Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label lullig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lullig. Alle posts tonen

zaterdag 7 februari 2026

ELF JAAR EERDER (9) BIEB.

Het is maandag, één uur in de middag en hartstikke druk voor de ingang van de bieb. De toegangsdeur gaat weldra open. Op andere dagen opent de bieb om tien uur ’s ochtends. ’s Ochtends staan er ook wel wat mensen te wachten tot ze naar binnen mogen maar dat zijn er niet zo veel.

Nu, op deze maandag, staan tientallen mensen, bijna te trappelen van ongeduld om naar binnen te mogen. Wat de wachtenden vandaag extra onrustig maakt is het slechte weer: koud en nat.

Ik moet zelf ook nog tien minuten wachten. Op de bovenste verdieping van de bieb heb ik een werkruimte gereserveerd voor mij en de dertig jarige Poolse Irina. Ik geef Nederlandse les aan haar. Zij is er nog niet. Het is nog vroeg.

Helemaal vooraan,  staan, bijna tegen de deur aangeplakt, veel studentikoze types. Ze staan startklaar voor de race om de beste studeerplekjes op de vijfde en zesde verdieping.  
Natuurlijk zijn er ook behoorlijk wat mensen, die alleen maar een boek komen terugbrengen en een nieuw boek gaan lenen. Die staan meestal niet zo te dringen, die staan op enkele tientallen meters afstand toe te kijken, wachten rustig af tot de deur opengaat en de grootste drukte weg is.

Voor sommige mensen, die hier staan te wachten is de bieb, in herfst en winter,  een uitkomst pur sang. Daklozen bijvoorbeeld, zij vinden hier warmte en onderdak, pakken nu hier eens een foldertje dan weer daar een boek. Ze lezen, kijken tv of computeren wat. De hele tijd op één plek ‘hangen’ mogen ze immers niet. Doen ze dat toch dan worden ze er uit uitgestuurd. Daarom ook liften of roltrappen ze van de ene naar de andere verdieping, totdat het om zeven uur ’s avonds tijd wordt om wat te eten en naar de nachtopvang te gaan.

Dan zie ik Leen; hij ziet mij ook. We kennen elkaar van de sportschool en van het IFFR (het  internationale filmfestival van Rotterdam). Leen is een goed geconserveerde zeventiger. Vijfenzeventig jaar moet hij inmiddels zijn. Hij lijkt wel zestig; gebruinde kop, geen rimpeltje te zien, slank. We hebben een paar jaar samen op de sportschool gespind: … heel hard gefietst maar geen meter vooruitgekomen.  Leen is toen van de ene op de andere dag naar een andere sportschool gegaan, zonder afscheid te nemen. Dat vond ik wel een beetje lullig van hem…. dat zeg ik hem ook …. kan die ook best wel inkomen.

Leen en ik hebben ook een paar jaar als vrijwilliger gewerkt voor h
et IFFR. We waren ‘zaalwacht’ , controleur van de toegangskaartjes. Dat gaat Leen in januari 2015 weer doen. Ik niet meer,  ... ik ga alleen nog maar naar films kijken.
Leen wil nog wel even aan me kwijt dat hij hier niet is gekomen om boeken te lenen. Zijn zoon heeft hem gevraagd wat boeken terug te brengen. Zelf is hij niet zo’n lezer.
‘Wat kom jij hier eigenlijk doen?’ vraagt hij aan mij.
‘Nou,’ zeg ik, ’ik geef Nederlandse les aan ... aan háár.’ Ik wijs naar de kleine Irina, die, geheel gekleed in het blauw, lachend naar ons toe loopt.
‘Zoooo, leuke vrouw!’ zegt Leen en hij verdwijnt met die grote groep de bieb in.

 Irina en ik geven elkaar een handje: ‘Altijd zó druk hier!’ zegt ze.

zondag 27 april 2025

DE BRAVELOODS.

 

Ik had graag op koningsdag een leuk hoedje gekocht bij een marktkraampje. Er was werkelijk zo veel fraais te koop, van reversspeldjes tot bruidsjurken. Maar géén leuke hoedjes. Ik  heb hard zo’n hoofddekseltje nodig, omdat ik geen haardos meer heb liggen, die mij beschermt tegen zonnebrand. In de Braveloods lees ik een artikel, waarin staat dat de dichtstbijzijnde kringloopwinkel: Opnieuw & Co vandaag geopend is. 

