donderdag 16 oktober 2014

OMA & OPA (30)

Zo gewelddadig als die keer, toen Joop, bij zichzelf voor de deur, uit zijn auto stapte, zijn de van Ooijens niet meer geweest. Ze stonden daar dan wel stoer te doen destijds bij zijn trouwen, met dat spandoek ‘Joop, we krijgen je nog wel’ maar daar was Joop echt niet bang voor. Ze hadden een flinke tijd vastgezeten, die van Ooijens en Joop wist zeker dat ze hun vingers geen tweede keer aan hem zouden branden. Waar ze blijkbaar wel wat in zagen, was stenen door de ruiten gooien bij Joop. Meestal zo’n half tot een uur nadat Joop en Maria waren gaan slapen. De van Ooijens handelden snel: ze gooiden een paar stenen door de ruiten en namen daarna razendsnel de benen; ze betrappen was haast niet mogelijk. Er was dus nooit een getuige. Die kapotte ruiten waren heel vervelend voor Joop en Maria maar  minstens zo vervelend, was dat ze uit hun eerste slaap gewekt werden en wat echt heel erg zuur was: die kleine Kareltje was door de klap helemaal uit zijn doen; die zou het eerste uur zeker niet meer slapen. Nadat die ruiten zo’n kleine tien keer waren ingegooid, had Joop een politieagent bereid gevonden, om in zijn huis te posten. De eerste avond bleef het rustig, de tweede avond ook maar de derde avond was het raak. De agent maakte proces verbaal op van het feit, dat de gebroeders van Ooijen de ruiten hadden ingegooiden bij Joop en Maria Kikkerds. Een flinke boete zullen tegemoet kunnen zien, tevens zullen ze een fikse schadevergoeding moeten neertellen voor de hele serie ingegooide ruiten.
Nadien hadden Joop en Maria nooit meer gehoord van de actiegroep ‘Joop, wij krijgen je nog wel.’ Ze kwamen de van Ooijens nog wel eens tegen. Die twee waren altijd samen, het leek wel of ze bang waren om alleen over straat te gaan. Opzichtig keken ze steevast een andere kant op als ze Joop, Maria en hun kind tegenkwamen. Joop zocht beslist geen heibel met die jongens maar hij kon het niet laten, even, heel erg hard, nergens om te lachen  … alleen om die van Ooijens te jennen.


Maria had met grote verwondering kennis gemaakt met Joops oom Bert. Marie omschreef hem als een wanhopige zuurpruim. Hoe konden de kinderen in de omgeving van zo’n zure vader zo’n gelukkige uitstraling hebben. Het moest de moeder zijn, die via de genen haar blijmoedigheid moet hebben doorgegeven aan de kinderen. Maar Tante Aal, zonder enige overdrijving ‘het zonnetje in huis’, was  vier jaar geleden, ten gevolge van complicaties bij de (te vroege) geboorte van Harm, overleden. Sindsdien verbitterde oom Bert zienderoog. Hij stond toen van het ene op het andere moment vrijwel overal alleen voor. Via de katholieke kerk kon hij bij gods gratie, vier uurtjes hulp per week krijgen.  Deze hulp deed wekelijks de was, op voorwaarde, dat die was door oom Bert werd opgehangen, gestreken, opgevouwen en opgeborgen. Oom Bert ging daarmee accoord. Verder was die hulp, Anna,  jammer genoeg iemand, die je voor je verdriet nog niet in huis had willen hebben. Als het Anna tegenzat, schold ze gerust, zo katholiek als ze was, de Here Jezus van het kruis.  Maar beter wat dan niks, moet oom Bert gedacht hebben.  Nicht Doortje, zijn oudste dochter, nam naarmate ze wat ouder werd, steeds meer werk uit handen van haar vader.  Het mocht helaas niet baten; oom Bert werd er niet vrolijk van.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten