Brian en JanJaap.
Twee mannen uit twee totaal andere tijden. Brian is van de tweede helft van de vorige eeuw. Iets jonger dan ik. Een vriend van mij is hij nooit geworden. Wel iemand met wie ik veel gespeeld heb: honkbal. JanJaap, ja, die cabaretier bedoel ik, is veel jonger dan ik. Hij is van deze eeuw. Hij is een van mijn favoriete cabaretiers.
Wat Brian en JanJaap gemeen hebben is de hazenlip. JanJaap praat wel het meest verstaanbare Nederhazenlips maar hij heeft bij mijn weten nooit gehonkbald. JanJaap praat veel duidelijker dan Brian, die hazenlipt met een Anglo-Amerikaanse tongval. Neem de proef maar eens op de som en probeer, bijvoorbeeld met een goede vriend of vriendin, beide talen eens uit op zijn Hazenlips. Eén tip: bij het H-lips gaan alle woordjes door de neus, hè. Grappig, leerzaam en toch leuk!
JanJaap spreekt niet alleen veel duidelijker hij is ook een heel grappig mens. Zo jong en dan al zo wereldberoemd in Nederland. Hij is hooguit 34 jaar en dan al zeker net zo leuk als Theo Maassen, Hans Teeuwen, Freek de Jonge en Toon Hermans. Tsja en dan is hij is ook nog eens geëngageerd met de Derde Wereld! Nou ga daar maar eens aan staan. Een topper die jongen.
Brian daarentegen was een bijzonder vervelend mannetje. Alleen omdat
hij toevallig alle denkbare honkbalspullen in zijn bezit had, vond hij
het de normaalste zaak van de wereld dat iedereen op honkbalgebied naar zijn
pijpen danste. Kreeg hij zijn zin niet dan pakte hij al zijn spulletjes bij
elkaar en ging huilend (jawel!) en stampvoetend naar huis. Tientallen malen heb
ik dat ventje zo naar huis zien stampen. Maar meestal deden we gewoon wat
hij wou, omdat we dan met die goeie honkbalmaterialen van hem (van zijn vader
eigenlijk) verder konden spelen. Brian's onvergetelijke woorden, probeer het ook
eens op zijn H-lips met Amerikaanse tongval:
'Als ik niet mag pitchen, doe ik niet meer mee; .ga ik gewoon naar huis. Neem
ik al mijn spullen mee!'
Sportief gezien is het toch nog redelijk goed met Brian gekomen. Hij
speelde enige jaren in het eerste team van de honkbalclub Sparta en zelfs is
hij een enkele maal uitgekomen voor het Nederlands honkbal negental.
Maatschappelijk gezien is het hem tot voor kort ook voor de wind gegaan. Hij was jarenlang dè postbode in de Rotterdamse wijk Spangen. Die popi-postbode kende iedereen en alle wijkbewoners kende hem maar (vreemd genoeg) niet als bekende Nederlandse honkballer.
Tot voor kort ging het hem voor de wind, schreef
ik, want het valt eenvoudig te raden waar onze Brian nú voornamelijk zit: thuis
bij al zijn verzamelde honkbalspulletjes en dat dankt hij dan weer aam de privatiseringswoede
van de Nederlandse overheid, die geen enkele mededogen kende voor de al wat
oudere postbode in vaste dienst. Allemaal kregen ze de zak.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten