De laatste tijd is hij banger. Zoals de lift nemen in het gebouw waar hij woont. Hij durft het gewoon niet meer: angst dat lift in een vrije val komt of ergens onderweg klem komt te zitten.
zaterdag 31 januari 2026
ELF JAAR EERDER (2) BANGIG
vrijdag 10 maart 2023
STOFZUIGEN.
Vrije zaterdag. Vroeg in de ochtend: boodschappen doen. Bij Dirck. De meest bijzondere aanschaf aldaar, elke week weer: zeven kartonnen pakken anijshagel (van de Koninklijke de Ruyter). ’s Avonds laat, ’s nachts ook soms, ik lig dan al lang en breed op bed, hagelt mevrouw jeejeepee een heel pak anijs achter mekaar in haar wijd open gesperde mond.
Op de late ochtend: stofzuigen, een prettige activiteit
tegenwoordig. Ik doe het met lekkere muziek (Pointer Sisters) op de koptelefoon.
De kater wordt panisch van de stofzuiger. Hij verstopt zich zo ver mogelijk
onder het bed van mevrouw jeejeepee. Komt de stofzuiger daar in de buurt dan
loopt Thijs (zo heet de kater) op zijn tenen stilletjes èn heel snel naar zijn
andere veilige haven, achter het televisiemeubel … daar is al gezogen. Veel stof
is niet of nauwelijks zichtbaar; het komt de woning in, via ramen en kieren. Het
komt binnen gelopen of geslopen, via het schoeisel. Het lift mee op jassen en
tassen van bewoners of bezoekers van de woning. Ook slijtage van meubels,
vloerbedekking en gordijnen veroorzaakt een continue stroom van minieme
hoeveelheden stofrestjes in het woonhuis.
Veel zichtbaarder en daardoor veel meer irritatie opwekkend
is een andere categorie ‘opzuigsel’. Onze woning ligt er vol mee. Het wordt
gevormd door de haren, die onze kater niet meer nodig heeft en van zich heeft
afgeschud in zijn territorium, onze woning. Je kan geen plek bedenken of hij
heeft er wel eens een dot haar laten fladderen. Thijs is er een van de langharige
soort. Cypers, rood met wit. Op het zeer donkerblauwe vloerkleed is elk vlokje
haar van Thijs, uitermate zichtbaar.
Verder vult de stofzuiger zich voornamelijk met tabakskruimels,
die tijdens het draaien van shagjes op de vloer terecht komen en met as, van
brandende shagjes afgevallen. Verder doet de stofzuiger zich flink te goed aan:
geknoeide etensresten ,zoals brood- en koekkruimels, stukjes aardappel en
groente (sla, komkommer), gemorste lekkernijen bijvoorbeeld rozijntjes (die
zitten vaak vastgekleefd aan de vloer omdat er op gestaan is) en met slordig
behandelde verpakkingen van lekkernijen, meestal de dunne zilverpapiertjes.
Dan moet er gedweild worden. Gemorste koffie en ingetrapte
koekkruimels , stukjes rauwe ui, paprika of kip, tijdens het snijden
weggeschoten van het aanrecht op de keukenvloer en vervolgens vermorzeld tussen
schoenzool en laminaat. Door het hele huis heen zijn hiervan weer de kleverige
gevolgen van te vinden. Na een week van niet dweilen kleven we aan de vloer
vast. In de buurt van de kattenbak moet sinds kort iets grondiger gesopt
worden. Thijs is kieskeurig. Als zijn bak iets te vuil is naar zijn zin, piest
hij er gewoon naast. Ik heb dit pas kortgeleden ontdekt. Het vreemde, nare,
weeë, zurige lijkluchtje, kan ik aanvankelijk niet direct thuisbrengen. Vòòr de
kattenbak, zie ik dan een bijna opgedroogd plasje liggen. Ik kniel vòòr de
kattenbak, druk mijn neus bijna in dat plasje en … ja hoor, dit is de geur die
al een tijdje voor de ongerieflijke geur zorgt in huis, opgedroogde kattenpies.
Onder Thijs zijn bak (èn ervòòr) gaat van af nu een dik pak kranten. Ik
controleer daar nu elke dag en dweil extra als ie er naast gepiest heeft. Ik
heb het er ook met Thijs nog over gehad om vrijwillige euthanasie toe te passen
maar daar zijn we nog niet over eens..
donderdag 22 december 2022
EEN NACHTWANDELING
Het is donker, koud en een beetje mistig. Het is half een. Ik wandel door de nacht. Overdag zie je hier al haast geen kip. Dat zal ’s nacht wel niet veel anders zijn. Loop langs de in aanbouw zijnde flat. Die is versierd (beveiligd)als een kerstboom met duizenden kleine lichtjes. Om elke étage is een lichtjeslint gespannen.. Aan de achterkant van de Paladiostraat zijn nog maar weinig lichten aan. De meeste bewoners zijn al naar bed. Ik kom nou bij de Prinsenplas aan. Er hang wat mist boven het water; niet zo heel erg dicht. Als ik dicht bij de kant kom, kwetteren een stel vogels weg, waterhoentjes, denk ik. Ze plonzen in het water en verontwaardigd wegzwemmend blijven ze nog een beetje mopperen.
Linksaf loop ik de voetgangers- en fietsersbrug op. Er komt een fiets aan. Maar ik zie hem niet.
Geen licht aan. Heel dichtbij istie nu,
komt recht op me af … ’Kijk es uit’, roep ik panisch, ’t is een vrouw, zij remt
en valt van haar fiets. Haar petje van haar
hoofd.
’O, sorry, meneer ik had u niet gezien.’
’Neen, ik jou ook niet. Je moet wel je licht aan doen, hé, dan zie je wat’. Zij stinkt uit haar straatje.
Alcohol. Met moeite klautert ze weer op haar zijn fiets.
’Sorry hoor’.
Op het talud links van de brug zit iemand te vissen. Onder
een reuzenparaplu..
‘Heeft u al wat gevangen?’
‘Nee, niks bijzonders, alleen wat klein spul. Heb wel een
paar keer beet gehad maar die vissen hebben geluk gehad.’
‘Blijf u hier nou de hele nacht vissen?’ Neen, nog een
uurtje om een uur of twee ga ik naar huis. Ik ben toch maar alleen, dus …
‘En jij, wat doe jij hier nog zo laat?’
‘Ik maak een ommetje, ik kon niet slapen. Ik ben toch ook
maar alleen dus …
‘Ha, ha, waar je zin in hebt.’
Nou, succes, ik ga weer verder.’
Vanuit het kerkhof klinken zo af en toe flarden
vogelgeluiden. Waarschijnlijk vogels die in hun slaap praten.
Op een bankje aan de Michelangeloweg, vlakbij de vrije
school, zit iemand uit een bierflesje te drinken. Ik loop langs hem heen, klaar
om naar hem te glimlachen.
‘Hé, hé, moet je ook een pilsie?’ Ik schrik ervan dat hij me aanspreekt. Ben er
een beetje van in de war.
‘Heb je nog, dan?’ vraag ik.
‘Ja, anders bied ik
het je toch niet aan! Kom zitten, hier’ en hij tikt met zijn vlakke hand naast
hem op het bankje. Hij geeft me uit zijn
Jumbo-tasje een pijpie Heineken, wipt de kroonkurk van het flesje:
‘Proost, ik ben Frits.’
‘Proost, ik ben Jee.’
‘Kon je nergens terecht vannacht, Frits?’
‘Jawel, Jee, maar ik had behoefte om buiten te zijn Hier voel
ik me vrijer, heb meer ruimte en
vannacht is het ook niet zo koud, dat scheelt. Als het droog is en boven de 5
graden, ben ik het liefst buiten. ’s Ochtends ben ik alleen even binnen bij het
Leger om te eten, te drinken en … te poepen. Dan ga ik er weer gauw vandoor. Ik
ben hier vaak ‘s nachts. Jij bent de eerste die ik een pilsie kan aanbieden …
maar het moet niet gekker worden, hoor, hahaha.’
Ik drink het pilsie op, geef hem vijf euro, (‘onkostenvergoeding’),
dat waardeert hij wel. Zodra ik weg ben
gaat ie languit op zijn bankje.
Over vijf minuten ben ik thuis (blij toe), zonder dat ik op
dat laatste stukje een rat ben tegen gekomen.