Vandaag wil ik in ieder geval naar de marathon 2026 van Rotterdam gaan kijken. Van mijn huis uit is het bijna één rechte weg, kwartiertje lopen, naar de Boszoom waar de lopers een belangrijk kilometerpunt passeren. Ik wist dat niet, maar ik zie vrijwel alle lopers op hun horloge kijken, als ze over een oranje wegmarkering lopen. Bij sommige lopers zie ik dan op hun gezicht een glimlach verschijnen bij anderen een grimas. Dan weet ik wel hoe laat het is: ‘te laat, te vroeg of precies op tijd’.
Wat me zo aan de zijlijn opvalt is dat er héél weinig vrouwen meelopen.
Het extra-vreemde voor mij is wel dat de meeste vrouwen een stuk harder lopen dan
de mannen. Waarschijnlijk zijn die vrouwen wat later gestart en zijn de beste vrouwen
zo langzamerhand de mindere mannen aan het inhalen.
Vòòr mij begint opeens een jonge vrouw met een blonde
paardenstaart enthousiast te roepen: ‘Antoine, Antoine’, een man geheel in
het zwart, kijkt eerst niet en na de derde Antoine kijkt hij eindelijk op en zwaait lachend.
‘Dat was nog maar op het nippertje,’ bemoeide ik me er mee,
‘hij hoorde je nog maar net op tijd’..
‘Ja’, zei ze, ‘ik kreeg net door, dat hij hier al voorbij moest zijn maar daar was Antoine toch nog’ zei ze, helemaal gelukkig en buiten adem.
Aan weerskanten van me staan, bijna tegen mijn kuiten, twee honden. De één is een nare vechthond, de ander een vriendelijk-ogend vuilnisbakkie. Allebei staan ze zich hier rot te vervelen. De een staat vast aan het
dranghek de ander wordt door zijn baasje aan de lijn gehouden. Geen idee waarom, maar dat lief-ogende
vuilnisbakkie wordt opeens laaiend op die engerd. Vlak achter mijn
kuiten … kunnen ze mekaar net niet de strot afbijten. Het lieve hondje wordt
door zijn baasje teruggetrokken en bestraffend toegesproken. Het baasje van de pitbull geeft zijn trouwe viervoeten
een trap tegen zijn ongewoon grote kloten, waarop het beest van pijn en ellende ineen krimpt.
De vrouw met de paardenstaart draait
zich om naar het trottoir en roept naar iemand daarginds:
‘Antoine is hier toch nog langs gekomen . Hij heeft me
gezien’.
Ze praat nu zachter tegen een man met een kind op zijn arm en blikjes frisdrank in een doorzichtige boodschappentas. De man gat vlak voor mijn neus staan.
De vrouw met de paardenstraat lijkt iedereen te kennen. Zij
juicht iedereen met zijn of haar voornaam toe. Ik dacht dat ze misschien bij PAC
zat, die grote Rotterdame Atletiekclub. Maar even later zie ik tussen die lui, die nu voor me staan, door, dat onder het deelnemersnummer
op de buik van de loper, ook in vrij grote letters nog de voornaam van de marathonloper staat te lezen. Ik kon
me dat van eerdere jaren niet herinneren.
Na een halfuurtje had ik wel weer gezien. Wel een nieuw record staan te kijken: 23 minuten en 17 seconden. Vorig jaar keek ik 25.12. Dit was mijn 20e marathon. De eerste keer stond ik 2 uur 24 minuten en 27
seconden langs de lijn.. Maar ja dat was nog in de vorige eeuw. Toen was ik nog
niet eens 50. Dus reken maar uit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten