woensdag 22 oktober 2014

OMA & OPA (36)

Maria vond dat Joop het soms wat te bont maakte met  het aanraken van zijn dochters, van Lena en Anna vooral. Maria zei hem geregeld, dat hij er eens mee moest stoppen om in hun billen te knijpen of aan hun borsten te zitten. Maria zei er dus wel wat van, alleen niet krachtig genoeg. Joop ging  toch gewoon zijn gang. De reactie van de meisjes op Joops gedrag was: zo snel mogelijk uit huis gaan en  gaan samenwonen met de eerste de beste leuke jongen.
In 1948 woonden alleen Wien en Anna nog thuis. Wien, zeventien nu,  had het druk met haar voorbereidingen om het klooster in te gaan. Met de pastoor van de Singelkerk deed ze twee avonden per week bijbelstudie. Volgend jaar zou zij naar Brabant verhuizen en als novice in het klooster in Oss gaan wonen.
Het was halverwege de avond. Er werd hard gebeld. De achttienjarige Anna was alleen thuis. Ze was bezig was met een haakwerkje en schrok zich een ongeluk van die onverwachte luide bel. Het was een politieagent:
‘Bent u bekend met de heer Karel Kikkerds?’ vroeg hij.
‘Ja, dat is mijn broer,’ zei Anna.     
‘Dan heb ik heel slecht nieuws voor u: uw broer Karel is gisteravond levenloos aangetroffen in zijn woning, hij is overgebracht naar het mortuarium van het Noletziekenhuis. Ik wens u veel sterkte,’ zei de agent … en daar ging hij weer.
Snikkend en nog met een betraand gezicht zat Anna voor zich uit te staren. Toen Maria hoorde van Karels dood, knakte ze. Ze uitte een langgerekte jammerkreet en zeeg ineen. Haar opvangen lukte Anna niet meer, ze dreunde met haar hoofd op de leuning van Joop zijn stoel.  Onophoudelijk huilde Maria, ook nog toen Joop thuiskwam van biljarten.  Vrolijk en lichtelijk aangeschoten, kwam hij, met geheven armen, de kamer binnen lopen en zei:  ’Wie denk je dat vanavond weer eens de eerste prijs gewonnen heeft? Deze jongen natuurlijk! ……..Maar eh …wat is hier verdomme aan de hand? Het lijkt wel of er een dominee voorbij komt.’
‘Pap,’ zei Anna, ‘Karel is dood gevonden. Hij  had een aantal schoenveters aan elkaar geknoopt en zich daarmee opgehangen aan de zoldering. Ze hebben hem inmiddels naar het mortuarium gebracht.’
‘Godverdomme!’ vloekte Joop. Hij drentelde wat ongemakkelijk heen en weer in de woonkamer, stond even stil bij Maria en aaide haar over haar hoofd maar toen Maria een afwerende beweging maakte draaide hij zich om en stapte meteen de deur weer uit. Met een enorme dreun liet hij die deur achter zich dichtvallen.

Hij had een briefje geschreven:

Lieve moeder, zusjes.

Mijn leven somber, zwaar en traag.
Zonder jullie, geen vreugde.
Nooit vrienden en vriendinnen.
Alleen werken, eten, slapen.

Deze stap verlost
Doe jullie helaas verdriet.
Wees straks blij
voor mij
als ik vrij ben van pijn.

Liefs.
Karel


De begrafenis  was zeer sober, zeer emotioneel; er kwam geen geestelijke aan te pas; religie was niks voor hem. Joop was ook present op de begrafenis van Karel maar vraag niet hoe dat ging. De afspraak met die man in Rotterdam, over de Arbeidseinsatz of zoiets, was op het zelfde tijdstip gepland. Die laatste afspraak ging voor, volgens Joop. Dat hebben zijn dochters uit zijn hoofd gepraat en hem gedwongen die afspraak te verzetten. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten