Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label onverstaanbaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onverstaanbaar. Alle posts tonen

donderdag 5 februari 2026

ELF JAAR EERDER (7) PAPA.

PAPA.

Wat een kou deze vrijdag! Gelukkig hoef ik niet lang buiten te zijn. Op vrijdag passen mijn vrouw en ik altijd op onze  kleinzoon Bent. Dus we moeten in ieder geval van Rotterdam naar Dordrecht reizen. Dan zitten we voornamelijk in de trein.  Een halve kilometer fietsen van huis, naar NS Station Blaak en een halve kilometer lopen van Station Dordt naar het huis Bent. Wat een venijnig koude wind! Het is echt weer voor een bivakmuts, om ook de wangen warm te houden. 
Het is nog donker als we van huis gaan en het is ook nog donker als we bij de kleine Bent arriveren. Tegen acht uur doet mijn zoon Ralf de deur voor ons open. Bent is dan al lang wakker en ... en aan het werk:  hij is bezig met zijn verzameling houten blokken kriskras door de woonkamer te gooien. Als hij merkt dat opa en oma  binnenkomen, stopt hij zijn gooi- en smijtwerk en kruipt razendsnel naar me toe …  gaat dan op zijn knieën vòòr me zitten, tilt zijn beide armen omhoog en lacht alsof hij wil zeggen: ‘Optillen opa!’

Vervolgens begint Bent wat woorden te brabbelen, vooral onverstaanbare; maar het woord dat er nu boven uitspringt is: ‘Papa!!’ Als ik hem optil kijkt Bent direct naar de wandkast naast ons en daarin  staat een foto van papa Ralf. Daar wijst hij naar en zegt hij ….: ‘Papa!’ 

Bent is gek op papa Ralf.  Vandaag zag ik Bent rommelen met zijn blokken, spelen met een dinky-toy, of hoorde ik hem wat brabbelen boven een opengeslagen waterproof leesboek ... en dan ...opeens, is hij niet meer één en al spel en gebrabbel: draait zich om, wijst naar de foto in de wandkast en roept dan luid en verrukt: ‘Papa!!’

Hij kent al wat meer woorden: kikkers en eenden noemt hij ‘kakkak’; alle poezen zijn  ‘aai’; een koe wordt bij hem: ‘boeoeoe’, een hond is 'ahh-ahh' en daarbij slaat hij hard met zijn hiel op de grond. 

Ik had verwacht dat hij het woord ‘lekker’ al zou kennen maar niet dus. Wel heeft hij een duidelijk gebaar om aan te geven dat hij iets lekker vindt: hij strekt zijn arm opzij en beweegt die dan heen en weer.

Hij eet graag boterhammen. Drie stuks, zo rond twaalf uur ’s middags. Twee met appelstroop en een met smeerkaas. Natuurlijk in kleine stukken gesneden. Alleen al het klaarmaken wordt voor mij een behoorlijke kleefboel: drie tamelijk slappe, witte boterhammen in kleine stukken snijden ... Maar goed mijn vingers zijn zo afgelikt en gewassen en ik vind het nog lekker ook. Bent weigert overigens elk stukje brood, dat hij niet zèlf mag pakken en niet zelf in zijn mond mag stoppen. Ook nu dus kleeftroep: handen, gezicht en mouwen onder een combinatie van smeerkaas en appelstroop. Vurrukkulluk. Bent mag dan wel zelf zijn goed belegde stukje brood pakken, het tempo waarin dat gaat bepaal ik of oma. Want Bent heeft de neiging om twaalf stukken brood achter elkaar naar binnen te proppen en ze vervolgens weer uit te kotsen.

Ondanks de bittere kou, hebben we deze vanmiddag toch nog een uur gewandeld door de mooie Dordtse binnenstad. Van zo’n hele dag binnen zitten word je zo duf ... en uit de wind en in de zon, was zo af en toe best effe lekker. Vond Bent ook. Hij wilde zelfs geen handschoenen aan. 

donderdag 29 juni 2023

TRANEN

Tranen.

