Posts tonen met het label statiegeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label statiegeld. Alle posts tonen

zondag 30 juni 2024

BLUEGRASS.

Voor m’n ex en mijn vriend Derck heb ik al weken kaartjes in huis. Ik wil mijn neus niet stoten omdat het straks misschien uitverkocht is. Sinds ik de kaartjes heb (15 euro per dag; per persoon) verheug ik me er des te meer op: het Rotterdamse Bluegrassfestival. Als altijd het laatste weekend van juni. Dit jaar voor de tweede keer op het schaduwrijke, met bomen omzoomde Noordplein.


Gedurende drie dagen kunnen meer dan 10.000 liefhebbers van twaalf tot twaalf genieten van deze muziek. Bluegrass is folk- countrymuziek, met jazzinvloeden, waarbij de banjo, gitaar, viool en harmonieuze samenzang vier belangrijke elementen vormen.

Het genre ontstond in de jaren vijftig. De laatste jaren is bluegrass wereldwijd aan een opmars bezig.

De sfeer op het festivalterrein is ontspannen. We weten dat we geen eigen eten en drinken mee naar binnen mogen nemen. Bij de entree krijgen we ieder een kaartje waarmee we het statiegeld voor een glas kunnen betalen bij aankoop van het eerste drankje.

De muziek is vrolijk. Er zijn optredens van onder andere Dom Flemons alias The American Songster, de virtuoze Canadezen van Slocan Ramblers, prachtige folk uit Alaska van Annie Bartholomew en The Kody Norris Show als absoluut spektakelstuk.

Het is muziek waar je niet stil bij kan blijven zitten. Dat gebeurt dan ook niet, ook al is de gemiddelde leeftijd van de festivalbezoekers zeker 50+. Dat drukt de pret allerminst. Er wordt volop geswingd, meegebruld en ritmisch meegeklapt. Ook door ons natuurlijk.

Op zaterdagmiddag dreigt een stortbui maar gelukkig dropt de donkere wolk slechts enkele grote regendruppels boven het festivalterrein. Wel precies op het moment, dat op het hoofdpodium Bertolf & Friends een jamsessie houdt met onder andere een glansrol voor de vooral bij jongere festivalgangers populaire Douwe Bob. Hij doet zijn liedje ‘Rotterdam’.

Eten en drinken mochten we niet mee nemen. Op het festival terrein zelf is gelukkig volop te koop. Best pittig prijzen voor ons. Vier euro voor een drankje en bijna negen euro voor een broodje.

Dat ze hier ook theater, kinderactiviteiten en workshops programmeren hoeft voor ons niet zo nodig. Wij komen toch alleen maar voor goeie bluegrass muziek.


** Luister op YouTube of Spottify naar ‘Country Gazette’ als je een indruk wil krijgen van Bluegrass muziek.
*** of google ‘bluegrass’

maandag 14 maart 2022

DE KIPPENPOOT (1)

 

Gevoelens van pijn, schaamte en boosheid zijn onlosmakelijk verbonden met het litteken. Het ontsiert mijn bovenbeen sinds 1958, het jaar waarin Sparta mij, bij wijze van troost,  het voetbalkampioenschap van Nederland schenkt,  

   Acht jaar ben ik als ik de waarde van lege bier- en colaflesjes ontdek. De maandag na elke thuiswedstrijd van Sparta, gaan mijn vriendje Anton en ik naar het voetbalstadion. We klimmen over het hek van het stadion en verzamelen de lege flesjes, die door de toeschouwers onder de tribune zijn neergegooid.

   Anton pikt geld van zijn ouders en spijbelt. Hij mag van zijn ouders zo laat thuiskomen als hij zelf wil. Veel te wijde, korte broeken draagt hij. Broeken, die zijn witte spillebeentjes accentueren. Anton is twee jaar ouder en twee koppen kleiner dan ik.  Ik ben zijn enige vriendje. Hij durft spannende dingen te doen. Meer dan mijn gewone vrienden, daar voetbal ik vooral mee en we pesten ‘de kippenpoot’. Anton en ik gaan appeltjes gappen, trammetje piepen, of ruitjes inkinkelen. Dat hij naar pies stinkt, neem ik op de koop toe.

   Voor die maandag heb ik een stel grote boodschappentassen nodig om de flesjes in te stoppen. Die haal ik uit mijn moeders voorraad.

   Echt op mijn gemak voel ik me niet tijdens het flesjes rapen. Het is toch een soort van jatten van Sparta. Onder het hoge, houten, schuin oplopende dak, dat de tribune boven ons vormt is het akelig donker. Elke keer als Anton een flesje in de tas laat vallen, krimp ik in elkaar van angst..

  “Oh, wat ben je toch een vreselijke schijterd,’ lacht Anton, als ik fluister, dat hij niet zo’n lawaai moet maken met die flessies. Hij heeft gelijk: de spanning op mijn sluitspieren neemt dusdanig toe dat ik moet poepen. Anton werkt intussen luid en vrolijk fluitend door. Mijn boodschappentassen heeft hij ook al gevuld. Met die drol is gelijk wel een hoop angst uit mijn lijf verdwenen.

We vinden een plek waar we met onze volle tassen ongezien over het hek kunnen. Het is wel uitkijken geblazen voor het prikkeldraad en die gemene ijzeren punten aan het hek. Anton klimt er als eerste overheen. Mij laat hij met die twee tassen staan.

   “Geef mij nou eerst één voor één je tassen aan en klim dan zelf over het hek. Ik vang je wel op.”.

   In gedachten smul ik al van de spekkies, schuine droppen en roomknotsen, die we van het statiegeld gaan kopen. Het klimmen gaat prima maar halverwege de afdaling verlies ik mijn grip op het hek en val een halve meter. Ik blijf met de binnenkant van mijn dijbeen in de tien centimeter lange punt van het hek hangen, één meter boven de grond ongeveer