maandag 6 oktober 2014

OMA & OPA (21)

Mevrouw van Houten was benieuwd, hoe Maria’s bezoek aan de dokter afgelopen was.
Maria vertelde haar dat ze een trazodone-kuur van drie weken gekregen had tegen haar kwalen. Na die drie weken moest ze weer op het spreekuur langskomen. Maria slikt die trazodone-pillen nu drie dagen en het effect is redelijk positief. Van de van Houtentjes had Maria niks te horen gekregen over haar slaapwandelen. Ook met Kareltje was  ze dus niet aan de haal gegaan. Ook positief was dat Maria zich wat rustiger voelde. Ze voelde zich voorheen zo gejaagd bij het werk in huis. Altijd alles maar vlug, vlug, vlug, want het werk moest klaar voordat Kareltje wakker werd. Mevrouw vond dat jammer om te horen. Want over het werk van Maria was zij erg tevreden. Wat mevrouw vooral fijn vond is dat Maria zo zelfstandig was. Je hoefde Maria niet aan het werk te zetten. In feite hoefde je haar niet eens te controleren; ze deed alles pico bello.
‘Fijn dat je nu wat ontspannener je werk kunt doen, Maria,’ zei mevrouw van Houten. ‘Die rust komt vast doordat je nu niet meer slaapwandelt. Je slaap is dieper, je rust meer uit. Het werk hier in huis vind je steeds leuker en steeds meer plezier beleef je met Kareltje.’
Mevrouw van Houten had niet alles goed gezien: hoe energieker Maria werd, hoe meer zin zij kreeg om leuke dingen te doen met Kareltje, dat wel, maar de lol in het schoonhouden van haar huis nam alleen maar af.
Mevrouw van Houten ging weer naar boven, eten klaarmaken. Dat is iets wat ze nog wel zelf deed.
Aan schoonmaken op zich had Maria geen hekel. Het leek haar alleen heerlijk om een eigen huisje te hebben en dàt schoon te houden. Alleen, Maria kon geen huisje huren. Daar had ze geen geld voor. Een betrekking had Maria niet ja, hier bij de van Houtens; hier verdiende ze geen geld. Ze kreeg betaald met kost en inwoning en daar wilde ze nu juist van af.
Waar ze van droomde is in een klein huurhuisje wonen met een leuke man (en Kareltje), die genoeg zou verdienen om zo’n huisje voor hen samen te betalen.

Zoals Klaas gezegd had, zou hij Joop zijn dokter informeren. Dat had hij keurig gedaan. Dokter kwam redelijk snel langs.
Joop had een gebroken arm, een gebroken jukbeen verschillende kneuzingen en enkele lelijke verwondingen met name aan zijn hoofd. De dokter ontsmette en verbond de wonden en gaf hem een receptje voor de apotheek.
‘Sterkte en beterschap’ wenste de dokter Joop toe en hij vertrok naar de volgende patiënt.

‘Sterkte en beterschap …  ja hoor, dokter …,’ dacht Joop, ‘het is gewoon allemaal mijn eigen stomme schuld. Eigen schuld, dikke bult. Die van Ooijens hebben volkomen gelijk om me in elkaar te rammen. Als het mijn neefjes waren geweest had ik het misschien net zo gedaan. Jonge kinderen maken me gek! Hoe dat komt? Ik weet het niet. Wist ik het maar. Het gebeurt gewoon. Wat ik zeker weet is, dat ik me beter moet leren beheersen. Ik sterf verdomme van de pijn ... mijn verdiende loon.’


Morgen zou Joop naar het politiebureau gaan om aangifte te doen tegen de van Ooijens wegens geweldpleging. Buurman Klaas zou mijn getuige zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten