zondag 19 oktober 2014

OMA & OPA (33)

Ondanks het grote verdriet, dat Karels gedwongen vertrek zijn moeder en zijn zussen deed, hield Joop voet bij stuk. Karel moest het huis uit en een ander kosthuis zoeken. Wanneer Joop het Goddeloze gedrag van Karel zou accepteren, dan zou de toorn van God zich richten op zijn gezin, hetgeen niet veel goeds beloofde. Wanneer de meisje  zouden, zien dat Karel zich straffeloos van God zou afkeren, zouden zij zijn voorbeeld volgen, met nòg meer ellende tot gevolg.  
Bovendien zei Joop tegen Maria, dat hun huis toch eigenlijk veel te klein geworden was voor een gezin met zes kinderen. De meisjes hebben, nu Karel weg is, lekker weer wat meer ruimte, nu Karel bij die weduwe zit .. ‘opgeruimd staat netjes’ … toch? … voegde Joop er aan toe. Maria zei er niks over, maar die laatste opmerking deed haar veel pijn.

Gelukkig vond Karel dus een prettig kosthuis, bij een drieënveertig jarige vrouw, sinds kort  weduwe, die samenwoonde met haar tien jarige dochter. Als moeder en dochter samen op één slaapkamer zouden gaan slapen, zou er één kamer in huis vrijkomen voor Karel. Ze konden wel een extra centje gebruiken nu het gezinsinkomen sinds kort flink was geminimaliseerd. Met eten er bij kostte de kamer twaalf gulden per maand. Dat was toch bijna de helft van wat Karel per week verdiende als schoenverkoper.
De weduwe was heel aardig, zijn nieuwe kamer prima maar toch voelde Karel zich somber en alleen; hij miste zijn zussen en vooral zijn moeder heel erg.

Karel beschouwde het dezer dagen als een geluk bij een ongeluk, dat hij aan één oor doof was. Daarom was hij vrijgesteld  van dienstplicht. Daar was verder niets tragisch aan vooraf gegaan of zo. Hij was gewoon doof geboren. Maar pas op de lagere school zag de schoolmeester dat Karel alsmaar zijn hoofd de kant opdraaide van  het geluid. Door een paar eenvoudige proefjes te doen had de schoolmeester al gauw door dat Karel doof was aan zijn linker oor. Met zijn rechter oor was niks mis, dat was zelfs boven gemiddeld goed . Gelukkig betekende dat niet, dat Karel tòch in militaire dienst zou moeten. Want de regel bleef gewoon: doof aan één oor: dan geen dienstplicht. Voor jongens van zijn leeftijd die wel in dienst moesten, konden als soldaat gaan vechten tegen het nazi-Duitsland van Adolf Hitler.  Karel was wel tevreden met zijn baantje als schoenverkoper.

Het was 1940 de oorlog was begonnen. Er viel een brief op de mat in huize Kikkerds, gericht aan  Joop. Het ging over de Arbeidseinsatz. Net als vele andere mannen van zijn leeftijd werd Joop opgeroepen om te komen werken als arbeider in de wapenindustrie van Hitler-Deutschland.  Joop had een leuk baantje bij een drukkerij maar het was heel merkwaardig te zien hoe makkelijk hij zijn baantje bij de drukkerij inwisselde voor zijn baantje voor de Arbeidseinsatz in Duitsland en hoe enthousiast hij zijn koffers pakte voor zijn reis naar Deutschland. Alle vijf de oorlogsjaren is Joop daar gebleven. Het gezin Kikkerds leefde op minder dan minimumniveau,  die jaren, van de werklozensteun. Maria hoorde al die jaren bitter weinig van Joop.







  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten