Posts tonen met het label ongegeneerd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ongegeneerd. Alle posts tonen

zondag 1 februari 2026

ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN

 Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren  39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest  en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’

Dit is de eerste verkoudheid, waarbij ik geen ouderwetse boerenzakdoek gebruik maar uitsluitend de papieren van het merk  Tempo. Maar het scheelt nogal,  zo’n boerenzakdoek of zo’n papieren Tempootje. In zo’n rode boerenzakdoek snoot ik gemiddeld tien keer, voordat ik er een pot thee van trok …. nee, nee, grapje ….. voordat ik hem in de wasmand deed. In zo’n Tempo-pakje zitten tien papieren zakdoekjes, die je elk maar één keer kunt gebruiken en … zo  is mijn ervaring van vandaag, dan zit het meeste snot nog aan mijn vingers ook. Ik ben wel blij dat mijn snot tot op heden helder is. Misschien komt het nog, maar persoonlijk vind ik de taaiere groenige snotkwakjes er vooral voor anderen onsmakelijk uitzien. In die boerenzakdoeken was dat simpel weg te proppen maar snot van zo’n Tempootje blijft ongegeneerd aan je handen kleven.
Ik nies me ook een ongeluk. Ik zat in de bioscoop; er zitten twee vrouwen naast me, één links en één rechts. Opeens voel ik de nieskriebel aankomen maar ik kan noch naar links en noch naar rechts. Dus instinctmatig duik ik naar voren, ik houd mijn hand nog wel voor mijn mond maar de nek van de man voor mij was toch flink vochtig geworden. De man keek even ontstemd om en veegde de boel met zijn sjaaltje droog.

Vanmorgen was ik op de sportschool, ja want zo ben ik nou ook wel weer, de sportschool gaat gewoon door, verkouden of niet. Ik was aan het fietsen en ja, hoor, weer een niesimpuls. Weer aan allebei de kanten dames. Bijzonder fraaie afgetrainde sportdames. Dan kies ik ervoor om gewoon recht op mijn fiets te blijven zitten en te niesen. Ik had alleen mijn hand om voor mijn mond te houden, was te laat om mijn handdoek te pakken. Het was echter een buitengewone nies, die zowel naar links als naar rechts krachtig wegspoot. Geheel in stereo lieten de fraaie sportdames mij weten dat ik een gore ouwe viezerik was. Dat vond ik wel wat  overdreven maar een beet je gelijk hadden ze toch wel. Ik excuseerde me. De dames pakten mij mijn handdoek af en veegden daarmee hun armen en gezicht schoon.  'Niet meer doen hè, ouwe?' 

Van kriebelhoestjes krijg ik het een beetje benauwd. Het zijn van die korte hoestjes heel vlug achter elkaar, die van vrij hoog in de longen komen. Is er wat aan te doen? Gelukkig wel. Kruidvat heeft Daro Droge Hoestsiroop. Een dikke suikersiroop creëert een beschermend filmlaagje in de keel .
Daarnaast verkoopt een grote snoepspeciaalzaak  in de Zwartjanstraat een verrukkelijke honingdrop die de kriebelhoest tot een minimum beperkt. Met die drop en de hoestsiroop kom ik deze dag en de komende dagen wel door.


Eerder gepubliceerd in februari 2015

  

dinsdag 3 december 2024

NIET BIJTEN.

Een hap van mijn net gebakken volkorenboterham wordt mijn snijtand-kroon fataal. Enkele secondes wentelt de kroon zich in mijn mond tussen brood, boter, marmite en oude kaas. In samenwerking met mijn lippen, duwt mijn tong het afgebroken stukje kroon mijn mond uit. Op mijn handpalm.


Ogenblikkelijk pak ik m’n mobiel om een afspraak te maken met m’n tandarts. Ik kan gelukkig snel terecht. Kijk niet eens in de spiegel. Hoe ik er uit zie, als ik mezelf toelach, kan ik wel raden: belachelijk.

Vanmorgen om half tien. Bij mij in de straat, staat een drietal studenten, van die nieuwe vmbo, met elkaar te praten. Ze versperren mij de weg. Maar, ze zien me aankomen en doen een stap opzij.

‘Goedemorgen meneer. Alles goed?’
‘Niet alles, kijk maar,’ ik lach ze vriendelijk toe,’ ben op weg naar de tandarts’
‘Oh, nou eh … sterkte, meneer.’

De tandarts weet in eerste instantie geen raad met mijn probleem. Op wat over is van die afgebroken tand kan geen nieuwe kroon gezet worden. Ze maakt er een foto van en gaat overleggen met haar collega.

Het gaat een wortelpuntbehandeling worden. Het woord ‘wortelpuntbehandeling’ doet me nog altijd huiveren, hoewel het de laatste keer alleszins meeviel. Het was ook deze tandarts die destijds mijn wortel puntte. Ze gaat twee snijtand-kronen zetten (twee in één, naast elkaar). Een op de plek van de oude kroon en één over mijn nog goede snijtand. ‘Voor de stevigheid’, zegt ze. En dat gaat allemaal over veertien dagen al gebeuren. Daar ben ik een hele ochtend zoet mee.

Vóór de kerst zou ik dus weer ongegeneerd moeten kunnen lachen. Dat komt goed uit, want ik ben uitgenodigd kerst te komen vieren bij het gezin, zoals dat bestond vòòr m’n ex Winny en ik, bijna tien jaar geleden uit elkaar gingen.

‘Voor die komende veertien dagen ga ik uw oude kroon weer terug zetten. U moet wel héél goed opletten met wat en hoe u heet. De kroon kan maar heel weinig hebben. Niet bijten in een appel dus maar in kleine stukjes snijden en opeten’.

In de salade die ik maak zit tomaat, komkommer, olijven, zilveruitjes en radijs. Ik gooi een grote radijs in mijn mond en hup, de kroon is brutaal aan het zwerven in mijn mond.