Zondags tussen negen en één, maak ik mijn huis en mijn lijf schoon. Ik ben daar pas om een uur of twee. Ook dààr volop van alles en nog wat maar wederom geen leuk hoedje. Sterker: er is zelfs niet eens een vervelend of lullig hoedje te koop. Niks geen hoedjes!

Er staat nog wel wat anders op het programma vandaag. In die zelfde goed-nieuws-krant, de Braveloods, wordt gemeld dat Tuincentrum Zwinkels vandaag open is. Dat komt mij goed uit, want dat tuincentrum is vijf kilometer fietsen bij mij vandaan. Al geruime tijd heb ik een ‘grote-plant-wens’ voor op mijn balkon. Een robuuste plant, die krachtig in de aarde staat te midden van de o, zo kwetsbare kleine balkonpotjes.

Lang zoeken hoef ik niet. Als ik van mijn fiets afstap, zie ik uit mijn linkerooghoek twee potten-verzamelingen. Zwarte potten met kleine oleanders en zwarte potten met grote oleanders. Ik kocht de kleine variant. 1 Meter hoog. 35 euro. Die grote past sowieso niet in m’n fietstas. Fietsen met m’n nieuwe plant lukt helemaal niet.  Ruim één uur lopen is het  (met de fiets aan de hand) naar huis. Doodvermoeiend.

Maar wat staat hij strak en stoer op mijn balkon. De tien geraniumpjes zijn niet allemaal zo blij met hem. Kleine potplantjes communiceren niet zo makkelijk en vrijuit  met oleanders. Van één van hen, duidelijk een brutaaltje, hoor ik, dat het overige kleine grut in hem een premature ijsheilige ziet, wat ijskoud betekent dat hun laatste uurtje geslagen heeft. Probeer dat dan maar eens uit die kleine potjes te praten.

Half zes. Ik ben op tijd klaar om voor de tv neer te ploffen: de kampioenswedstrijd van Liverpool. dat is de club van mijn in die stad geboren vriend Derck. Zijn kluppie wint met 5 – 1 en is kampioen van Engeland. Ik bel Derck meteen op, feliciteer hem en zing ‘You ‘ll never walk alone’. Dat laatste had voor hem niet zo gehoeven.  

woensdag 11 december 2024

VAREN.

Bijna huilend komt Wim, mijn buurman, 84 jaar oud, me vragen of ik hem wil helpen. Z’n internet en telefoon doen het niet. Hij kan niemand bereiken èn … hij is nog snotverkouden ook. Hij grijpt direct naar zijn zakdoek en snuit luid en duidelijk zijn neus. Nee, hij is geen aansteller. Aan zijn snuiten te horen is hij goed ziek. Het is triest. Ik wil hem wel helpen maar dat kan niet. Ik sta op het punt om weg te gaan. Straks staat mijn vriend Karel voor de deur. Ik zeg: ‘Sorry, ik heb geen tijd, Wim’. Zo kènt hij mij niet en zó ken ik mezelf niet. Niemand kent me zo. Dat ik zó resoluut ‘neen’ zeg. Maar het kan nu echt niet anders.


‘Ken je misschien iemand anders die me kan helpen, Jos?’
‘Neen’. Ik heb er nu geen zin om er zelfs maar een seconde over na te denken. Ik heb mijn jas, mijn handschoenen al aan en mijn pet op. Klaar om de deur uit te stappen.
‘Hoe laat ben je weer thuis, Jos’, denk je?.
‘Dat kan heel laat worden. Een uur of tien vanavond. Mijn vriend gaat voor ons koken’.

‘Oh, lekker’.
‘Zeker, Wim’.

Ik moet de buurman eerst met zachte drang naar buiten duwen om zelf mijn voordeur uit te kunnen’.

‘Nou, toch nog bedankt, Jos’, zegt hij hoestend en proestend. ‘Dan ga ik maar op zoek naar iemand anders’.

Het klinkt allemaal wel heel lullig … en het ìs ook lullig maar het kan nu eenmaal niet anders. Ik kan Karel, mijn vriend, toch niet beneden in de kou op zijn fietsje laten wachten tot ik wat geregeld heb voor Wim zijn telefoon. Bovendien, we moeten om precies twee uur op de boot naar Dordt zitten. Die gaat echt niet op ons wachten. De volgende boot komt pas een kwartier later.

Om kwart voor drie zijn we er. Karel en ik zouden een korte wandeling maken in Dordt. Kerstsfeer proeven. Ook al is het nog volop daglicht, de feestverlichting is overal aan. Ons valt op dat in de grote winkelstraat vele speciaalzaken zijn verdwenen. Nu telen hiervoor in de plaats kringloopwinkeltjes wierig. Karel, die gek is op die winkeltjes komt dus volop aan zijn trekken. Hij weet zich vandaag prima in te houden, die koopverslaafde. Zijn hele huis ligt tòch al bezaaid met zaklantaarntjes in alle soorten, kleuren en maten.

Het enige waar Karel deze middag geld aan uitgeeft is warme chocolademelk met een grote kwak slagroom voor zichzelf en een lekker Belgisch biertje voor mij … mijn verslaving …

donderdag 3 augustus 2023

FIJNE GOZER.

 Ik lees in de krant:

‘De 27 jarige R. van S. is veroordeeld tot vier jaar cel, voor een gewelddadige roofoverval op 23 mei jl. in een woning in Rotterdam Hoogvliet. Van de bewoners werd de 83-jarige man zwaar letsel toegebracht;  zijn 85 jarige echtgenote werd in geknevelde toestand in de woning achtergelaten. Bij deze brute roofoverval werd  7,50 euro buit gemaakt.’

‘Wat een hufter,’ denk ik, ’zo veel ellende aanrichten  voor  7,50 euro’. Mijn buurvrouw vertelt me, dat die laffe daad door Robert is gepleegd, R. van S. dat is Rob ...bij ons uit de buurt.

Hoe kan zo’n leuke vent zoiets flikken? Onbegrijpelijk. Op klaarlichte dag berooft hij weerloze oudjes van zo’n lullig bedrag.

Of ik ben naïef ... of het komt, omdat ik hier nog niet zo lang woon ... of beide …  maar ik vind hem wel een gezellige gozer … we praten wel zo eens over de buurt …hij vindt de buurt achteruitgaan met al die buitenlanders. We hebben het over zijn hond, over zijn werk (hij is kunstenaar), over Feyenoord enzovoorts ... maar nu pas, krijg ik ook wat te horen over de duistere kant van Rob. ’t Is ècht geen brave. Mijn buurvrouw licht het deksel van de beerput: berovingen, inbraken, zakkenrollerij… en als hijzelf in het nauw wordt gedreven, stuurt  hij zijn pitbull, op zijn belagers af. Hij heeft er ook al een paar taakstraffen op zitten. De spanning zou hij niet kunnen missen … want voor het geld hoeft hij niet te doen. Hier staat Rob, behalve als ‘een moederkindje’  alleen bekend als de fijngevoelige artiest: hij schildert en tekent. In zijn atelier en zijn galerie manifesteert hij zich als de aimabele, sociale kunstenaar, die leuk kan vertellen over zijn werk … ook aan groepen kinderen.  Hij doet het goed en sinds een jaar of drie vindt zijn werk, vooral zijn tekeningen, gretig aftrek, vooralsnog alleen in Nederland.

Zijn politieke voorkeur steekt hij niet onder stoelen of banken: de PVV van Wilders. Dat valt  me dan van hem tegen. Hij heeft het niet op moslims. Hij vindt die ‘geitenneukers’, zoals hij ze noemt, te opdringerig: ‘Ze dwingen ons, hùn cultuur over te nemen en dat vind ik te ver gaan,’ heb ik hem wel eens  horen zeggen. Hij heeft er  geen bezwaar tegen dat moslims geen varkensvlees eten of dat  hun vrouwen alleen met een hoofddoekje de straat op mogen: ‘dat moeten ze zelf weten maar ze moeten ons, Nederlanders, die kant niet op dwingen. En dat doen ze nu juist wel!’ vindt hij.

Op één punt is Rob het helemaal met moslims eens: ‘homo’s’ … net als moslims moet ook hij niks van homo’s weten. ‘Strontneukers’, zo noemt Rob  homo’s. Diezelfde buurvrouw weet ook dat ie soms aan het ‘poten rammen’ mee doet. In het Kralingse Bos. Homo’s worden daar op de zogenaamde afwerkplek neergeknuppeld door een groep rammers. Ook zijn pitbull laat hij daaraan meedoen. Bruut!

Raar maar waar: voor ma van S. is Robert van S. de liefste jongen van de hele wereld.