Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Hans Ouwerling. Zijn stoffelijk overschot was naar het crematorium gebracht in Capelle aan den IJssel-Schollevaar.
Hans werd circa dertien jaar geleden mijn buurman. Toen was ik nog getrouwd met Winny. Hij was een positief ingestelde, behulpzame man. Zijn (eigen) woorden op zijn rouwkaart zijn veelzeggend:
Maak je over mij maar geen zorgen,
ik kom wel waar ik zijn moet
Ik heb een goed leven gehad.
Toen Winny en ik, tien jaar geleden uit elkaar gingen, bood hij me zijn hulp aan. Hij heeft me heel Rotterdam en omstreken in zijn grote auto rond gereden, zodat ik alle spulletjes en apparatuur kon aanschaffen, die ik nodig had om op mezelf te gaan wonen. Ook bij de feitelijke verhuizing van mijn spulletjes, van het Oude Noorden naar Prinsenland heeft hij me fantastisch geholpen. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor.
't Klinkt misschien vreemd als ik dat zo opschrijf maar ik waardeer het oprecht, dat hij goeie maatjes is geworden met Winny. Ze kookten regelmatig voor elkaar of ze aten samen thuis of buitenshuis.
Hans was toen hij dertien jaar geleden mijn buurman werd, al niet in optimale conditie. Last van zijn hart, longen en slokdarm. In de jaren daarna is zijn lichamelijke gesteldheid er niet op vooruit gegaan.
Toen ik 29 november jl. mijn 75e verjaardag vierde was hij een van de genodigden. Helaas moest hij afzeggen. Hij zag te veel op tegen de loopafstand tussen de parkeergrage en de locatie van mijn feestje. Hij is daarna alleen maar verder achteruit gegaan.
Ik heb niet zitten tellen, vanmiddag in het crematorium, maar ik schat dat er zeker 100 mensen waren en dat is héél veel voor een man van 80 jaar. Winny en nog een paar mensen die bij hem op het trappenhuis woonden waren erbij. Zijn (stief-)kinderen hebben gesproken. Zij waren open, eerlijk over Hans' mooie en minder mooie kanten.
Volgens zijn buren, die ik even sprak, heeft Hans het op laatst van zijn leven zwaar gehad maar ze waren het er unaniem over eens dat hij niet 'ondragelijk' had geleden.
Ik weet donders goed dat ik het niet voor het zeggen heb maar laat mij maar in mijn slààp heengaan. Vredig!