Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label vlot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlot. Alle posts tonen

vrijdag 30 oktober 2026

LEVENSLANG (deel 2)

 LEVENSLANG — DEEL 2

Ik had helemaal geen zin om me druk te maken om dat ventje.
"Ach mam, dat knulletje komt heus wel weer boven water," zei ik… oeps! Dàt had ik beter niet kunnen zeggen, want mijn moeder gooide een klosje garen naar mijn hoofd. Raak!
"Houd je een beetje in, snotneus!"
Het duurde toen toch nog tien dagen eer Antoine D. levenloos werd aangetroffen op nog geen vijfhonderd meter van het Jodocus-College. Misbruikt en gewurgd. Heel slinks had de moordenaar het knulletje begraven in het Park… in dicht struikgewas, vlak bij het standbeeld van de Rotterdamse dichter Tollens.
De aanwezigheid van vrijwel alle leerlingen en leraren van het Jodocus moet een grote steun zijn geweest voor Duus. Een geknakt man stond achter het kleine, witte kistje dat weldra ter aarde besteld zou worden. De vrouw aan zijn zijde, klein, stevig en kordaat ogend (zijn vrouw?), moest Duus er met alle kracht van weerhouden zich op het kistje te werpen.
Pas vier maanden later kwam een tip binnen die leidde tot de aanhouding van Lucas H., kappersbediende van kapsalon "Gedekt!?". De kapsalon staat op een steenworp afstand van de vindplaats van de kleine Antoine.
Een inmiddels al wat oudere ex-klant herinnerde zich de kapper van "Gedekt?". De klant, toen nog zeer jeugdig, was tijdens een knipbeurt onzedelijk betast door Lucas H. Zijn toenmalige klantje was door H. bij zijn kruis gevat. Dat kwam later in bedekte termen via de rechtbankverslagen naar buiten. Veertien jaar kreeg Lucas H., die vlot bekende.
Duus hebben we nooit meer gezien. Hij kreeg levenslang.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 22 november 2022

IN HET RAAM VAN DE OVERBUREN.

Ook ik heb familie op Zuid. Op de Dalweg, vlakbij de Kuip: Tante Maud, oom Wout, nicht Lies (13)  en neef Cees (11).

Honderd procent in orde kan Cees niet zijn. Cees, hij is twee keer blijven zitten op de lagere school: in de eerste en in de derde klas. Hij is niet zo vlot. Hoe het komt weet ik niet. Bij zijn geboorte is alles goed gegaan, voor zo ver ik weet. Hij is niet erg ziek geweest. Geen ongeluk gehad, onder een auto gekomen of hard tegen een muur aangelopen, neen niets van dat al. Zijn ouders zijn ook schatten van mensen.  Van zijn moeder, de veel te dikke tante Maud, een zus van mijn vader, ja, van haar kan ik me nog wel voorstellen, dat ze af en toe eens een mep uitdeelt. Maar ook weer niet zo heel erg hard. Ik heb wel eens gelogeerd bij hen. Ze is heel aardig. Oom Wout ook. Leuk hé, eigenlijk: tante Maud en oom Wout. Dat verzin je toch niet. Wel leuk als ooms en tantes op elkaar rijmen. 

Oom Wout praat  niet alleen langzaam, hij doet in feite alles traag. Eigenlijk moet ik zeggen 'rustig' …  alles op zijn dooie akkertje. In de tijd dat Oom Wout een shagje draait heb ik er al drie opgerookt, zoiets. Een ontspannen mens, dat dan weer wel. Ik heb die man ook nooit boos gezien.

Hij, tante Maud, Cees en Trees (de oudste, hun dochter), hebben de gewoonte om zondags fietstochtjes te maken. Nu eens naar opa en oma, dan eens naar tante Riek of oom Koos, dan weer naar ons. Of liever gezegd , naar mijn moeder, want mijn vader vaart, die is toch nooit thuis … ’piep’ zei de muis……

Omdat we arm zijn, hebben we  zelf al zowat niks te drinken (ja … water!) of te eten (ja … droog brood) … laat staan wat voor de visite. Natuurlijk komen ze maar met één doel: eten, drinken en dan weer terug fietsen naar de Dalweg. Daar hebben ze volop te eten liggen, want oom Wout verdient goed in de haven.

Als we de deur voor ze open doen, dan horen we, neef Cees voorop: ‘Hallo tante Da (mijn moeder),  ik heb zo’n honger tante Da.’

‘Hallo tante Da,  ik heb zo’n dorst, zegt nathals, nicht Trees.  

‘Ja, ik heb óók dorst tante Da,’ zegt Cees er dan vlug achteraan.

0om Wout en tante Maud, zeggen helemaal niks maar ik kan aan hun ogen goed zien dat ze geen nee zullen zeggen, als hun iets drink- of eetbaars wordt aangeboden. Als ze dan weer ophoepelen is al ons eten en drinken op.

En dan zegt Cees ook nog: ‘Tanta Da …’ hij wrijft over zijn slappe buik … ‘ik heb nog steeds een beetje honger…’

Ik heb het er later nog wel eens met mijn moeder over. Ze vertelde me dat ze op zo’n moment heel veel zin had om Cees de trap af te schoppen … zoiets zal ze in het echt natuurlijk nooit doen. 

Toevallig ontdekken we, dat het woonkamerraam van de overburen onze voordeur weerspiegelt. Zo kunnen we, vanuit mijn slaapkamer, altijd precies zien wie er bij ons aanbelt. Sindsdien hebben we nooit meer voor hen open gedaan.