Naarmate mijn vader ouder werd, vijfenzestig-plusser plusser bedoel ik, kwamen zijn tranen steeds sneller. Had hij  een leuk cadeautje gekregen, een onverwacht uitstapje gemaakt of eens lekker met zijn familie gegeten, dan stamelde hij zijn dank, in een onverstaanbaar taaltje, waarbij hij zijn tranen vaak de vrije loop liet.

Nu de Rotterdamse voetbalclub Sparta alweer een aantal jaren in de eredivisie speelt, ga ik regelmatig kijken op het Kasteel, het stadion van Sparta in de wijk Spangen. Bij elke thuiswedstrijd sta ik te janken en dan ben ik nog maar zestig. Voor aanvang van de wedstrijd wordt dan de Sparta-mars gespeeld en zo’n kleine tienduizend Sparta-fans zingt dan uit volle borst mee. Beluister de link: https://www.google.nl/?gws_rd=ssl#q=sparta+mars+tekst:

 

Rood-wit is onze glorie

Rood-wit zit ons in’t bloed

Bij neerlaag of victorie

Bij voor- of tegenspoed

Rood-wit gaat nooit verloren

En jaren nog hierna

Zullen wij laten horen SP-AR-TA

Zullen wij laten horen SP-AR-TA

 

Deez’ vlag zij is ons heilig

Reeds honderd jaren lang

Bij rood-wit zijn wij veilig

Zijn wij voor niemand bang

Wij zweren bij die kleuren

En zingen hoe ’t ook ga

Bij wat er ook gebeuren zal SP-AR-TA

Bij wat er ook gebeuren zal SP-AR-TA

 

Het gebeurt meestal halverwege het eerste couplet al, de tranen stroomden en ik zong zoals mijn vader brabbelde … met dat vreemde piepstemmetje. Maar waarom?  Ik woon vanaf mijn derde jaar, in Spangen, schuin tegenover het Sparta-Kasteel. Vanaf mijn zevende ga ik onregelmatig met mijn vader mee, kijken. We staan dan op de jongenstribune en eigenlijk heb ik alleen maar leuke herinneringen. Ook dan wordt  voor aanvang van de wedstrijd de Sparta mars gespeeld en gezongen. Het is mij een raadsel, die tranen. Zou het zo zijn dat ik veel emotioneler betrokken ben bij het Sparta uit mijn jeugd en dat de tranen vloeien bij de oudere man, die ik nu ben omdat hij die betrokkenheid uit zijn jeugd node mist?

Vanmiddag lees ik in het nieuwe nummer van Hard Gras (een voetbalblad voor lezers) een verhaal van een lezer. Hij beschrijft dat hij tijdens een autorit op het nieuws hoorde dat Abe Lenstra dood was. Een van de grootste voetballers van Nederland. De grote drie: Cruijff, Lenstra, Wilkes. De man hoort het bericht, zet zijn auto op de vluchtstrook en zit daar zo’n twintig minuten te huilen. Hij huilt en ziet weergaloze acties van Abe Lenstra voorbij komen als voetballer van Heerenveen en het Nederlands elftal. Ook ziet hij het beeld dat Abe vrij snel na zijn voetbalcarrière  wordt getroffen door een beroerte. Abe is vanaf dat moment invalide en moet zich voortbewegen in een rolstoel.

