling.

Ik maak nooit wat mee maar een half jaartje terug stond ik opeens buiten in de nacht.  Alle huizen waren duister.  Kousen en schoenen, die heb ik niet aan. Koude, natte voeten. Geluiden? Neen,  geluiden hoor ik niet. Geen auto, geen vogel,  geen vliegtuig en de bomen ruisen niet. Het is windstil.

Dwalend in mijn zeiknatte pyjama. Mijn rechter schouder herstellend van een breuk. Elk stapje doet me pijn. Wat doe ik hier? Waar ben ik dan?  Wie bracht mij hier naar toe?  Hoe ben ik hier gekomen? De weg hierheen ken ik niet.

Ik draaide me, ter oriëntatie, om mijn as. Vaag meende ik het huis van een oude vriend te ontwaren. Zie een fietspad, roze, als alle fietspaden hier. Een brede sloot, belicht door wat lantaarnpalen. Zwijgzaam kabbelende zwanen. Meerkoetjes, ganzen en eenden in de sloot.

Ik woon hier pas. Herken nog geen straat, geen gebouw, geen boom, geen struik. Dit hier, een school? Ik kan de letters niet goed lezen. Mijn leesbril is thuis.

Het miezert. Daar word je het natst van. Geluid ...  Achter me komt een auto aan. Geen idee waar ik ben. Maak het ‘liftgebaar’. Misschien neemt  ie me mee. Mijn adres weet ik: Omniumakker 195, Rotterdam. Misschien weet die bestuurder, beter dan ik, waar dat adres te vinden is. Maar hij rijdt loeihard langs me heen.  Dwars door een grote plas. ’t Water spat tegen me op. Dat kan er ook nog wel bij. De automobilist toetert, twee keer.

Hoe laat zou het zijn? Zo te zien slaapt iedereen nog. Nergens brandt licht. Maar slapen ze nog maar net? Of gaat de wekker al bijna af? Zon, maan en sterren, zie ik niet. Daarvoor is het te bewolkt.

Deze wandeling kent zijn weg niet hier naar toe.

Ik woon hier pas. De naam van deze straat is met witte letters te lezen op een blauw bord: Brederodestraat. Mijn straat komt hier op uit. Met mijn grote blote voeten voel ik scherpe, harde, weke, vieze  dingetjes op de stoep. Mijn mond is droog van ’t in mezelf praten. Ik les mijn dorst; lopend, met open mond. De regen is zout.

Dan herken ik de straat. Met mijn flatgebouw.  Alleen … ik kan er niet in. M’n lichaam is met niets op pad gegaan. Zich nergens van bewust. De deur sluit. M’n geest sliep.  Liet mijn lichaam met morphine begaan.

Mijn slaapdronken geest vult mijn natte, koude lichaam en leidt me terug. Tot hier voor de deur. Ik bel aan bij buurbrouw An. Nors klinkt ze door de intercom: ‘Ja, Wàt!?’

‘Ik ben het, Jos. Mijn sleutels vergeten, An’.  Wilt je open doen?’

‘Weet je wel hoe laat het is??’ krijst  An.

‘Nee!’ Geen idee.

‘Half vier!’ en ze doet open.

Door haar huis. Via haar balkon klim ik (met de gebroken schouder)naar mijn balkon. De achterdeur  goddank niet op slot. Nu zie ik ook: mijn eigen voordeur staat nog wagenwijd open.

Een warme douche en dan is er de angst voor het weer slapen gaan, want ….



En nu nog even een gedicht. Het gaat natuurlijk over slaapwandelen. Slaapwandelen is een alom bekende wandeling die iemand maakt in zijn slaap, waarbij zijn lichaam zich zonder zijn geest uit bed beweegt.

Maar een slaapwandeling kan ook gelezen worden als een wandeling die je met iemand maakt in je droom, zoals in het gedicht van Gerrit Achterberg..

 

Slaapwandeling

 

Ik heb vannacht met u gewandeld

In de doove lanen van de slaap,

En nu het morgen is geworden

Is er niets veranderd,

Dan dat die twee, die in de nacht tesaam,

Volkomen bij elkander waren,

Mij weer alleen gelaten hebben in de morgen,

En samen verder zijn gegaan.