Ik was 19 jaar en logeerde in 1970 bij mijn tante Ellie toen
ik voor het eerst experimenteerde met hash. Tante Ellie woonde in Hilversum,
zij was een vrouw alleen, gescheiden maar zij had wel twee kinderen: Robbie en
Alice. Ik logeerde bij mijn tante omdat ik in Utrecht studeerde en er in die
stad geen behoorlijke kamers te huur waren. Mijn vriend Jan, die net als ik in Rotterdam
woonde, kwam een weekendje naar Hilversum. We hadden het niet eens afgesproken
maar toen we onze eerste wandeling door Hilversum maakten kwam er een gozer
naar ons toe die ons bij verrassing een plastic zakje liet zien en vroeg of wij
dat wilden kopen. Jan wist precies wat het was …..hash …. Libanon. …..en vroeg
meteen hoeveel hij er voor wilde hebben. Tien gulden moest hij ervoor hebben
voor dat kleine zakkie….ik weet niet eens meer hoeveel gram er in zat. Jan
vertelde dat hij al eens meer geblowd had en dat hij daar stoned van geworden
was. Stoned zijn wil zeggen dat je een apart gevoel in je hoofd krijgt, meestal word je er
blij van maar soms ook wel verdrietig….Jan werd er vaak ook geil van …….. niet
echt wild maar heel bedaard geil. Hij zei dat hij dat wel bijzonder lekker
vond. Ik had nog geen enkele ervaring met ‘wiet’, zo werd hash ook wel genoemd.
Jan en ik spraken af om boven, op mijn kamertje bij tante
Ellie, een paar joints te gaan maken, daarvoor moesten we wel eerst een pakje
vloeitjes gaan kopen. Jan en ik rookten al wel maar alleen sigaretten. Om joints
te bouwen had jevloeitjes nodig en sigaretten tabak, dat laatste hadden we;
eigenlijk kon je het beste van die grote vloei kopen dan hoefde je geen twee
vloeitjes boven elkaar te bouwen.
We hadden alle spullen bij elkaar gekocht en hadden twee
joints gebouwd, we hadden afgesproken dat we allebei een hele zouden oproken. Ik zat op
mijn bed Jan zat op de stoel bij het bureau
…. Het duurde wel even voordat we iets merkten maar net toen we ons wat
licht in ons hoofd begonnen te voelen stormde een briesende tante Ellie de slaapkamer
in.
‘Dacht ik het niet, ik had het wel gedacht dat jullie met
dat gore spul zouden bezig gaan maar ik pik het niet. Uitmaken allebei!! Ik wil dit niet, die smerige lucht in mijn
huis en dát in de buurt van die kleine kinderen van me; realiseer je je wel dat
ze pas 7 en 9 zijn. Wat moet dat voor voorbeeld voor ze zijn. Neen, Tom, het
valt me vies van je tegen, ik dacht nu je je vriend bij je hebt ga je gezellig
naar de bioscoop of je gaat in het café op de hoek lekker biljarten, maar nee ,
de heren moeten zo nodig aan de hash…..weten jullie wel hoe slecht dat is voor
die koppies van jullie. Maar ik weet het goed gemaakt: jullie mogen hier
vanavond nog blijven maar morgen gaan jullie allebei weer richting Rotterdam. En
Tom, ik zal je moeder bellen, ze zal zich wel doodschrikken.’