zaterdag 11 november 2017

TINUS

Hij slenterde al een paar uur door de straten van de oude Rotterdamse volkswijk. Het was een wirwar van bouwstijlen maar dat kon je verwachten in een volksbuurt waar de nieuwbouw en renovatie overheen gegaan waren. Af en toe kwam hij eens een bekende tegen, logisch, want hij had er meer dan veertig jaar gewoon. Het waren echter allemaal oppervlakkige kennissen. Echte dikke vrienden had hij niet opgedaan in al die jaren. Hoe dat kwam? Daar stond hij voorlopig maar niet bij stil. Hij passeerde nu zijn favoriete patatzaak, daar waar hij minstens eens per jaar een patatje met pindasaus nam. Het was dit jaar voor het eerst dat hij hier was dus ging hij zichzelf maar eens lekker verwennen.
‘Hallo Hein’, mag ik een patatje pindasaus van je en doe er ok maar een milkshake bij, da’s wel zo lekker.’
‘Patatje pindasaus en een milkshake…….welke smaak Bram?’
’Doe maar aardbeien Hein, dat vind ik toch altijd wel het lekkerst!’
Okee, gaat ik effe voor je klaarmaken, Bram.’
‘O, eh, Hein het maakt mij niet zo veel uit maat ik heet geen Bram, hoor.’
‘Oh, krijgt nou wat, ik zou er toch bij zweren dat je Bram was, Bram Verlaat.’
‘Neen, ik zou ook helemaal geen Bram Verlaat kennen, komt ie dan uit deze buurt, ik ken ook helemaal geen familie Verlaat. Is hij dan misschien ook van mijn leeftijd.’
‘Nou voor zo ver ik weet mot ie wel zo ongeveer van jouw leeftijd wezen……maar wie ben jij dan eigenlijk, als ik vragen magt ……. Je kop kom me zo bekend voor.’
‘Ik ben Tinus de Beer van het Zwaanshals daar tegenover het politieburootje ….. hoeveel ik hier niet als kind voor een patatje ben komen binnen huppelen, dat loopt in de honderden keren……. Jij bent trouwens geen spat veranderd Hein, twee druppels water met veertig jaar terug.’
‘Ik wilt niet lullig doen Tinus maar ik bent Hein ook helemaal niet, Hein is mijn twee jaar oudere broer die alweer een paar  jaar geleden, met zijn gezin, gemigreerd is naar Biafra om daar een sauna annex yogaschool op te zetten …… het is niet te geloven maar die sauna loopt als een trein.’
‘Wie ben jij dan als je Hein niet bent?’
‘Ik bent de jongere broer  van Hein: Rob. Ik hebt de zaak een klein jaartje geleden  overgenomen van mijn vader, die het allemaal te veel werd zeker toen hij ook nog zijn handen vol kreeg aan mijn moeder, die een klein beetje de weg kwijt raakte.’
‘Hier heb je je patatje pindasaus, Tinus, eet se.’’
‘Vanmorgen hoorde ik van een oude buurman dat je vader hier in de zaak op tragische wijze om het leven is gekomen, toen ie toevallig even in de zaak was……..aangevallen met zoiets al sat├ęprikkers……. Ik kon het haast niet geloven.’
Zo en hier is je milkshake met aardbeismaak, Tinus, geniet er van.
‘Ja, Tinus het is haast niet te geloven hoe die man was toegetakeld en dat voor die paar rotcenten die in onze zaak leggen en het allerergst is nog, dat niet alleen mijn vader  om het leven kwamt maar ook mijn moeder, met wie het de laatste tijd toch al zo slecht ging. Zij is zich letterlijk dood geschrokken. We hebben ze allebei op dezelfde dag moeten begraven. Hein was er speciaal voor uit Biafra overgekomen. Ja, dat was wel mooi, ja.
Tot ziens, Rob, het ga je goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten