Ik moet oppassen geen alcoholist te worden. Dat heb ik in mijn leven wel vaker zo gevoeld. Normaal gesproken doe ik nooit gek en drink ik twee biertjes op een dag. Meestal, zo vlak voor het slapen gaan. Ik neem mijn slaappillen met het laatste beetje bier in en slaap dan tot ik met een droge bek en een volle blaas wakker word.. zo rond een uur of vier.
Zo af en toe heb ik ook wel idiote buien, waarin het totale
alcoholgebruik per dag statistisch gezien een stijgende, zo nu en dan zeer sterk
stijgende curve vertoont. Het weer is bij mij vaak een veroorzaker van zo’n idiote curve. In fijne zomerse periodes
verdubbelt het aantal blikjes per dag, dat ik inneem. Maar dan is het doorgaans ook weer zo voorbij, want zelden is het in Holland langdurig en krachtig zomer. Ik heb er geen enkele moeite meer om weer over te schakelen naar twee blikkies
per dag.
’s Winters, tsja, het gaat haast onwillekeurig, het is koud en ik schiet op de automatische piloot even de slijter in voor een kwaliteitslitertje cognac een Remy Martin. Onbetaalbaar maar dan toch ... Zonder een glaasje cognac als slaapmutje, vat ik de slaap niet. Mijn voeten blijven ijskoud. Ik slaap beneden de 16 graden beslist niet met koude voeten. Neen, ook geitenwollen sokken helpen me niet: een glaasje cognac wel. Krijgen we weer hogere temperaturen, dan heb ik weinig last met in slaap vallen, mijn fles cognac is dan misschien pas voor de helft leeg, en dat laat ik dan zo, voor de kou, die misschien nog komen gaat of desnoods tot volgend jaar, want ik blijft er verder vanaf.
Ook mijn stemmingen voeren me soms voor enige tijd in de armen van mijn vriend Bachus. Met name de negatieve stemmingen met depressieve gedachtes, verdrietig stemmende gebeurtenissen. Ik verwacht dan van ‘lekkere biertjes’ zoals Westmalle trippel (12%),
kleine wonderden in 'my mind', zodat dat monnikenbrouwsel de boel daar een klein
beetje kan opschudden richting een opgewekt gemoed. Die Westmalle-stemmingsverbetereraar heeft dikwijls na drie avonden zijn werk al gedaan.
Nu was ik afgelopen zaterdag in Schiedam, met de jeneverdagen 2026. Je wilt niet weten hoeveel ik op heb Er stonden daar in een grote kerk aan de Lange Haven wel dertig destillateurs hun waar aan te prijzen. Bije elke kraam werd een slokje ingeschonken. Ik had eerder ‘neen’ moeten zeggen. Ik schrijf dit schrijfsel, de zondag er na, met zware hoofdpijn, een nog niet eerder vertoonde misselijkheid en onbeheersbare kots-neigingen.
Mijn vriend Hendrik maakte me attent op die jeneverdagen. Dat was voor het eerst en nooit weer. Vandaag hoef ik niks meer. Zelfs niet met mate.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten