Sinds twee jaar fietst hij met een helm op. Waarom, weet hij eigenlijk zelf niet. D'r gaat tòch nooit wat mis. Hij zit glad voor lul met die helm bovenop zijn zwarte ijsmuts.
Hij loopt net van zijn psychiater, Daisy, naar zijn fiets. Zij had nog de ultra-snuggere pro-helm opmerking, dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Ja, nou, pfff. Om zo psychiater te zijn hoeft hij echt niet naar de universiteit. Denkt hij.
'Ik heb je vandaag niks te melden. Alles gaat prima. Dag Daisy. Ik ga.' zegt hij en maakt aanstalten om te vertrekken..
'Nee wacht even'. Ze zet een lief stemmetje op. Oppassen dus. 'Hoe is het nou met die vrouw van je koor? Sonja, toch?'
'Van m'n wandelclub, bedoel je, ik vind haar mooi, ja'. Hij zegt, dat hij haar heel soms ziet en dat hij heel erg veel aan haar denkt. Maar hij weet ook dat het nooit wat kan worden tussen Sonja en hem. Want Sonja is van Wilders' PVV en hij is allergisch voor die club.
'Nou, Dan zet je haar toch gewoon uit je hoofd.'
'Dat gaat zo makkelijk niet,' zegt hij. 'Sonja's mensbeeld vindt hij walgelijk haar verschijning daarentegen schitterend'.
Haat en liefde liggen akelig dicht bij elkaar.
Hij vertrouwt er echter op dat ze langzamerhand bijdraait, gaat geloven in een socialer mensbeeld.
Na zijn gesprek met zijn psych gaat hij op visite bij zijn zus en schoonzus. Zij wonen twee keer vallen bij de psych vandaan.
Zes weken geleden zou mijn zus Manda al eens bij hem langs komen. Tot de dag van vandaag had hij haar niet zien verschijnen. Dat maakt niet uit. Met twee lekkere hete koppen Earl Gray-thee is alles vergeven en vergeten.
Nel en Manda vinden het zichtbaar leuk, dat hij er is. Nel, een van de trouwe lezeressen van zijn verhaaltjes, complimenteert hem met het stukje over zijn avondje uit met Ralf, zijn jongste zoon.
Het stond niet in dat stukje, maar Ralf had die avond ook gezegd: 'Pa, stop met dat haten, het mijden van PVV'ers. Daar bereik je geen klote mee.' Toen zei Ralf, en daarvan viel zijn vader toch bijna van zijn stoel:
'Manda en Nel stemmen ook altijd PVV, met hen ga je toch ook goed om?!'
Hij voelde zijn gezicht, na wat Ralf gezegd had, langzaam wit wegtrekken.
'Dat weet toch iedereen, pa!' zei Ralf.
'Nee, Ralf, ik dus niet,' zei hij.