Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.
Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.
'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'
'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter.
En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien.
Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag.
Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.
Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden.
Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud.
De meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel.
Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.
Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.