Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label bovenbenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bovenbenen. Alle posts tonen

dinsdag 7 april 2026

BINNEN TWEE MINUTEN BENT IK ALWEER ZOVER

Dat minirokkie van die moeder van Roel is zo hoog opgekrope, dat ik d’r moddervette, spierwitte bovebene uit d’r witte slip zie steke. Ze denk dat ik een flikker bent. Laat me niet lache joh... Ik krijgt al een stijve als de woorde ‘kut’ en ‘nat’ te dicht bij mekaar staan in wat voor schrijfsel dan ook. Ik een homo? Nooit een natte droom gehad waar een vent in voorkom... nooit erotische fantasieë met sappige mannetjes.
Me moeder wil alleen niet dat Roel en ik vriende zijn, omdat ’ie een slechte invloed op me heb. Hij spijbelt, schrijft zelf die absentiebriefies en zet daar ‘de handtekening van z’n moeder’ onder. Hij rookt (ja, ook wiet), stinkt naar bier en... dat vind me moeder geloof ik nog wel ’t ergste: hij gaat met Belinda, onze overbuurvrouw. Eerlijk gezeid denk ik dat me moeder (ze is pas halverwege de dertig en ziet d’r nog best leuk uit) een beetje jaloers is. Volges mij is ze stiekem ook wel gecharmeerd van die Roel... of niet soms ma? ... ma? (‘O nee?? ... ho maar, ma! Sorry, hoor. Rustig! Rust maar weer lekker in vrede). Roel is een ontzettend gave gozer om te zie met z’n lange zwarte glanzende haar, stevig gebouwd. Breed; helemaal niet dik ofzo, maar gewoon een lekker stevig bovenlijf... zo’n lijf waar een hoop manne jaloers op zijn en legio vrouwe gek op worde.
Maar goed, Roel leg dus echt te kallefateren met die mooie donkere buurvrouw van dertig. Ik daarentege leg op me smalle eenpersoonsbedje geregeld aan d’r te denke. In die dirty mind van me gaat Belinda zo tekeer dat ik binne twee minute alweer de rust heb gevonde... keurig netjes opgeruimd met een tissue-tje dat ik van tevoren op me buik heb geleg... binne gemiddeld twee á drie minute leg ik dan alweer te knorre... en Belinda??….. hoe ken ik dat nou wete?

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 20 augustus 2023

OP EEN STOEPJE.

Het is goed warm. Wel 25 graden. De lucht strak blauw. Zondagmiddag, één uur. De zon staat hoog aan de hemel. Zijn moeder heeft hem netjes aangekleed. Een wit overhemd met korte mouwen; een korte lichtblauwe broek; bruine sandalen en witte sokken (Een petje zou niet misstaan op een dag als deze).Theo moet van zijn moeder de eendjes gaan voeren. Daar baalt hij van. Te ver lopen. Er is hier geen kip te zien. Niet in de Wolkersstraat, niet in de Unicumstraat.  Ook geen honden, katten, vogels. Er valt niet eens een duif dood van het dak. Theo gaat zich op een stoepje  zitten vervelen.

Zijn vrienden mogen van hun ouders niet buiten spelen op zondag.  Dat komt omdat ze streng gelovig zijn. De meeste mensen hier zijn van de Zwarte Kousen Kerk. Die ouders willen dat hun kinderen ook streng gelovig worden. Ze mogen niet buiten spelen op zondag en … bìnnen mogen ze ook niks doen. Neen, dat is niet juist: binnen mogen ze van àlles doen, als het maar met de Here Jezus, zijn moeder en de bijbel te maken heeft. Dus een Jezusje   kneden, een kruis knutselen om daar het Kindeke Jezus aan vast te nagelen.

Mijn vader is niet gelovig. Mijn moeder is Rooms Katholiek. Niet streng. Ze gaat nooit naar de kerk. Daar heeft ze geen tijd voor. Ze heeft veel kinderen. Misschien zou ze naar de kerk gaan, als mijn vader zou helpen in het huishouden. Maar dat doet ie nu eenmaal niet. Hij zit altijd voor de tv … dat is zijn kerk.

Theo trekt het boterhamzakje kapot. Alle door zijn moeder klein gesneden stukken brood vallen op zijn blote bovenbenen. Er zit leverpastei op de ene boterham en appelstroop op de andere. De stukken met appelstroop blijven op zijn bovenbenen plakken. Die stukken brood blijven ook aan Theo’s vingers plakken. Het zweet breekt hem uit. Hij loopt naar de rioolput. Daar probeert hij de stukjes brood van zijn benen te schrapen.  Aan zijn handen kleeft nu de onsmakelijke combinatie van leverpastei en appelstroop. Water is hier niet. Dus zit er niks anders op dan zijn handen af te likken.  Op dat stoepje gaat hij door met zich stierlijk vervelen.

Dan duiken schieten ze opeens uit alle gaten van de rioolput tevoorschijn. Een grijszwarte vacht hebben ze. Zo groot als ratten zijn ze maar die zijn meestal bruin. Het zijn er zeker wel tien, misschien wel dertien en blijkbaar zijn ze dol op brood met leverpastei en appelstroop.  In een mum van tijd vreten ze alle stukjes brood bij die rioolput op. Nog sneller dan ze kwamen, verdwijnen ze weer in die rioolput.

Theo maakt aanstalten om naar huis te gaan. ’t Wordt te warm.  Hij werpt nog een terloopse blik naar de rioolput. Tot zijn stomme verbazing, ziet hij, dat is al het brood weg. Waar is het gebleven? Zich vervelend op dat stoepje heeft hij daar niks van mee gekregen.