De man die zit te huilen in zijn auto droogt zijn tranen en neemt zich voor  om voorafgaand aan zijn veteranenwedstrijd van de komende zondag één minuut stilte te oerganiseren voor de legende die Abe is. De scheidsrechter is akkoord, de tegenstander is akkoord. Daar staan ze: die 22 oude mannen, een scheidsrechter en twee grensrechters … in de bloedverziekende hitte … een hitte waar je hoofdpijn van krijgt. Één minuut voor Abe … en ik moest huilen … niet zo héél erg hard,.. maar toch. zestig  ben ik nu … ik ga echt mijn vader achterna. 

zondag 4 september 2022

DONKERE WENKBRAUWEN

Er  fietst al een minuut of vijf een vrouw voor me. Van achteren ziet ze er leuk uit. Onder haar kleine, bruin geruite herenhoedje wapperen fraaie blonde lokken.  Ze draagt een kort wit getailleerd jasje en daaronder, een lange zwarte rok, die steeds, net niet, gegrepen wordt door de spaken van haar fiets. Ze heeft een stevig rijwiel. Het frame bestaat uit dikke buizen. Ze zit een beetje vreemd op haar fiets. Haar zadel staat eigenlijk veel te laag en haar stuur te hoog. Ze fietst alsof ze op een Harley Davidson aan het toeren is.

Maar goed, ze komt vooruit èn ze blijft me nog voor ook. Ze kiest de rustige weggetjes .

We gaan precies even hard, want de afstand tussen ons blijft gelijk. Bij de Bergweg komt van rechts een auto aan racen. Omdat ze hard moet remmen, sta ik ineens naast haar.  We kijken elkaar aan en lachen voorzichtig. Een grappig rond gezichtje, bolle wangen, vrolijke bruine ogen en een brilletje met kleine ronde glazen.

Ze mompelt wat onverstaanbaars … kijkt dan weer voor zich uit en fietst verder.

‘Dat heb je nog maar net overleefd, hè?’ zeg ik,  terwijl ik haar rechts inhaal.

‘Jij gezien hebben?’, vraagt ze.

 O, ze is buitenlands. Duidelijk. Spaans zo te horen. Ik houd wat in, zodat we naast elkaar komen te fietsen.

‘Ja, die gek reed veel te hard!’

‘Ja, stomme Marokkaan,’ zegt ze.

Nou weet ik het zeker ze is Spaans. Ze drukt haar tong steeds  iets te hard tegen de binnenkant van haar bovenste snijtanden.

‘Jij niet hebben haast?’

We fietsen nog steeds naast elkaar. Ik ben in mijn korte broek.

‘Nee, het is lekker weer; ik doe het lekker rustig aan. Even naar de super.’

‘O,’ lacht ze,’ ik ook en eh, waar ik geboren, altijd is lekker weer.’

‘Ben je dan Turks, soms,’ raad ik expres fout.

‘Turks?! Ik? Nee! Waarom jij denken?’

Ik dacht, ze heeft van die mooie donkere wenkbrauwen. Ze komt vast uit Turkije.

‘Neen, ik  Argentina, ik al 20 jaar wonen hier.’ 

Ze is denk ik een jaar of veertig … en daarvan twintig jaar in Nederland … nou, dan had haar Nederlands wel wat beter kunnen zijn,  dacht ik bij mezelf.

‘Ga je echt naar de super’, vraag ik ongelovig.

‘Hmhm,’ knikt ze.

Het is vrijdag. Vroeg in de middag.

‘Jij niet werken?’

Ik ben gepensioneerd. Ik ben 60 jaar, lieg ik.

Helaas reageert ze niet met: ‘Zo ben je al 60 jaar? Dat zou je ook niet zeggen’.

Ze wil  weten of ik getrouwd ben. 

‘’Ik ben twee maanden geleden gescheiden.’

Ze vindt het maar raar dat ik mijn trouwring nog draag.

‘Ik houd nog steeds van haar, van mijn ex.’

Het gesprekje stokt. We staan inmiddels voor de super, stallen onze fietsen en zetten ze op slot. We wisselen telefoonnummers uit.

‘Ik wil je wel Nederlandse les geven.’

Dat vindt ze niet zo’n goed idee. Een beetje gepikeerd lijkt ze. Ze denkt geloof ik echt dat ze goed Nederlands spreekt. Ik had beter mijn mond kunnen houden over dat les geven …  gelukkig  belt ze me die zelfde vrijdagavond toch nog even.